het beeld: mimesis herbekeken
deel III: de classificatie van de mimetische media

hoofdstuk 9: menging van onmiddellijke en middellijke mimetische media



INLEIDING

In III, 7 bestudeerden we hoe onmiddellijke mimetische media die elk één zintuiglijk domein bestrijken, kunnen worden gecombineerd om meerdere zintuiglijke verschijningen van éénzelfde origineel in één overkoepelende enkelvoudige maar mulitsensoriële verschijning weer te geven,  zoals bij de audiovisuele weergave van een spreker. In dit hoofdstuk moeten we onderzoeken hoe onmiddellijke mimetische media kunnen worden gemengd met middellijke mimetische media om één enkelvoudige verschijning te realiseren. In dit deel over mimetische media bestuderen we alleen de menging van mimetische media, de wederwaardigheden van de verschijning die daarbij wordt opgewekt bespreken we in volgend deel.

Net zoals bij optellen van onmiddellijke beelden wordt de menging van onmiddellijk en middellijk mimetisch medium hier vaak uitgelokt doordat het middellijke mimetisch medium zich ook leent voor het maken van een onmiddellijk. Zo kunnen gesproken of geschreven woorden ook nabootsend worden gebruikt. Of men kan woorden gebruiken voor zowel het maken van een onmiddellijk beeld van het spreken van een personage als voor het vertellen van het verhaal waarin dat personage spreekt. Of men kan men tonen gebruiken om zowel muzikale verschijningen na te bootsen als om voorstellingen op te roepen. Door deze combinaties ontstaan soorten mimetische media die, meer nog dan de niet-visuele, niet-hogere, en plurisensoriële aan de theoretische aandacht plegen te ontsnappen, vooral als ze monosensorieel zijn (en/of gebruik maken van eenzelfde technisch medium zoals 'literatuur' en 'muziek') en daardoor monolithisch lijken - denk slechts aan de roman en de lyrische poëzie (bij uitstek als lied).

De vraag stelt zich hoe we de verschillende soorten combinaties in kaart kunnen brengen. In principe zouden we de combinatie tussen onmiddellijk en middellijk verder kunnen onderverdelen: naar veranderlijkheid (veranderlijk onmiddellijk met veranderlijk middellijk, en zo verder), naar zintuig (visueel onmiddellijk met visueel middellijk, en zo verder, naar technisch medium (schilderkunst met verbale of muzikale voorstellingopwekkende tekens). Maar het is handiger om ons hier te beperken tot de combinatie van de twee dominante variabelen: die naar zintuigen voor de onmiddellijke mimetische media, en de technische voor de middellijke media (waarbij we voorstellingwekkend beeld en dito object bundelen). Bijkomende onderverdelingen gebeuren in afzonderlijke paragrafen of binnen een paragraaf.


1. COMBINATIES MET ONMIDDELLIJK VISUEEL MIMETISCH MEDIUM


ONMIDDELLIJK VISUEEL MIMETISCH MEDIUM DAT AUDITIEVE VOORSTELLING OPROEPT

Een Chinese keizer vroeg om fresco met waterval te vermijden omdat hij niet kon slapen van het lawaai. Het is maar de vraag is in hoeverre visuele mimetische media effectief auditieve voorstellingen oproepen: denk aan de Laokoon, de medusa van Caravaggio, de schreeuw van Munch. Veel dwingender is de later te bespreken relatie tussen auditief beeld en bijbehorende visuele voorstelling.


ONMIDDELLIJK VISUEEL MIMETISCH MEDIUM EN VOORSTELLINGOPWEKKENDE MUZIEK

Leitmotive in zoverre ze niet discursief zijn, maar voorstellingopwekkend, gecombineerd met enscenering of visuele verschijning van acteurs.


ONMIDDELLIJK VISUEEL MIMETISCH MEDIUM EN VOORSTELLINGOPWEKKENDE WOORDEN

Merken we eerst op dat we het hier niet hebben over de combinatie van discursieve tekst en visueel beeld (Zie VI, 6). Zo is de 'titel' 'De slaap van de rede baart monsters' een stelling, die wordt geïllustreerd door de prent van Goya. Andere titels - denk aan 'Gezicht op Delft' of 'portret van ... - leveren contextuele informátie.

Een visuele verschijning kan zijn ingebed in, of de illustratie zijn van een enkelvoudige verschijning die wordt opgeroepen in de verhalende modus.

De inbedding kan impliciet zijn of expliciet.

Beginnen we met de impliciete inbedding van een visueel beeld in een verhaal dat wordt verondersteld gekend te zijn: denk aan de talloze illustraties bij verhalen uit de Bijbel - van de David van Michelangelo tot de bijbelillustraties van Doré - of bij profane verhalen - de beelden van Rodin voor de 'Poorten van de hel'. Horen we daarbij het verhaal in ons hoofd - het is ook denkbaar dat we het beeld rechtstreeks inbedden in voorstellingen - dan hebben we te maken met een combinatie van onmiddellijke visuele mimesis met auditieve voorstellingopwekkende woorden. We staan dan voor impliciete combinatie, de middelijke tegenhanger van inbedding in onmiddellijke auditieve mimesis bij da Vinci's Laatste avondmaal.

In de meeste gevallen gaat het om een enkelvoudige verschijning (Mozes bij het zien van de dans rond het Gouden Kalf). Maar vaker (de Marat van David, de illustraties van Doré, de Burgers van Calais) gaat het om één verschijning uit een langer verhaal waaruit slechts enkelvoudige beelden worden geïllustreerd (zie III, 8), waarop we dan moeten terugkomen bij de samengestelde verschijningen (III, 8).

Naast impliciete is er expliciete inbedding. Er kan sprake zijn van inbedding in het gesproken woord, zoals bij de inbedding van afbeeldingen in het verhaal van een verteller, zoals op de kermissen vroeger. Maar meer gebruikelijk is de inbedding in geschreven tekst - in visuele uitvoeringopwekkende woorden zoals in een geïllustreerde roman (denk aan de illustraties van Blake bij zijn eigen narratieve teksten) of in een stripverhaal - waarbij we inbedding in narratieve tekst moeten onderscheiden van de in III, 7 besproken combinatie met gesproken woord.

Helemaal in dezelfde lijn ligt het illustreren van een verhaal met tweedimensionale bewegende mimetische media: verhalende tekst die wordt geïllustreerd met filmbeelden. Ook de aanwijzingen die kinderen geven aan elkaar bij het driedimensionele rollenspel (over kinderspel: zie laatste paragraaf hieronder bij mediumloze voorstellingen) Ook bij de pantomime of Sartres nabootsing van zangers is er menging met - zij het dan niet-verbale - voorstellingopwekkende tekens (bv. hand die ronding aangeeft op zich een dikke buik voor te stellen bij een acteur met platte buik).

Een verdichte vorm van dergelijke 'illustratie' is het tot beeld omvormen van de visuele configuratie van de geschreven woorden - letters, woorden, regels of strofen - die uitvoeringopwekkende tekens zijn voor voorstellingopwekkende woorden. Normaal gesproken kijken we over die tekens heen. Dat is het geval in het 'poème dessiné' bij de Grieken, of in de 'calligrammes' van Apollinaire (zoals 'Il pleut' hieronder). We kunnen hier spreken van beeldnabootsend - beter: visuele verschijningnabootsend - schrift. Termen als 'visuele poëzie' zijn misleidend: het betreft hier de tot verschijning omgebouwde visuele configuratie van de betekenaars, niet de verschijning die door de woorden wordt opgeroepen - al vullen beide elkaar uiteraard aan.


Ook een visuele partituur waar de noten de visuele verschijning leveren van wat ze na uitvoering auditief nabootsen, mag hierbij worden gerekend. Merken we op dat we het hier wel degelijk hebben over combinatie met visuele beelden, niet over aanvulling van het notenschrift met analoge tekens zoals luide noten of hard uitgesproken woorden in vetjes: dat zijn parasitaire uitvoeringpwekkende tekens.

Een bijzondere variant van deze combinatie zijn visuele beelden waarvan pas duidelijk wordt wat erop staat na lezen van de bijbehoren tekst (van onderschift of bijschrift tot uitvoerige commentaar, zoals bij Tuymans). Die tekst is dan voorstellingopwekkend, en de opgewekte voorstelling voegt zich bij het onmiddellijke beeld. Pas bij deze vorm van mimetische media geldt de uitspraak dat het beeld dank zij de 'tekst' volstroomt met betekenis: we weten pas weten wat we zien na het lezen van het onderschrift. De combinatie kan een een gevolg zijn van onmacht (tekort schieten van het beeld, zoals bij Tuymans), maar ze wint aan kracht als de visueel beeld doelbewust niét voor zich spreekt, en daarom pas zijn betekenis krijgt na bijvoegen van de voorstelling, zoals in vele cartoons. Merken we op dat dergelijke voorbeelden dus niet geschikt zijn om stellingen à la Barthes te staven dat het woord onontbeerlijk is voor het begrip van het beeld: het gaat hier immers niet om discursieve, maar om voorstellingopwekkende tekst.


ONMIDDELLIJK VISUEEL MIMETISCH MEDIUM EN VOORSTELLINGOPWEKKENDE OBJECTEN EN BEELDEN

Foto's van soldaten tentoongesteld in loopgraven, of van gedeporteerden in Dossin kazerne.

Qua combinatie van beeld met voorstellingopwekkend beeld verwijzen we naar de al in III, 8 vermelde visuele mimetische media die voorstellingen oproepen, zoals de Marat in zoverre het ons aan de moord doet denken of 'De schreeuw' van Munch in zoverre dat mimetisch medium de auditieve voorstelling van een schreeuw oproept.

Deze combinatie moet wel degelijk worden onderscheiden van de in VIII, 4 te bespreken combinatie van onmiddellijke beeld met beeldteken (bv. de vredesduif of de Guernica); daarbij ontstaat geen uitgebreid enkelvoudig beeld, eerder verdzijnt het achter de opgeroepen idee van vrede.


2. COMBINATIES MET ONMIDDELLIJK AUDITIEF MIMETISCH MEDIUM

Vermits de meeste voorstellingopwekkende tekens auditief zijn, verwachten we hier een meer frequente en meer organisch verbonden samenhang.

Ook hier onderzoeken we achtereenvolgens de combinatie van onmiddellijk auditief beeld met voorstellingopwekkende muziek, woorden en dingen/objecten, waarbij we bij 'onmiddellijk auditief beeld' zo nodig onderscheid maken tussen gewone, verbale en muzikale mimesis.


ONMIDDELLIJK AUDITIEF MIMETISCH MEDIUM EN VOORSTELLINGOPWEKKENDE MUZIEK

Hier horen alle combinaties van gewone of muzikale mimesis (van dieren, muzikanten of sonore wezens) met voorstellingopwekkende muziek: bv. een muzikaal beeld van de roep van de koekoek en de donder gecombineerd met de visuele voorstelling van die koekoek en het onweer in de Pastorale van Beethoven. Of ook de combinatie van de opname van de zang van de nachtegaal met voorstellingopwekkende muziek in het derde deel van Pini di Roma.

De combinatie wordt vergemakkelijkt doordat beide auditief zijn (en vaak ook nog muzikaal) (vergelijkbaar met evenzeer voor de hand liggende combinatie van verbale onmiddellijke en middellijke mimesis). Vanwege het proteïsche karakter van muziek wordt muziek vaak zowel onmiddellijk al middellijk gelezen, zodat ze hét domein is waarin beide soorten mimetische media haast 'van nature' verdicht zijn - exemplarisch in Monteverdi's 'Et hi tres unum sunt', waar de muziek tegelijk voorstellingopwekkend teken is van de fladderende vlucht van engelen, én onmiddellijke mimesis van sonore wezens die de bijbehorende voorstellingopzekkende tekens zingen.

Hiertoe behoren ook alle vormen van (onvoltooide of voltooide) dansmuziek die de visuele en/of interoceptieve voorstellingen oproept van de bijbehorende dansers of dansbewegingen, en daardoor de muziek zelf tot onderdeel van de voorstelling maakt; die van imaginaire muzikanten die de bewegingswil van de iamginaire dansers uitdrukken (zie vorig hoofdstuk). Deze combinatie is een belangrijk deel, zoniet de hoofdmoot van wat als muzikaal beeld kan worden beschouwd, inzonderheid van de 'klassieke muziek'. Geven we daarom even een schema daarvan weer, waarbij de omkaderde cellen de beeldcomponenten weergeven:

       
  onmiddellijk muzikaal auditief beeld    
  = middellijk muzikaal medium multisensorische voorstellingen
(veelal visueel en interoceptief)
 
       




ONMIDDELLIJK AUDITIEF MIMETISCH MEDIUM EN VOORSTELLINGOPWEKKENDE WOORDEN (1): GEWOON
'The sound must seem an echo to the sense".
Alexander Pope

Een auditieve verschijning kan zijn ingebed in een enkelvoudige verschijning die wordt opgeroepen in de verhalende modus. In plaats van 'Hij kwam in het bos en hoorde de vogels fluiten' kan ik deze enkelvoudige verschijning ook nabootsen als volgt: 'Hij kwam in het bos' + opname van gefluit van vogels. Of, in plaats van 'Hij was woest, stapte in de auto, en reed woedend weg' kan ik deze enkelvoudige verschijning nabootsen door: 'Hij was woest' en dan opname laten horen hoe het portier dichtslaat, de motor start, en de chauffeur volle gas wegrijdt. Een bijzonder vorm is het door kinderen zeer gewaardeerde verhaal waarin de werkwoorden of zelfstandige naamwoorden worden vervangen door het bijbehorende geluid. Een zeer populaire - maar vanwege de stille uitvoering niet als zodanig herkenbare versie van deze combinatie is het tussen aanhalingstekens plaatsen van het na te bootsen geluid (zoals de nagebootste dialogen die we in volgende paragraaf zullen bespreken': 'De haan zei "kukeleku'. Voorbeelden zijn vele van de muziekdozen van Moniek Darge.

Onder verdichte vorm vinden we deze menging in 'klanknabootsende' poëzie. Hier wordt de menging uitgelokt doordat de woorden waarmee beelden worden opgeroepen klanken zijn die mogelijk het auditief beeld kunnen zijn van wat de woorden oproepen (het 'sissen' van de slang). Dergelijk klanknabootsing moet duidelijk worden onderscheiden van het gebruik van de klankwaarde van woorden als auditieve expressie (dat is menging met werkelijkheid, zie VIII, 3), en van het parasitair gebruik van voorstellingopwekkende tekens (zoals wanneer in Melopee de langgerekte klanken analoge bezegingopwekkende tekens zijn voor het trage schuiven van de kano). Merken we op dat de term klanknabootsende 'poëzie' dubbelzinnig is omdat de poëzie als zodanig - de opgewekte voorstelling - geen klanken nabootst. De correcte uitdrukking zou zijn: 'mimetisch (klanknabootsend) gebruik van voorstellingopwekkende tekens'.


ONMIDDELLIJK AUDITIEF BEELD EN VOORSTELLINGOPWEKKENDE WOORDEN (2): VERBAAL
Verhalende tekst met dialoog.

Zoals we nog uitvoerig zullen aantonen in IV, 2 kan middellijke mimesis alle mogelijk beelden oproepen - ook die van gesproken woorden en gedachten dus. De verteller kan dat doen door gebruik te maken van de indirecte rede, zoals in 'Hij dacht dat hij nooit op tijd zou komen'. Maar de verteller kan ook omschakelen op onmiddellijke mimesis door de woorden (van de dialoog of de gedachte) gewoon na te bootsen, zoals de acteur. Terwijl bij indirecte rede de intonatie en de klank van de gesproken woorden er niet toe doen, stellen we ons bij onmiddellijke beeld wel degelijk een concrete stem voor - zoals duidelijk tot uiting komt als een verteller luidop voorleest, en dan van 'stem' verandert als hij het spreken van zijn personages nabootst. De na te bootsen woorden worden dan tussen aanhalingstekens geplaatst.

Het is niet meteen evident dat het hier gaat om een menging van onmiddellijke en middellijke mimesis, omdat er in beide gevallen gebruik wordt gemaakt van woorden én omdat we ons bij gewone lectuur ook de gesproken woorden voorstellen, zodat ze zich geruisloos voegen bij de overige voorstellingen. Het verschil is duidelijker bij luidop voorlezen, als de voorlezer van 'stem' verandert als hij de stem van de spreker nabootst.

De combinatie is standaard niet alleen in de roman, maar ook de lyrische poëzie, waar het onmiddellijke nagebootste spreken van het lyrische subject vaak wordt gecombineerd met voorstellingopwekkende tekst, exemplarisch in Haus am See van Brecht.


ONMIDDELLIJKE AUDITIEF MIMETISCH MEDIUM EN VOORSTELLINGOPWEKKENDE WOORDEN (3): MUZIKAAL
Mimetische lyrische muziek met narratieve tekst: recitatief en aria.

De combinatie van onmiddellijk muzikaal mimetisch medium en voorstellingopwekkende woorden vinden we als in een lyrisch lied de zanger muzikaal wordt nagebootst terwijl hij een tekst zingt die voorstellingopwekkende elementen bevat. Dat is het geval in 'von Klippe zu Klippe geworfen' en 'Abendroth' van Richard Strauss

Een successieve combinatie (waarbij in de eerste strofe voorstellingopwekkende tekst en voorstellingopwekkende muziek zijn verenigd), vinden we in die Krähe van Schubert

Deze combinatie moet onderscheiden van een naakt recitatief waarbij er geen mimetische muziek is, en van voorstellingopwekkend madrigalisme, waarbij er evenmin onmiddellijke muzikale mimesis is. Maar zo'n recitatief kan wel in éénzelfde enkelvoudig beeld overgaan in een aria.


ONMIDDELLIJK AUDITIEF MIMETISCH MEDIUM EN VOORSTELLINGOPWEKKENDE OBJECTEN EN BEELDEN

Merken we op dat er een verschil is tussen voorstellingopwekkende muziek zoals het treinritme in 'Different Trains' en het gebruik van muzikale beelden die voorstellingen oproepen - de combinatie waar we het hier over hebben.

Een auditief beeld kan werken als voorstellingopwekkend teken voor visuele verschijningen: zoals wanneer vogelzang de visuele voorstelling van vogels oproept (tegenhanger van visueel beeld van de schreeuw die een schreeuw oproept). Terwijl verbale voorstellingopwekkende tekens ofwel visueel kunnen versmelten met een visueel beeld ofwel auditief met een auditief beeld, valt hier het auditieve beeld samen met het beeld dat een visuele verschijning oproept. Voorbeelden zijn de al in III, 8 besproken klanken in het 'Autoritratto nella notte' van Salvatore Sciarrino (bv. het 'ademen' in de fluit dat de visuele voorstelling van een wandelaar in de nacht kan oproepen), of de stoomfluiten en sirenes die de bijbehorende visuele voorstellingen van treinen en luchtbombardementen in 'Different Trains' van Steve Reich. Daarbij ontstaat dan meestal een plurisensoriële voorstelling waarbij onmiddellijke en middellijke mimesis zijn vermengd.


3. MENGING ONMIDDELLIJKE NABOOTSING VOOR LAGERE ZINTUIGEN MET VOORSTELLINGOPWEKKENDE TEKENS

MENGING ONMIDDELLIJKE TACTIELE NABOOTSING MET VOORSTELLINGOPWEKKENDE TEKENS

Deze combinatie is denkbaar als verhaal geïllustreerd met tactiele ervaringen - 'En toen raakte hij een mes aan' + voelen van de rand van scherp glas. Of: "En toen raakte hij haar borst aan" + siliconezakje. Deze voorbeelden laten meteen zien hoezeer het meer voor de hand ligt om zich die tactiele ervaringen voor te stellen.


MENGING ONMIDDELLIJK OLFACTIEF MIMETISCH MEDIUM MET VOORSTELLINGOPWEKKENDE TEKENS

Deze combinatie is denkbaar als verhalende episode waarin de verteller meteen de geur van de Provence zou laten ruiken als zijn personage aankomt in de Provence; of waarin het verhaal van een ontmoeting in een café zou gepaard gaan met geur van koffie en het parfum van een vrouw.


MENGING ONMIDDELLIJKE GUSTATIEVE MIMETISCH MEDIUM MET VOORSTELLINGOPWEKKENDE TEKENS

Puur gustatieve beelden zijn zoals gezien abortief. Wel is een verhalende episode denkbaar waarin de verteller meteen het gerecht - ditmaal als substituut - zou opdienen dat de held van zijn verhaal eet.


MENGING ONMIDDELLIJK INTEROCEPTIEF MIMETISCH MEDIUM MET VOORSTELLINGOPWEKKENDE TEKENS

In afwachting van directe prikkeling van hersenen zijn onmiddelijke beelden hier zoals gezien onmogelijk


4. COMBINATIES VAN PLURISENSORIËEL ONMIDDELLIJK MIMETISCH MEDIUM EN VOORSTELLINGOPWEKKEND TEKEN

MENGING VAN ONMIDDELLIJK AUDIOVISUEEL MET MIDDELIJK VERBAAL MIMETISCH MEDIUM

De lyrische zanger die ook visueel de mimiek, de gebaren, en de houding vertoont die horen bij het personage dat hij uitbeedt (zoals bij nabootsen van mimiek en stappen van de wandelaar bij laatste strofen van Krähe) of als bij 'Je m'en vais au vent mauvais

Een audiovisuele verteller (Jakob in Fanny en Alexander).

Verhalende tekst die zowel 'klanknabootsend' als 'beeldnabootsend' is.


5. MENGING ONMIDDELLIJK MIMETISCH MEDIUM, MEDIUMHEBBENDE EN MEDIIUMLOZE VOORSTELLINGEN

Ten slotte moeten we de combinatie bespreken van onmiddellijke beeld met middellijk beeld (en mediumloze voorstelling - al hoort die strikt gesproken niet in dit deel thuis) in het kinderspel

Het spel beweegt zich tussen de pool van volledige dagdroom en die van de volwaardige onmiddellijke audiovisuele voorstelling.

In eerste instantie is het spel een fantasie, een dagdroom: een puur mediumloze voorstelling zoals de droom tijdens de slaap. In een volgend stadium beginnen kinderen de gedragingen te stellen die horen bij deze fantasie. Zo kunnen ze de armen uitslaan als ze fantaseren dat ze vliegen (wat nog een interoceptieve waarneming is van de vliegbeweging, nog geen visueel beeld van vleugels). Door de overgang naar acteren, dalen de kinderen in hun lichaam in en daarmee in de werkelijke wereld, waarin ze niet langer vleugels bewegen, maar armen, en dat dreigt de innerlijke en uiterlijke waarneming te ontgoochelen. Daarom vult het kind hoe langer hoe meer de innerlijke voorstelling aan met een onmiddellijke verschijning die kan worden waargenomen. Meest populair zijn nagebootste medespelers zoals een pop, of nagebootste objecten zoals een nagebootste auto op de kermis of in de supermarkt. De innerlijke zelfvoorstelling kan dan makkelijker worden gecombineerd met de waarneming van een nagebootste buitenwereld. Het kind kan nog een stap verder zetten en zich ook de uiterlijke verschijning aanmeten die past bij de rol die het speelt. Het gaat dan over tot zichzelf verkleden en zichzelf bekijken in de spiegel. Daarmee is de 'immersion' in een nagebootste wereld voltooid.

Merken we wel op dat niet alle objecten die in het spel worden betrokken mimetische media zijn. Een kind dat een bezem gebruikt als stuur, gebruikt alleen maar een hulpmiddel om de bijbehorende handelingen te kunnen stellen. Dat geldt ook voor de bezem tussen te benen die het makkelijker moet maken om de rol van ruiter te spelen. Gombrichs hobby horse is in die zin inderdaad 'a substitute for a horse', maar daarom nog geen 'image' - geen beeld - ervan. Pas de noodzaak om ook de uiterlijke wereld in de voorstelling te betrekken, leidt ertoe dat het kind uiteindelijk de bezem vervangt door een nagebootst hobbelpaard - een echt beeld. De nagebootste objecten zijn niet altijd driedimensionaal zoals poppen, auto's, treinen, schminktafels: in plaats van in een driedimensionale auto op de kermis kunnen kinderen ook plaatsnemen voor een scherm waarop het parcours dat het met de auto aflegt is te zien terwijl het zelf in een driedimensionale stoel zit met stuur.

De noodzaak om de innerlijke voorstelling tot waarneembare werkelijkheid te maken wordt dringender als het kind ook medespelers in zijn spel betrekt. Dan moeten er minstens afspraken worden gemaakt - 'wij waren twee heksen': dat kan worden beschouwd als een 'algemeen voorstellingopwekkend teken' dat aanzet tot overigens mediumloos fantaseren. De kinderen voeren vervolgens de handelingen uit die horen bij de rol die ze zich innerlijk voorstellen. Zo kunnen ze volstaan met het maken van het gebaar waarmee ze een pad in een ingebeelde kookpot gooien. In een tweede fase gaan kinderen over tot het gebruik van objecten die het verrichten van de spelhandelingen vergemakkelijken: hulpmiddelen, waarover ze afspraken maken zoals 'die stokjes waren de giftige slangen en die steentjes de padden' (om even aan te sluiten bij het voorbeeld van Watson: 'boomstronken zijn beren'). Die hulpmiddelen kunnen bijkomend fungeren als een soort voorstellingopwekkende tekens als kinderen zich voorstellen dat het padden zijn. In een volgend stadium vervangen kinderen deze hulpmiddelen door volwaardige, waarneembare beelden van objecten, medespelers, en de omgeving: een echte kookpot om heksensoep in te koken met echte planten (of speelgoedpadden) in het kolenhok dat lijkt op een heksenhol. Vermits ze nu elkaar als toeschouwer hebben, maken ze voor elkaar ook deel uit van de uiterlijk waarneembare werkelijkheid: het volstaat niet langer de handelingen te stellen die horen bij de rol, ook de uiterlijke verschijning moet worden aangenomen.

In beide gevallen ontstaat er een breed continuüm van mediumloze voorstelling, over mediumhebbende voorstelling, naar waarneming van een uiterlijke beeld: van ruiter spelen door op- en neer huppelend rond te lopen met de handen aan imaginaire teugels, over ruiter spelen met tussen de benen een stok die al dan niet is voorzien van een paardenkop, over zitten op een schommelpaard of een paard op de kermismolen, over zitten op een op- en neerbewegend paard voor een scherm waarom de af te leggen weg wordt geprojecteerd, tot aantrekken van cowboykleren. Zowel het zuivere fantaseren, als de verschillende overgangsvormen waarin fantasie wordt vermengd met hulpmiddelen of onmiddellijke beeld, zijn dus vormen van mimesis.

De combinatie van voorstelling en werkelijkheid laat toe dat elke dimensie van de werkelijkheid die niet als beeldmedium kan dienstdoen, door de fantasie wordt aangevuld. Dat geldt niet alleen voor de medespelers en de attributen, maar ook voor het beeldsubject: dat kan hier ook met zijn eigen lichaam in beeld verschijnen, waarbij diverse dimensies van dat zelf kunnen zijn voorgesteld of waargenomen: het kind dat Smeagol speelt, kan zich voorstellen welke kwade bedoelingen het heeft, hoe verkleumd het wel niet is bij zijn tocht door de sneeuw, daarbij tegelijk de typische stem waarnemen die het zelf nabootst, en over het hoofd zien dat het een jeugdige en welgevormde visuele verschijning heeft. Het kan daarbij gaan om een zelfopvoering zoals in de droom (het kind als brandweerman), dan wel om de opvoering van een personage (Smeagol).


CONCLUSIE

De meest populaire combinaties zijn hier

- stilstaand visueel beeld met geschreven voorstellingopwekkende tekst of titel.
- mimetische muziek met voorstellingopwekkende woorden
- onmiddellijke verbaal beeld (dialoog) met voorstellingopwekkende woorden

Dat zijn niet toevallig de combinaties waarin de zintuiglijke en/of technische eigenschappen van de media samenvallen.


 
 
ontdek
mijn nieuwe e-boek:


zelfomslag

het zelfbeeld
tussen spiegel en dagboek