het beeld: mimesis herbekeken
deel II: domeinen van het aanschouwelijke

hoofdstuk 8: het domein van de innerlijke waarneming



INLEIDING: HET BEGRIP INTEROCEPTIE

Tegenover exteroceptoren - zintuigen die de buitenwereld waarnemen - en de 'liminoceptoren' die we in vorige hoofdstuk introduceerden, staan de interoceptoren - de zintuigen die de binnenwereld of de 'innerlijke wereld' waarnemen.

Om misverstanden te vermijden, moet hier duidelijk gesteld dat interoceptie niet mag worden verward met de zelfwaarneming, en zeker niet met proprioceptie in de zin van de interoceptieve waarneming van (de houding van) het eigen lichaam. Bij elke waarneming van de buitenwereld - exteroceptie - nemen we niet alleen de buitenwereld waar, maar ook het waarnemende subject: we zien immers niet alleen de voelende hand, maar ook - zij het dan vanuit een vogelperspectief - het voelende subject. Bij afstandszintuigen zijn beide waarnemingen ruimtelijk gescheiden, maar bij contactzintuigen vallen ze samen: de voelende hand voelt niet alleen het gevoelde object, maar ook zichzelf. Ook ervaring van pijn en jeuk, voor zover veroorzaakt door objecten uit de buitenwereld, behoren tot deze dubbele categorie. Niet alleen bij waarneming van de buitenwereld, maar ook bij die van de binnenwereld is er zo'n splitsing: gedachten en visuele beelden worden waargenomen vanuit een innerlijk oor en oog, gevoelens worden ter plaatse waargenomen, ongeveer zoals tastervaringen; onder centrale supervisie van het derde oog. Zelfwaarneming in zin van de waarneming van het waarnemend subject, hoort dus wezenlijk bij waarneming als zodanig. Ook in de zin van zelfwaarneming als de waarneming van alle verschijningen van het eigen lichaam vallen interoceptie en proprioceptie niet samen: het ik kan zowel de uiterlijke verschijning van zichzelf zien en horen als de innerlijke verschijning. Dan is duidelijk dat we de term 'proprioceptie' beter laten vallen (tenzij dan in de enge zin van waarneming van de positie van lichaam). Interoceptie verschilt van exteroceptie doordat ze alleen waarneemt wat binnen het lichaam gebeurt, terwijl exteroceptie alleen waarneemt wat buiten het lichaam gebeurt. We noemen deze zintuigen 'innerlijk', omdat we onszelf als visueel lichaam bevinden als zichtbaar object tussen andere, zodat heel wat zelfwaarnemingen te situeren vallen onder het oppervlak van de huid - in ons 'innerlijk'. Randgevallen daarbij zijn waarneming van de buitenwereld die zich binnen het lichaam bevindt: waarnemingen van lichaamsvreemde objecten in het spijsversteringskanaal: eten in de mond en de slokdarm, volle maag, winden in darmen, volle blaas (urine is weldra uiterlijk), evenals de waarneming van lucht in de longen.

Laat ons dan even opsommen wat tot de interoceptie behoort. Daar horen in de eerste plaats bij alle waarnemingen van het 'stoffelijke' lichaam, inclusief de houding en de beweging ervan. Vervolgens is er de waarneming van organen en hun werking of disfunctie: brandende pijn in de keel, tandpijn, hoofdpijn, steken in de zij. Andere lichamelijke gewaarwordingen zijn vormen van slecht functioneren zoals duizelen, wankelen, geen adem kunnen krijgen, bonzend hart, ineenkrimpende maag, zich koortsig voelen, rillen van de kou, loom zijn van de warmte. Tot deze lichaamsgebonden innerlijke verschijningen behoort ook de waarneming van de lichamelijk gewaarwordingen die gepaard gaan met 'gevoelens': 'hij kromp in elkaar' 'hij verstijfde', 'hij kreeg de krop in de keel', 'ik voelde vlinders in mijn buik', 'het schaamrood steeg hem naar de wangen', 'hij is opgewonden, gespannen, lusteloos'. Naast al deze waarnemingen van het 'stoffelijk' lichaam is er de waarneming van het zogenaamde 'zielenleven'. Daar is om te beginnen de waarneming van algehele 'innerlijke toestanden' die als disposities wel in het 'innerlijk' zijn gesitueerd, maar nog niet (of niet meer) verbonden met een concrete uitvoering door datzelfde lichaam waarmee we actief worden in de driedimensionale werkelijkheid: denk aan de waarneming van behoefte en verlangen (honger, liefdesverlangen), van een 'drift' (niet meer te houden zijn), van het gebiologeerd zijn (zich onweerstaanbaar aangetrokken voelen), van een neiging, de wil of het voornemen om iets te doen, (de deur open willen doen), of het tegendeel daarvan (zich moe, loom of apathisch voelen). Ook het schuldgevoel of spijt en berouw (als dispositie om iets niet meer te doen, als verlangen om het weer goed te maken). Vermits er meerdere driften, neigingen of impulsen zijn, kunnen ze met elkaar in conflict komen (het niet gezegd krijgen). We voelen dan het zich opdringen versus het afremmen of onderdrukken. Tot de innerlijke waarnemingen behoren ook de als herinnering verinnerlijkte waarnemingen van de buitenwereld (melodieŽn die opduiken) - beide worden verenigd in de droom. Maar de verinnerlijkte waarnemingen bij uitstek zijn gedachten. Het denken zelf onttrekt zich aan het bewustzijn: alleen het resultaat ervan wordt waarneembaar als een 'gedachte' in de geest. Een 'gedachte' is een zin (of niet-verbale formule), die ofwel luidop wordt uitgesproken of uitgeschreven ten behoeve van toehoorders of lezers ('To be or not be', waar Hamlet 'luidop' nadenkt), ofwel innerlijk ten behoeve van de denker zelf ("Und er dachte statt dessen: 'Der Mensch kommt in zweien vor. Als Mann und als Frau", Musil II,3, 687). We kunnen onszelf ook aanspreken ('Dat kan je toch niet maken') of bevragen (Und er fragte sich: 'Wie lange ist es schon her, das ich dass zuletzt empfunden habe' (II 3, 287). Het is overigens niet alleen het ik dat zichzelf aanspreekt: het ik kan ook worden aangesproken door het geweten, een oordelend instantie die zich in de eerste plaats als oordelen uitsprekende stem kenbaar maakt.

Zeflwaarneming (van zowel lichaam als ziel) is niet altijd aanwezig, tenminste niet bewust. Soms gaan we zozeer in de waarneming op dat we ons van onszelf niet meer bewust zijn. Dat is ook het geval tijdens de slaap.


WAARNEMING VAN HET INNERLIJKE ZELF ALS GEVOELENS, WIL, VOORSTELLINGEN

Hierboven hadden we vele 'fysiologische' fenomenen moeten hebben beschreven die ten grondslag liggen aan alle specifieke qualia als 'pijn', 'honger', 'wil', de didverse gevoelens en gedachten. We maakten het ons gemakkelijk dooor meteen de qualia te noemen.

Vele daarvan zijn tijdruimtelijk homogeen (waarneming van pijn, honger, drift, gevoel). Andere zijn tijdruimtelijk heterogeen (de keten van visuele voorstellingen, de keten van woorden bij denken).

Het waarnemende subject bevindt zich op de plaats waar de interoceptieve gewaarwordingen zich voordoen: verliefdheid vlinders in de buik, onderdrukt wenen en krop in de keel, honger en knorrende maag, hartkloppingen enz. We plaatsen die wel in een de noumenale visuele innerlijke ruimte, waarin we hoogstens van buitenuit plaatsen kunnen 'aanwijzen' (wijzen naar de plaats waar het hart pijn heeft. Gedachten worden gehoord op de plaats van het innerlijk oor, en voorstellingen op de plaatsen van de overeenkomstige subjecten. Moelijker lokaliseerbaar is het subject van wil en drift, behalve dan in de bijbehorende lichamelijke toestanden, bewegingsimpulsen en expressieve mimiek, gebaren en houdingen.


DE ARBEIDSDELING TUSSEN DE ZINTUIGEN

Interoceptieve waarnemingen zijn geen waarnemingen van multisensoriŽle objecten: ze hebben slechts ťťn zintuiglijke verschijning. Er is hier dus geen innerlijke wereld met meerdere interoceptieve dimensies.

Wel kunnen innerlijke waarnemingen aanleiding zijn tot het produceren van exteroceptief waarneembare uitdrukkingen. Ook gedachten kunnen luidop worden uitgesproken. Maar dat zijn voor buitenstaanders slechts aanleidingen om het bijbehorend innerlijk te construeren - om visuele of auditieve expressies via intersenosriŽle suggestie te lezen. De expressie van woede kan op haar beurt agressieve daden signaleren, maar dat is visuele expressie die visueel gedrag voorspelt, geen intersensorische suggestie die uitgaat van een innerlijke waarneming.

De vierdeling tussen een tastbare wereld onder en achter ons, een visuele wereld voor ons, en een auditieve ether die ons omringt, wordt dus aangevuld niet alleen met geurende wolken die noumenaal in de visuele wereld rond objecten worden gesitueerd en  met de smaaksensatie die in de mondholte wordt gesitueerd, maar ook met een innerlijke wereld die wordt gesitueerd op diverse plaatsen binnen het omhulsel van de huid.


HET INTEROCEPTIEVE SUBJECT EN HET INTEROCEPTIEVE ZELF

Tot het waargenomen interoceptieve zelf behoren alle beschreven waarnemingen. Tot het interoceptie zelf alle plaatsen waar die waarnemingem worden gevoeld, met dien verstande dat we we alle in de noumenale visuele ruimte situeren ten opzichte van ons 'derde oog' dat als hoofdzetel wordt ervaren.


DE WERELD VAN HET INTEROCEPTIEVE (0): HET INTEROCEPTIEF ONWAARNEEMBARE

Alles wat niet in ons niet bewust wordt, en alles wat zich in de buitenwereld afspeelt.


HET DOMEIN VAN DE INTEROCEPTIEVE VERSCHIJNINGEN (1): HET PUUR INTEROCEPTIEVE

Alle beschreven waarnemingen op zich.


DE WERELD VAN HET INTEROCEPTIEVE (2): OPLADEN MET INTERZINTUIGLIJKE BETEKENIS BEZIELDE WEZENS


Vermits de innerlijke wereld monosensorisch is, kan er geen interzintuiglijke oplading zijn.


DE WERELD VAN DE INTEROCEPTIE (3): OPLADEN MET AMPLIFICERENDE BETEKENIS

Alle beschreven waarnemingen worden via de verschillende uitbreidingsmodi verbonden met herinneringen aan andere interoceptieve en exteroceptieve waarnemingen en weten. Dat geldt in de eerste plaats voor vele innerlijke waarnemingen die causaal zijn verbonden met uiterlijke fenomenen (pijn, gevoelens). Dat geldt bij uitstek voor visuele herinneringsbeelden en gedachten, waarvan de betekenis in principe naar de hele werkelijheid kan verwijzen.


HET DOMEIN VAN DE WERKELIJKHEID DAT WORDT BESTREKEN DOOR DE INTEROCEPTIEVE VERSCHIJNINGEN

Via amplificerende oplading kunnen alle waarnemingen van het eigen zelf worden verbonden met haast de hele werkelijkheid.

 
 
ontdek
mijn nieuwe e-boek:


zelfomslag

het zelfbeeld
tussen spiegel en dagboek