|
|
|
|
|
| |
 |
|
| |
|
|
|
|
|
| |
DONALD
JUDDS
DESIGN
|
|
| |
|
|
|
een keerpunt in de ontwikkeling van de beeldhouwkunst? |
english version
Nicholas Serota,
directeur van de Tate Modern in Londen, is blijkbaar niet van plan om
werkloos toe te zien hoe de herinnering aan Donald Judd (1928-1994)
geruisloos zou kunnen vervagen - heeft hij er eerst niets alles aan
gedaan om de man überhaupt bekend te maken? Tien jaar na zijn dood pakt
hij in de New Tate in Londen uit met een grote tentoonstelling
gewijd aan de kunstenaar die volgens hem 'de ontwikkeling van de
beeldhouwkunst ingrijpend beïnvloedde'. De
show reist door naar Düsseldorf (19/06 tot 05/09/04) en Basel (02/10 tot
09/01/05). Zwaar geschut dus, wat ons meteen de vraag doet stellen wat
hier zonodig moet gecanoniseerd. Wie is deze grootmeester en wat voor
onvergankelijks heeft hij ons nagelaten?
DOZEN
'Il faut être un homme vivant et un artiste posthume'
Jean Cocteau, Le rappel à l’ordre.
Van 1947 tot 1953 - de hoogdagen van het 'abstract expressionisme' dat weldra met behulp van de CIA* tot
uithangbord van het Vrije Westen zal worden gepromoveerd - studeerde Donald Judd aan het Art Students League in New York,
het College
of William and Mary en de Columbia University.
Intussen is hij al volop actief als criticus en als schilder. Al in 1957
houdt hij zijn eerste tentoonstelling in de Panoramas Gallery - al valt
van dit werk in wat wordt aangekondigd als de 'first full retrospective'
geen spoor te bekennen. Maar het wil niet zo best meer
vlotten met de action painting in New York. Andy Warhol neemt het roer
over van Jackson Pollock en van de weeromstuit zien we de
expressionistische gebaren op Donald Judds doeken plaats ruimen voor bakvormen
(1961). Het heet dat hij het 'illusionisme' van de schilderkunst
begint op te geven ten voordele van het reële oppervlak of van de reële derde dimensie.
Deze stap van
'schilderkunst' naar beeldhouwkunst' kadert in een bredere als 'anti-illusionisme'
vermomde antimimetische trend. Al Marcel Duchamp had met zijn
readymades de als 'illusionisme' afgedane schilderkunst vervangen door
tentoonstellingen van echte driedimensionale objecten. Dit dadaïstische
gebaar wordt in 1960 nog eens overgedaan door de
Nouveaux Réalistes van Pierre Restany en in 1967 door de Arte Povera van
Germano Celant (zie ook Kounellis*). Dat we bij Donald Judd niet met echte
auto's te maken hebben zoals die van Arman of met echte driedimensionale
paarden zoals die van Kounellis, is te wijten aan het feit dat hij
eerder aansluit bij een andere antimimetische trend: de nieuwe
geometrische abstractie, een andere stroming waarmee figuren als Barnet
Newmann, Ad Reinhardt en Frank Stella eveneens komaf wilden maken
met het 'abstract expressionisme' van de school rond Pollock en De
Kooning. Zoals Warhol bij Duchamp, zo sluiten zij aan bij de
'geometrische' abstractie van voor de Tweede Wereldoorlog. Maar ook hier
wordt er danig geradicaliseerd: nog de laatste sporen van 'illusionisme'
(zoals de oversnijding bij Mondriaan) worden finaal geëlimineerd: op het
platte vlak van het doek wordt eveneens vlakke vormen in fel
contrasterende kleuren naast elkaar aangebracht. Na dergelijke reductie
van het 'illusionistische' doek tot 'anti-illusionistisch' plat vlak
blijft langs deze paden alleen nog de mogelijkheid over om het
beeldhouwwerk tot puur niet-illusionistisch object in de ruimte te
herheiden - om het geometrisch beschilderde platte vlak van een ditmaal
reële derde dimensie te voorzien - ongeveer zoals Lissiztky zijn
schilderijen driedimensionaal maakte en Rietveld Mondriaan in zijn
bekende villa in Utrecht.
Donald Judd zet weldra
deze stap uit het doek met zijn 'stack sculptures'. Anders dan Carl André
die in 1964 bakstenen op een rij achter elkaar op de grond legde,
plaatst hij vanaf 1966 zijn dozen in rijen
boven elkaar tegen de wand (een 'abstracte' echo van Warhols Brillo
boxes van 1964?). Hij herhaalt dit thema in telkens andere kleuren,
formaten en materialen.
Wat wordt voorgesteld als
een revolutionaire stap in de ontwikkeling van de beeldhouwkunst maakt
de man, die nauwelijks begonnen is, in één klap wereldberoemd. Al
in 1968 wordt zowaar een retrospectieve gewijd aan zijn werk in het Whitney Museum of American Art. en via een grote tentoonstelling van
minimalisten in het Solomon R. Guggenheim Museum te New York in 1971
gaat het naar de Biënnale van Venetië in 1980 en naar de Dokumenta te
Kassel in 1982. Hoezeer hij ook wordt gevierd in de galeries en musea,
hij wil nog bij leven zijn eigen museum om er zijn werken in onder te
brengen zoals het hoort. Al in 1972 verhuist hij daartoe naar Marfa in
Texas alwaar in 1986 een gerenoveerd complex wordt geopend om zijn werk
tentoon te stellen (naast dat van andere kunstenaars zoals Frank Stella,
Claes Oldenburg en Dan Flavin).
Onderwerpen we dit werk even aan een nader onderzoek.
DE COMPOSITIE
Donald
Judd werkt met de meest eenvoudige compositorische principes.
Dat geldt al voor de compositie van het element dat hij gebruikt: bij de
kubus worden alle zijden volgens hetzelfde principe haaks op elkaar
geplaatst. Nog eenvoudiger zou de bol geweest
zijn, maar die herinnerde Donald Judd wellicht teveel aan het nog organische
hoofd gereduceerd tot ei
van Brancusi.
En dat geldt ook voor de
combinatie van de elementen. Lieveling van Donald Judd is de optelling in één
dimensie tot een
rij of in twee dimensies tot een dambordpatroon. Mechanischer is niet
denkbaar. Alles wat naar de al meer organische progressie zou kunnen
ruiken, laat staan naar de gulden snede, wordt uitgebannen.
Overigens maakt de confrontatie van Donald Judds box met Brancusi's ei duidelijk hoe
weinig ei Brancusi's beeldhouwwerk wel is, of omgekeerd: hoeveel kop!
Waar zoals bij Donald Judd het geometriseren in pure geometrie uitmondt, wordt
meteen de dialectiek tussen het organische en het geometrische, die
eigen is aan elke subtielere vorm van mimesis*****, verkort tot monolithische
realiteit. En bij de uitbouw van deze geometrische realiteit is een
onverholen anti-mimetische impuls aan het werk.
Het geometrische is immers niet alleen het reële - het
tegengestelde van kunst - maar ook het anorganische, het onbezielde
- dat wat het
verst van het menselijke verwijderd is. In die zin is de kubus van Donald Judd,
anders dan het ei van Brancusi dat er integendeel de kwintessens van is, de
pure ontkenning van het oerbeeld: het menselijke lichaam.
HET MATERIAAL
Eenzelfde anti-mimetische impuls is merkbaar in de keuze van het
materiaal. De afkeer voor het 'abstract-expressionisme'
en de action painting, die bij figuren als Warhol tot de introductie van
de zeefdruk leidde, leidt bij hem tot het gebruik van uitgesproken
industriële materialen: gelamineerd hout, gegalvaniseerd ijzer,
geëloxeerd aluminium. Hij sluit daarbij aan bij de aloude voorkeur van de
constructivisten, de Stijl en het Bauhaus voor het door de machine
vervaardigde materiaal waaruit elk spoor van menselijke ingreep is
gebannen. Naar het voorbeeld van de conceptualisten (Weiner***) gaat de
afkeer voor het spoor van de scheppende hand zover dat ook hij zijn
werken laat uitvoeren door gespecialiseerde vaklui.
DE KLEUR
What you see is what you see
Frank Stella
Niet anders dan Mondriaan meent Donald Judd dat in de
traditionele kunst 'de opgave om een voorstelling te maken het gebruik
van kleur beperkte' (Donald Judd 1994, p. 59).
Judd doelt daarmee op het feit dat kleur op een schilderij niet zuiver
kan zijn als ze door schaduw ook nog ronding moet suggereren. En net
zoals Mondriaan concentreert Donald Judd zich dus op zuivere kleur.
Donald Judd
citeert daarbij Frank Stella: 'What you see is what you
see'.
Nu is het ongetwijfeld waar dat Donald Judd de kleur heeft teruggevoerd naar de domeinen
waar ze al altijd werkzaam was: het domein van de ready made kleuren die
we in de natuur aantreffen - van het groen van het gras tot het blauw
van de hemel om nog maar te zwijgen van de kleuren van de bloemen en
dieren - of
het domein van de man-made kleuren waarmee de mens van oudsher
zijn meubels, zijn stoffen, zijn tapijten, zijn huizen van binnen en van
buiten beschildert.
In dat domein van de natuur en de door
de mens gemaakte cultuurvoorwerpen - de wereld van de design - 'doet' de
kleur ongetwijfeld van
alles. Maar het is niet omdat iemand de kleur doet 'spreken' in welke
betekenis van het woord ook, dat hij daarom kunst zou maken. Tot kunst
wordt kleur pas als ze de omgekeerde weg gaat als degene die Mondriaan
en Donald Judd haar lieten bewandelen: als het rood dat we zien niet langer het
rood is van de verf op een drager, maar het rood van de blos op de wang
van het meisje dat op het doek tevoorschijn wordt getoverd. Frank Stella
ten spijt: als 'you do not see what you see...'
En dat maakt er ons meteen attent op hoe gebrekkig het theoretisch
inzicht van Donald Judd wel is. Het rood van een echte blos verschilt in
principe niet van het rood van een geschilderde blos. Wat de echte blos
van een geschilderde doet verschillen is dus geen eigenschap van de
kleur, maar van het oppervlak dat de kleur weerkaatst: is dat een wang,
dan hebben we te maken met realiteit, is dat een laag verf op een doek,
dan hebben we te maken met een geschilderde blos (mimesis*****). Het gaat hem
dus om de overgang van vlees naar verf, niet om de overgang van door
schaduw bezoedelde kleuren naar 'zuivere' kleuren.
En dat blijkt pas goed als we ons omgekeerd realiseren dat ook de kleur
van reële objecten per definitie niet zuiver is zolang ze niet alzijdig
door een constant kunstlicht worden belicht op zelf lichtend zijn zoals
de neonbuizen van Flavin. En dat het hem Donald Judd eigenlijk niet te doen was
om komaf te maken met de wijziging van de kleur onder invloed van de
belichting of de schaduw, maar om komaf te maken met kunst als mimesis*****,
bewijst juist het feit dat de werking van heel wat van zijn reële
objecten precies afhankelijk is van de aanwezigheid van schaduw en de
reflectie van de kleur van het ene vlak op die van het andere: hier
hebben we net zo min met 'zuivere' kleur te maken als in een schilderij
dat deze schaduwen en reflecties nabootst.
DE RUIMTE
En nergens komt de anti-mimetische impuls sterker tot uiting dan
in de manier waarop Donald Judd de ruimte behandelt. Donald Judd gaat er prat op dat
in zijn 'stack sculptures' ook de lege ruimte tussen de boxen
integrerend deel gaat uitmaken van het geheel. Nieuw is dat niet,
althans niet in de architectuur: al vanouds dienen zuilen, obelisken,
torens en dergelijke niet zozeer om de aandacht op zichzelf te vestigen, dan wel om de
ruimte waarin ze staan opgesteld zichtbaar te maken of te articuleren.
Ook beelden - zeker beelden uit de tijd toen men nog wist hoe die
moesten worden opgesteld - zijn in de eerste plaats bedoeld als
dergelijke bakens in de
architecturale ruimte. Denk aan de beelden op de Karlsbrücke in Praag: die
zijn in eerste instantie een soort kolommen, die net zoals de bogen
en pijlers van de brug, het geheel articuleren. En dat geldt ook voor de
beelden op de colonnade van Bernini op het Sint-Pietersplein te Rome.
Maar zodra we ons op een afzonderlijk beeld concentreren, verdwijnt de
reële ruimte waarin het beeld als een soort structurende pijler fungeert
en gaat de imaginaire ruimte op, waarin de beelden niet langer reële
objecten zijn, maar imaginaire wezens mimeren. De gelijkenis dringt zich op met het reële soundscape dat het orkest is zolang de muzikanten hun instrumenten
stemmen: pas als de muzikanten beginnen te spelen gaat de muzikale ruimte op.****
Nieuw aan Donald Judd is dus niet dat hij de ruimte structureert - daarin zijn
veel bekwamer architecten hem al eeuwen, ja millennia voorgegaan. Nieuw
is
dat hij onder het mom van een revolutie in de beeldhouwkunst de beelden
tot pure sokkels herleidt en ons die sokkel als beeld wil verkopen. Al meent
Donald Judd omgekeerd dat hij de 'revolutionaire stap' heeft gezet om de sokkel
uit de wereld te helpen. 'Het is voor vele mensen onmogelijk om zich
voor te stellen dat het op de grond plaatsen en de afwezigheid van een
sokkel uitvindingen zijn. Ik heb dat uitgevonden' ...
Anders dan beeldhouwers laat Donald Judd dus geen imaginaire wereld opgaan uit
het materiaal dat hij bewerkt, maar vormt hij de reële wereld om zoals
architecten. Nauwkeuriger: zoals binnenhuisarchitecten. Want omdat
Donald Judd zich
ondanks alles toch een
schilder of beeldhouwer waant, vormt hij niet zozeer de ruimte in
openlucht om, dan wel de ruimte binnen de muren van het museum. We
ontkennen niet dat de 'vrije binnenhuiskunst' van Donald Judd haar verdienste
heeft. Het volstaat om te verwijzen naar hoogstandjes zoals in de
ruimtes in Marfa.
Al verbleekt dat hoogstandje enigszins
bij de prestaties van de anonieme kathedraalbouwers die hun creaties niet als
beeldhouwkunst moesten vermommen, maar heel duidelijk wisten welke
plaats hen toekwam - en welke plaats de beeldhouwkunst.
Daarom betwisten we niet Donald Judds kwaliteiten als vrije designer, maar wel
diens plaats in de ontwikkeling van de
(beeldhouw)kunst. Donald Judd heeft niets met Rodin of Brancusi van
doen, maar alles met figuren als Mies van de Rohe. Hij hoort niet thuis in de
geschiedenis van de kunst, maar in de geschiedenis van de
binnenhuiskunst of de architectuur - breder: in de geschiedenis van de
(vrije) design, broederlijk naast zijn ware collega's zoals Panameranko
en Goldsworthy (zie elders op deze website).
DE THEORIE
Esthetica is voor de kunst wat ornithologie voor de vogels is.
Barnett Newman
Ofschoon hij afstudeerde aan
de Columbia University, volstaat het om een tekst als 'Some Aspects of Color
in General and Red and Black in particular' te lezen om zich te vergewissen van de lamentabele gehalte van
Donald Judds
gefilosofeer. Mening werkstukje van een student zou het beter doen, al
valt dat niet de eer te beurt om te worden afgedrukt in een
prestigieuze catalogus van de Tate Gallery. We verwezen reeds naar de
ontoereikendheid van zijn theorie van de kleur. Maar Donald Judds teksten staan
bol van nog meer onnauwkeurigheden. Zo
weigert hij om zijn creaties beeldhouwwerken
te noemen, omdat de term beeldhouwwerk herinnert .... aan het ambachtelijke
karakter: 'It means carving to me' (cat. p. 61) Alsof de manier
waarop een beeld gemaakt is zou bepalen of het een beeldhouwwerk is of
niet! Zowel 'ambachtelijk' gemaakte beelden zoals de kop van Brancusi, als
het
'industrieel' vervaardigde 'Constructief Hoofd Nr. 2' van Naum Gabo zijn beelden,
en wel prachtige. Maar ze
zijn dat niet bij gratie van de manier waarop ze gemaakt zijn, maar bij
gratie van het feit dat ze - anders dan de dozen van Donald Judd -
'representeren', mimesis***** zijn.
In plaats van dergelijke klare taal te spreken geeft Donald Judd er in zijn fameuze 'Specific Objects'
van 1965 de voorkeur aan te spreken van een nieuw soort kunst die 'noch
schilderkunst, noch beeldhouwkunst is'. De merkwaardige naam 'specific object' die Donald Judd will
introduceren in de plaats van schilderkunst of beeldhouwkunst is alleen
maar een onhandige poging om te verdoezelen dat hij inderdaad niet langer
beeldhouwkunst of schilderkunst maakt - niet langer kunst als zodanig -
maar gewoon reële objecten: (vrije) design.
Dat belet niet dat Donald Judd zichzelf als
kunstenaar blijft begrijpen en dat hij gewoonweg door velen als
beeldhouwer wordt ingelijfd. Erger nog, dat figuren als Rudi Fuchs hem
doodgemoedereerd op één lijn stellen met Van Eyck en Rafael als om zichzelf
ervan te overtuigen dat Donald Judd wel degelijk een kunstenaar is in de
traditionele zin van het woord. Merkwaardig
toch dat hij dat niet doet door hem in één adem te vernoemen met pakweg
Sluter of Michelangelo - dat zou wellicht de poging om Donald Judd op een
artistieke sokkel in het museum te kunnen plaatsen wat hebben
bemoeilijkt....
De Britannica heeft dus ongelijk met hem Donald
Judd te
omschrijven als 'American minimalist sculptor': 'minimalist designer'
zou al beter voldoen. En al
helemaal de mist in gaat Serota als hij in zijn voorwoord tot de
catalogus van de Tate tentoonstelling beweert dat 'Donald Judd de loop
van de moderne beeldhouwkunst ingrijpend heeft gewijzigd'...
©
Stefan
Beyst,
juli 2004
Reacties:
beyst.stefan@gmail.com
*
Zie Frances Stonor Saunders,' Who Paid the Piper: The CIA and the
Cultural Cold War', Granta Books, London .Op het internet ook:
http://www.lewrockwell.com/orig3/
cummings3.html en
http://www.meaus.com/cia-and-modern-art.htm
** Zie 'Kounellis: de metamorfosen van Apollo'
*** Zie 'Lawrence Weiner: and flesh became word'
**** Zie: 'De muzikale ruimte en haar
bewoners'.
*****
het oproepen - nabootsen - van een al dan niet bestaande wereld. Zie 'Mimesis'
zie ook:
stefan beyst
kunsttheorie
en hedendaagse kunstenaars

the wall ©
SB
| |
BIBLIOGRAFIE |
| |
|
| |
AGEE, Willam C.: 'Donald Judd: Sculpture/Catalogue',
Pace Wildenstein 1994. |
| |
BLOEMINK, Barbara & CUNNINGHAM, Joseph: 'Design Does
Not Equal Art: Functional Objects from Donald Judd to Rachel
Whiteread', Merrell Holberton, 2004 |
| |
BOIS,
Yves-Alain: 'Donald Judd: Sculpture'. Trans. Gregory Sims. New York:
Pace Gallery, 1991.
|
| |
ELGER, Dietmar ed. :'Donald Judd Colorist', Texts by William C. Agee,
Dietmar Elger, Martin Engler, Donald Judd. Hatje Cantz, 1999 |
| |
HASKELL, Barbara: 'Donald Judd. New York: Whitney Museum of American Art
in association with W. W. Norton & Company, 1988. Texts by Barbara
Haskell and Donald Judd. |
| |
JUDD Donald: 'Fifteen Works'. New York: Heiner Friedrich Gallery, 1977. |
| |
JUDD DONALD TATE
CATALOGUE with texts by Nicholas Serota, Rudi Fuchs, Richard Shiff,
David Batchelor, David Raskin, Donald Judd, Marianne Stockebrand,
Jeffrey Kopie,D.A.P./Tate, London 2004 |
| |
JUDD
Donald: Prints 1951 - 1993 foreword Rudy Fuchs,
Director of the Haags Gemeentemuseum. |
| |
JUDD, Donald:"Art
and Architecture", Vortrag am 20. September 1983 an der Yale University,
Department of Art and Architecture; veröffentlicht in: Donald Judd.
Complete Writings 1975–1986, Van Abbemuseum, Eindhoven 1987, S. 25-36;
dt. Auszug in: Donald Judd. Architektur, Münster 1990, S. 143-145.
http://www.txt.de/vdk/judd.htm |
| |
JUDD, Donald: Complete Writings, 1975–1986. Eindhoven: Van Abbemuseum,
1987.
|
| |
KOENIG, Kasper Ed.: 'Donald Judd: Complete Writings, 1959–1975.
Halifax: The Press of Nova Scotia College of Art and Design, in
association with New York University Press, New York, 1975.
|
| |
KRAUS, Rosalind E. and SMITHSON, Robert: 'Donald
Judd: Early Fabricated Work. New York: Pace
Wildenstein, 1998. |
| |
KUSPIT, Donald: 'The Dialectic of
Decadence: Between Advance and Decline in Art' Allworth Press, New
York: 2000).
|
| |
LYNNE COOKE: Essay
http://www.diacenter.org/exhibs_b/judd/essay.html |
| |
McKENZIE, Janet:'Donald
Judd Tate Modern, London 5 February-25 April 2004', Studio International 6/4/2004
http://www.studio-international.co.uk/ sculpture/ donald_judd.htm |
| |
MORGAN, Robert: 'Rethinking Judd'
Sculpture magazine April 2001 - Vol.20 No.3 |
| |
SMITH,
Brydon: 'Donald Judd: Ottawa: National Programme of the National Gallery
of Canada, 1975. Catalogue raisonné by Brydon Smith. Texts by Dan Flavin
and Roberta Smith. |
| |
STAUNDERS,
Frances Stonor:
' Who Paid the Piper: The CIA and the
Cultural Cold War',
Granta Books, London
|
| |
STOCKEBRANDT, Marianne (Ed.): 'Donald Judd: Architektur.
Trans. Brigitte Kalthoff. Münster: Westfälischer Kunstverein,
1989. |
| |
ZAUG, Remy:
'Die List der Unschuld. Das Wahrnehmen einer Skulptur', Eindhoven 1982. |
|
zie ook door dezelfde auteur:
mimesis en abstractie
Op de hoogte blijven van nieuwe teksten: mailinglist.
|