het beeld: mimesis herbekeken
deel VIII: oneigenlijk begrip van het beeld (2)
begrip van het beeld in termen van verwante domeinen
 

hoofdstuk 7

beeld en expressie


INLEIDING

Nadat in de vorige hoofdstukken onze aandacht uitging naar tegenstellingen van het beeld zoals het gevonden en gemaakte werkelijke, het voor werkelijk gehouden beeld, en het teken, en nadat we in hoofdstuk zes het spel hebben behandeld, dat wel geen tegenstelling is van het beeld, maar er niettemin van verschilt zoals de productie van het product, zullen we een laatste fenomeen behandelen dat evenzeer van het beeld verschilt, al lijkt het er vaak mee samen te vallen: het zich uitdrukken, de expressie.

Al werden kunstwerken van oudsher begrepen in termen van nabootsing, een concurrerende opvatting is dat ze 'expressies' zouden zijn, middelen om uit te drukken wat in het innerlijk van de kunstenaar leeft. Naarmate het mimesismoment bij het definiŽren van kunst naar de achtergrond verschoof, drong het expressiemoment naar de voorgrond. Dat gebeurde al vanouds in de theorieŽn over de verbale expressie - de retoriek. Een nieuwe impuls kreeg de expressietheorie wanneer in de Renaissance, ironisch genoeg onder invloed van de theorie van mimesis uit de oudheid, de mimetische zang werd ontwikkeld - de zgn. Stile rappresentativo. Men begreep deze zang niet als de auditieve nabootsing van een personage dat zich uitdrukt, maar als auditieve expressie kortweg - als middel om gevoelens uit te drukken. Die interpretatie werd versterkt door de opkomst van de absolute muziek, die, als woordloze muziek, werd begrepen als een taal sui generis, waarmee de componist zich uitdrukt. Maar ook in de schilderkunst gaat al sedert Vasari de aandacht uit naar schetsen, omdat we daarin voeling krijgen met het karakter en de gemoedstoestand van de kunstenaar tijdens het maken van een beeld. In de literatuur krijgt de theorie vaste gestalte bij figuren als Tolstoj. De opvatting van kunst als expressie wordt gethematiseerd door Benedetto Croce (L'Estetica come scienza dell'espressione e linguistica generale', 1902), en door Collingwood ('Principles of Art', 1938).

Wijzen we er al bij voorbaat dat we het hier hebben over het beeld als expressiemiddel, niet over expressieve beelden: over het verschil tussen beide hebben we het uitvoerig hieronder.


EXPRESSIE

Expressie - zich uitdrukken - kan worden omschreven als het geven van een door derden waarneembare vorm aan mentale inhouden, om het 'veruiterlijken' ervan. De mentale inhouden kunnen gedachten zijn, maar ook gevoelens. Gedachten worden uitgedrukt door woorden, gevoelens ook door woorden, maar in eerste instantie door mimiek, gebaren en houdingen, evenals door de prosodie van het spreken. Vele van deze (natuurlijke, gevonden) expressies worden verfijnd door expressiedesign. Daar zijn om te beginnen alle vormen van taaldesign (poŽtisch taalgebruik, retoriek). Zoals we al zagen in II, 3 kan de auditieve expressie (inclusief die van de prosodie) worden losgekoppeld van de stem en overgedragen op instrumenten - van het slaan op schilden van oorlogszuchtige krijgers tot vele vormen van (gezongen en/of instrumentele) muziek als auditieve expressiedesign. Naast de auditieve expressiedesign is er ook de visuele: schminken, kleren, manieren van bewegen (van marcheren tot dansen), en de van het lichaam losgekomen design van meubels, interieurs, architectuur, auto's, en zeiljachten.

Tot de expressies kunnen we met het nodige voorbehoud ook expressies rekenen in metaforische zin: de 'uitdrukking' van objecten - van lachende bloemen, over droefgeestige landschappen en treurwilgen, tot majestueuze bergen en desolate industrieterreinen.

Merken we op dat alle expressies tekens zijn, al zijn niet alle tekens expressies. Alles wat we in VIII, 4 en 5 over tekens beweerden, geldt dus ook voor expressies. Maar vermits expressies een bijzonder soort tekens zijn, moet onze aandacht in dit hoofdstuk vooral naar die bijzonderheden uitgaan.


BEELD EN EXPRESSIE

Dan is duidelijk dat zich uitdrukken wel aanleiding is tot het ontstaan van een uitdrukking, maar niet van een beeld. Een verbale mededeling en een kreet van vreugde zijn echt, net zoals een glimlach, een gebalde vuist, of een trotse houding.

Wel is het mogelijk om een beeld te maken van personen (of objecten) die zich uitdrukken (al dan niet in metaforische zin): van de glimlachende Mona Lisa, over de klagende Arianna en de filosoferende Hamlet, tot desolate gezichten op ijsschotsen.

Tevens kan - zoals we al bespraken in VIII, 5 - het maken, tonen, of omgaan met een beeld een uitdrukking zijn: van ons medeleven met het lijden van Christus, over ons begeren van het erotische lichaam, tot onze verontwaardiging over sociaal onrecht. En uit VII, 2 weten we dat het gezamenlijk omgaan met beelden een middel is om zich te uiten als lid van een gemeenschap. Het maken van een beeld is dus evenzeer uitdrukking van ons verlangen om ons medelijden, onze begeerte, of onze verontwaardiging te delen. Ten slotte, kan het tonen van een beeld nog uitdrukking zijn in zoveel andere opzichten: denk aan het signaleren van status of rijkdom, vooral als het om kostbare kunstwerken gaat.

Al kan het beeld dus een uitdrukking zijn, niet alle uitdrukkingen zijn beelden. En al zijn er beelden van uitdrukkingen, heel wat uitdrukkingen zijn echt. Reden genoeg dus om beeld en uitdrukking niet als synoniemen te beschouwen.


BRON VAN VERWARRING (1): DE TERM KUNST

Een ingrijpende bron van verwarring is hier alweer de term "kunst'. Zich uitdrukken is immers een kunst, maar, zoals we intussen al in den treure hebben herhaald, de kunst van het zich uitdrukken is een andere kunst dan de kunst van het maken van beelden (al zijn die beelden vaak beelden van uitdrukkingen).


BRON VAN VERWARRING (2): TENTOONSTELLEN EN OPVOEREN

De indruk dat zich uitdrukken 'kunst' is, wordt alleen maar in de hand gewerkt doordat vele uitdrukkingen met nadruk worden tentoongesteld of opgevoerd: denk aan marcheren of dansen, het uitpakken met auto's en kleren, het demonstreren van zijn taalvaardigheid, en ga zo maar door. Maar het is niet omdat iets wordt tentoongesteld of opgevoerd, dat het daarom een beeld is.


BRON VAN VERWARRING (3): ESTHETISCHE ERVARING

Dat uitdrukkingen of zich uitdrukkende mensen worden tentoongesteld of opgevoerd, komt omdat ze als geen ander fenomeen esthetische ervaringen opwekken. Maar we weten inmiddels dat iets niet tot beeld wordt omdat het esthetische ervaringen opwekt.


BRON VAN VERWARRING (4): HET BEELD ALS UITDRUKKING VERSUS DE UITDRUKKING VAN ORIGINEEL IN HET BEELD

We wezen er al in VIII, 5 op dat het het maken, tonen, of omgaan met een beeld een 'spreken' kan zijn - een uitdrukking - en dat de uitdrukking van degene die het beeld maakt, toont, of ermee omgaat, niet de uitdrukking is van het origineel in het beeld.

Het is van groot belang om beide momenten duidelijk te onderscheiden: degene die het beeld maakt, toont, of ermee omgaat, drukt zich uit door een origineel te tonen dat zich uitdrukt. Want velen houden de uitdrukking van het origineel voor die van de kunstenaar. Die misvatting kan zo gemakkelijk ingang vinden omdat vele beelden worden opgevoerd. De uitvoerders - de acteur, de lyrische dichter, en de zanger - lijken dan zelf de gevoelens uit te drukken die ze spelen. De verwarring is nauwelijks te vermijden als de uitvoerder zelf het origineel is, zoals wanneer de dichter zijn eigen ik-lyriek zou voordragen. Maar noch de acteur die Hamlet speelt, noch de zangeres die de Lamento van Arianna zingt, noch de dichter die eigen lyriek voordraagt, drukken uit wat ze op dat moment zouden voelen, mochten ze niet bezig zijn met uitvoeren: ze drukken alleen maar uit wat Hamlet en Arianna of zijzelf op een vroeger tijdstip worden geacht te voelen. Dat geldt ook voor de kunstenaars die de uit te voeren (of te tonen) beelden maken: de schilders, componisten, of schrijvers hebben tijdens het schilderen, componeren, of schrijven niet de gevoelens of de gedachten van de personages die ze in beeld brengen.

Een andere reden waarom die misvatting zo gemakkelijk ingang kan vinden, is omdat degenen die een gevoel willen uitdrukken dat vaak doen door het maken van of het omgaan met een beeld van een origineel dat hetzelfde gevoel uitdrukt - denk aan 'De schreeuw' van Edvard Munch. Maar dat is niet altijd het geval: vaker laten ze het origineel in het beeld het ene gevoel uitdrukken om erop te kunnen reageren met een ander. Zo laten ze Christus zijn lijden niet uitdrukken om mee te lijden, maar om medelijken op te wekken; of zo laten ze de aardappeleters hun miserie uitdrukke, niet om zich ook miserabel te voelen, maar om verontwaardigd te kunnen zijn.

Door geen onderscheid te maken tussen de expressie van het origineel en de expressie van degenen die het beeld maakt, toont, of ermee omgaat, gaan alle expressietheorieŽn de mist in: met de gevoelens van het origineel (neem: Tristan) schrappen ze het beeld en herheiden zo het beeld tot uitdrukking (alsof het niet Tristan was die voor Isolde zong, maar Richard Wagner voor Mathilde Wesendonck) - exemplarisch bij Susanne Langer en Peter Kivy.


BRON VAN VERWARRING (5): EXPRESSIE VERSUS TRANSMISSIE
To evoke in oneself a feeling one has once experienced, and having evoked it in oneself, then by means of movements, lines, colors, sounds, or forms expressed through words, so to convey this that others may experience the same feeling - this is the activity of art.
(Lev Tolstoj)

In combinatie met het over het hoofd zien van het onderscheid tussen de expressie van degene degene die het beeld, maakt, toont, of ermee omgaat en de expressie van het origineel in het beeld, leidt deze misvatting tot een derde misvatting: dat het de kunstenaar is die doorheen het beeld zijn gevoel overbrengt in de ziel van de luisteraar, waarbij het beeld niet begrepen wordt als een origineel dat zich uitdrukt, maar als een uitdrukkingsmiddel op dezelfde voet als de klanken van de taal, de kleuren van een blos, of de figuren van een gebaar - te weten Tolstojs: 'movements, lines, colors, sounds, or forms expressed through words'.

Zoals gezien is dat een heel ontoereikende manier om te beschrijven hoe degene die het beeld maakt of toont zijn medelijden, begeerte, of verontwaardiging wil uitdrukken door het maken van een beeld van de lijdende Christus, de mooie Venus, en de hongerige aardappeleters, in de verwachting dat degenen die met het beeld omgaan zijn medelijden, begeerte, of verontwaardiging met hem zullen delen (groepsbinding, VII, 2). Dit proces waarbij een een gevoel wordt uitgedrukt door een beeld te maken van iemand die gevoelens uitdrukt, wordt verkeerd begrepen als een proces waarbij een gevoel wordt uitgedrukt in klanken of kleuren of woorden, die dat gevoel overbrengen op de degenen die met het beeld omgaan. Dat overbrengen is tezeer gedacht naar het overbrengen van informatie waarbij een gedachte wordt uitgedrukt in woorden, die weer tot gedachte worden in het hoofd van een luisteraar. Dat het hier gaat om een verkorte lectuur valt minder op als de maker of toeschouwer zich uitdrukken door zich te identificeren met het gevoel van het origineel in het beeld, zoals in de schreeuw van Munch. Maar ook als de gevoelens van het origineel dezelfde zijn als die van de maker en de toeschouwer, blijft gelden dat de maker zijn gevoelens alleen kan delen met de toeschouwer door de gevoelens van het origineel in het beeld te tonen.


BRON VAN VERWARRING (6): RELATIE TUSSEN INNERLIJK EN UITDRUKKING

De expressie is een uiterlijk teken voor een innerlijk gebeuren. Velen schakelen deze relatie gelijk met de relatie tussen beeld en origineel. Dat is vooral het geval in de muziektheorie die sedert de Renaissance de muziek beschouwt als een uiterlijk beeld (nabootsing) van innerlijke gevoelens. Vermits gevoelens zelf geen klanken zijn, lag het voor de hand om dat 'beeld zijn van' - die nabootsing - te begrijpen in termen van teken: als analogie (Arthur Schopenhauer, Susanne Langer). Die benadering is alleen maar koren op de molen van degenen die het beeld willen begrijpen in termen van het teken.

Het zal inmiddels duidelijk zijn dat deze benadering fout is. Wat ook de relatie moge wezen tussen lachen of en de bijbehorende gemoedstoestanden, lachen of wenen zijn geen beelden van die gemoedstoestanden, maar tekens ervoor. Net zoals bij alle tekens, kan de relatie tussen gemoedstoestand en de uitdrukking ervan willekeurig zijn of gemotiveerd (zoals we inmiddels weten: door identiteit, mimetische gelijkenis, of door analogie). Te onderscheiden van de uitdrukkingen zelf zijn de beelden van die uitdrukkingen - beelden van de klagende Arianna. Zoals alle beelden zijn die beelden slaafse nabootsingen van de auditieve verschijning van de bijbehorende (veelal geÔdealiseerde) originelen.


AFRITTEN UIT DE WERELD VAN HET BEELD (1): VAN MIMETISCHE NAAR NIET-MIMETISCHE ZELFEXPRESSIE


Nadat we dus duidelijk het verschil hebben aangegeven tussen beeld en expressie - tussen nabootsen en 'uitdrukken' - en hebben gewezen op mogelijke bronnen van verwarring, komt het erop aan te tonen hoe het gebrekkige begrip van het beeld ertoe leidt dat het beeld wordt verkort tot pure expressie (van de maker of de uitvoerder) die dan niettemin wordt verkocht als kunst (van het maken van beelden).

De stap van visueel beeld naar visuele expressie wordt gezet als de kunstenaar de sporen van zijn expressieve gebaren op het doek nalaat (bv. Franz Kline) of als dansers zoals die van Pina Bausch of De Keersmaecker overgaan tot het opvoeren van expressieve bewegingen die niet langer de bewegingen zijn van na te bootsen personages, maar van de dansers zelf.

De stap van muzikaal auditief beeld naar auditieve expressie wordt gezet als muzikanten overgaan tot het produceren van (gezongen of gespeelde) auditieve uitdrukkingen (inclusief het demonstreren van virtuositeit) die niet langer de nabootsing zijn van een of ander personage, maar van henzelf. Dat is de regel bij improvisatie (bij uitstek Free Jazz).

De stap van verbaal auditief beeld naar verbale auditieve expressie wordt gezet als de spreker niet langer een personage nabootst, maar zichzelf utidrukt (door woorden en/of puur auditieve uitdrukkingen), zoals het geval is bij allerlei vormen van 'live' zelfexpressie zoals die van Johnny de Selfkicker en Simon Vinkenoog). Dat er sprake is van een sprong naar gewoon discursief/expressief gebruik van de taal wordt dan al te makkelijk verdonkeremaand door het 'poŽtisch taalgebruik' of 'poŽtische lay-out' bij gedrukte versies (zoals besproken in VII, 5).

De overgang wordt vergemakkelijkt door het succes van de hieronder te bespreken 'performance', die evenzeer een sprong van mimesis naar werkelijkheid inhoudt.


AFRITTEN UIT DE DE WERELD VAN HET BEELD (2): EXPRESSIEF OPLADEN VAN DE PRODUCTIEVE DAAD BIJ VISUELE NABOOTSING


Een tweede kanaal langs waar het beeld tot echte expressie kan worden is het verschuiven van de aandacht van het product naar de productie bij beelden die niet moeten opgevoerd, maar die pas beschikbaar zijn na de productie (beeldhouwwerken, schilderijen, tekeningen). De kunstenaar kan immers wat hij voelt tijdens de productie kenbaar maken door de manier van tekenen of schilderen in zoverre die sporen nalaat in het eindproduct: de driftigheid van de toets, de elegantie van de lijnvoering, enz. We vinden deze opvatting over het maken als zelfexpressie al vroeg - sedert Vasari - in de schilderkunst, en betekenisvol genoeg in de context van schetsen. Geleidelijk verschuift deze vorm van zich uitdrukken van de schetsen naar de 'afgewerkte' schilderijen. Bij postimpressionisten als Van Gogh breekt de 'expressieve toets' in volle omvang door. Lange tijd blijft de reŽle expressie van de kunstenaar verdicht met de opgave om een origineel na te bootsen (dat zelf al dan niet expressief is). De verdichting komt tot zijn hoogtepunt als het origineel een zelfportret is: reŽle zelfexpressie en expressie van het origineel in het beeld vallen dan samen. Maar vanaf Pollock begint het beeldelement te verdampen, zodat het schilderen tot pure zelfexpressie wordt - die niet langer behoort tot de kunst (van het maken van een beeld). In een eerste fase gaat, ten gevolge van de schilderkunstige oorsprong van de 'action painting', de aandacht nog uit naar het spoor van de expressieve handeling - het 'schilderij' (Pollock, Kline, Nitsch). Maar op de duur verschuift de aandacht naar de daad zelf, die dan wordt losgekoppeld van het schilderen, en tot om het even welke expressieve daad kan worden. Dat resulteert dan in een nieuwe vorm van zelfexpressie (of gewoonweg zelfopvoering): de performance als de pure 'zelfexpressie' van de kunstenaar.


OPRITTEN NAAR DE WERELD VAN HET BEELD:

Na de opkomst van de performance worden andere, meer gebruikelijk vormen van zelftentoonstelling of zelfopvoering tot beeld gepromoveerd: gewoon dansen, modeshows, striptease enz. worden als vormen van design des te gemakkelijker tot het beeld gerekend naarmate ze ook nog als 'expressief' worden ervaren.


MENGING

Nadat we dus duidelijk het verschil hebben aangegeven tussen beeld en expressie, en hebben beschreven hoe het beeld tot pure expressie kan worden, komt het erop aan te tonen hoe beide kunnen worden gemengd

Een eerste vorm van menging is principieel; bij wellicht elk beeld is het maken, tonen, en omgaan ermee een uitdrukking van degene die het maakt, toont, of ermee omgaat, die zich voegt bij de uitdrukking van het origineel in het beeld.

Een veel voorkomend voorbeeld van menging zijn alle beelden waarin duidelijk de sporen van het maken zijn te zien die expressief zijn - exemplarisch in de al vermelde tekeningen. Die expressie van de toestand van de kunstenaar tijdens het maken, voegt zich bij de uitdrukking van het origineel in het beeld.

Ten slotte zijn er ook de vele gevallen waarbij degene die het beeld maakt zijn gevoelens uitdrukt - voor toeschouwers op andere plaatsen en/of in andere tijden - door een beeld te maken van zichzelf bij het uitdrukken van die gevoelens - zoals de regel is bij het maken van een zelfportret of een selfie.


CONCLUSIE

Na het 'verwerkelijken', het 'verdesignen', het 'veridoliseren', het 'vertekenen', en het 'verspelen' van de kunst is er dus ook nog een zesde manier om de uitdaging van het maken van beelden uit de weg te gaan - een zesde uiting van het mimetisch taboe: de 'veruitdrukken'' ervan.


SAMENVATTING


Zich uitdrukken is een uiterlijk waarneembare gedaante produceren voor gedachten en gevoelens. Dan is duidelijk dat een beeld wel kan worden gebruikt om iets uit te drukken, maar dat het als zodanig geen uitdrukking is, hoogstens het beeld van een uitdrukking. Er is dus een verschil tussen het beeld als uitdrukking van degenen die het maakt, toont, of ermee omgaat, en de uitdrukking vn het origineel in het beeld. De verwarring tussen beide leidt ertoe dat vele vormen van niet-mimetische expressie als beeld worden ervaren. Beeld en expressie worden vaak gemengd, maar dat mag geen reden zijn om ze met elkaar gelijk te schakelen.


 
 
ontdek
mijn nieuwe e-boek:

zelfomslag

het zelfbeeld
tussen spiegel en dagboek