|
|
INLEIDING Sjahzamaan
- de man van de onthoofde maagden, die we aan het werk zagen in het
hoofdstuk over promiscuïteit - was tijdens de afwezigheid van zijn broer
Sjahriaar getuigen van het volgende tafereel: 'Opeens zag hij de deur
van de persoonlijke vertrekken van het paleis van zijn broer opengaan.
De echtgenote van zijn broer kwam naar buiten, te midden van twintig
slavinnen, tien blanke en tien zwarte. Ze huppelde als een donkerogige
gazelle. Sjahzamaan keek naar hen zonder dat zij hem konden zien, en zag
hoe ze naar zijn paleis liepen, waar ze onder het raam bleven staan,
zonder hem te zien, want ze dachten dat hij met zijn broer mee op jacht
was. Ze gingen bij de muur zitten en trokken hun kleren uit. Nu bleek
dat het tien zwarte slaven en tien slavenmeisjes waren, allen gekleed
als slavinnen. De tien mannen begonnen de liefde te bedrijven met de
slavenmeisjes. Hierop riep de koningin 'Massoed! Massoed!' en terstond
sprong er een zwarte slaaf uit de boom op de grond. Hij snelde naar haar
toe, tilde haar benen op, vleide zich tussen haar dijen en had
gemeenschap met haar. De tien slaven bedreven de liefde met de
slavenmeisjes, en Massoed met de koningin, en ze hielden pas op toen het
middag werd.' De door ontrouw belaagde Sjahzamaan kon zich voortaan
getroost voelen: ' Ik dacht dat ik de enige was die door deze tegenspoed
werd getroffen, maar nu zie ik dat het alle mensen overkom. ' Dit is
slechts een orgie uit een verhaal. Maar dergelijke orgiën vonden en
vinden ook in werkelijkheid plaats. Dit
historische overzicht laat ons slechts kennismaken met de top van een
ijsberg. Maar het kan volstaan om ons ervan te weerhouden de orgie te
projecteren op 'onbeschaafde"' volkeren of op oermensen. Dromen over de
orgie worden niet alleen verbannen naar de oertijden en vreemde
volkeren, maar ook naar het hiernamaals. De Trobrianders stellen zich
voor dat ze na de dood zullen opgaan in een eindeloze orgie. In sommige
interpretaties (bij voorbeeld die van Sabattai Zevi) belooft de torah
vrije seksuele omgang van allen met allen na de komst van de Messias.
Volgens anderen is er in de joodse hemel geen eten, geen drinken en geen
procreatie. Ook vele vroege christenen moeten orgiastische
voorstellingen hebben gekoesterd over de eindtijden. Ze konden vaak de
komst van de Messias niet afwachten. Wellicht gaat het er uit reactie
daarop in de christelijke hemel heel wat ascetischer aan toe. Zo meende
Origines dat men pas in de hemel zou beveiligd zijn tegen zonde, omdat
vrouwen er niet in worden opgenomen. Zijn stellingen werden driehonderd
jaar later verworpen. Noodgedwongen moesten zich dan wel andere
voorstellingen ontwikkelen: van een hemel met puur optische
aanschouwingvan Gods glorie (Dante), over een hemel waarin ook muziek de
zielen bindt (zoals op Van eycks Lam Gods), tot de meer populaire hemel
van de rijstpap met gouden lepels. Mohammeds paradijs daarentegen bleef
onaangeroerd door dergelijke ascese: er wordt naar hartelust gepaard met
eeuwig frisse meisjes. Ook in de projectie op vijandige gemeenschappen
kan men orgiastische dromen koesteren én veroordelen. Het is daarom vaak
moeilijk te weten te komen of de berichten over orgieën fantasie zijn of
werkelijkheid.
Andere auteurs zien in de orgie een doorbreken van de verdringing die in
het normale leven op seksualiteit rust. Terwijl bij promiscuïteit de
nadruk wordt gelegd op de aantrekkingskracht van de verboden vrucht,
wordt hier eerder de innerlijke druk op de ketel ter verantwoording
geroepen. De enen leggen daarbij de nadruk op een bevrijding van
verboden seksuele handelingen: exhibitionisme, voyeurisme, anale en
orogenitale omgang en sadomasochisme. Anderen beklemtonen het doorbreken
van de 'onderdrukkende' sociale patronen waarin de seksualiteit wordt
beleefd. Sommigen denken daarbij aan het opgeven van de numerieke
beperking van monogamie of polygamie ten voordele van omgang met de
gehele gemeenschap. Anderen denken meer aan het vervangen van opgelegde
heteroseksuele partners. Men kan daarbij kiezen voor partners van
hetzelfde geslacht '(mannelijk of vrouwelijke homoseksualiteit), van
andere leeftijd (pedofilie), van een andere soort (zoöfilie) of ten
slotte aan het opgeven van de vaste huwelijkspartner(s) als zodanig. Bij het doorbreken van verplichte sociale patronen hebben de meeste auteurs niet de harem voor ogen, maar wel het monogame huwelijk. Vermits ook polygamie en promiscuïteit de beperkingen van het monogame huwelijk doorbreken, kunnen ze gemakkelijk worden gelijkgeschakeld met de orgie. Fourier ziet in een orgie ' de nobele opgang van de vrije liefde' en begrijpt ze tevens als 'mariage composé'. Bij mijn weten maken alleen Crawley enWund een duidelijk onderscheid tussen polygamie en orgie. Bij vele andere auteurs wordt de gelijkschakeling van polygamie en orgie in de hand gewerkt door de geschiedenis als katalysator te gebruiken. Tegenover het (vermeende) monogame heden worden dan zowel de orgie als polygamie en promiscuïteit geprojecteerd op de oertijden. Dat verraadt zich in de terminologie. We herinneren ons hoe Bachofen het had over Afroditisch-hetaerische oertijden, die via het matriarchaat overgaan in het Apollinische patriarchaat. Nietzsche vermannelijkt Bachofens schema tot de tegenstelling tussen het dionysische en het apollinische. In zijn Geburt de Tragödie wordt duidelijk uitgesproken wat in Bachofen concept slechts impliciet aanwezig was: de orgiastische interpretatie van de seksuele omgang tijdens de oertijden. Deze klinkt door in alle theorieën over het 'oercommunisme', die zoals gezien grote aanhang kenden sedert Morgan. Het 'gemeenschappelijk bezit van vrouwen' kan immers niet alleen worden begrepen als wederzijdse polygamie, maar ook als orgie. De
gelijkschakeling hechtte zich ook aan andere aanknopingspunten. Vico
stelde zich voor hoe de Giganten in openlucht vrijden in aanwezigheid
van andere mensen en zonder enige schaamte. Deze laatste ontwikkelde
zich pas toen de giganten sedentair werden en zich daarbij terugtrokken
in een hol. Ook Bachofen dichtte de oermensen dergelijke hondse manieren
toe: 'In de vroegste stadia van zijn ontwikkeling kenmerkt de mens zich
niet alleen door volledig vrije omgang, maar ook nog door de
openbaarheid van zijn vrijen. Zoals de dieren bevredigt hij zijn
natuurdrift zonder duurzame band met een bepaald vrouw en onder de ogen
van allen.' Bij Diderot paren de inboorlingen op Tahiti 'zonder
schaamte, onder blote hemel en op klaarlichte dag'. In dezelfde zin
schrijft Krafft-Ebing over primitieven: 'De geslachtsdaad wordt niet aan
de openbaarheid onttrokken en man en vrouw schamen zich er niet voor om
naakt rond te lopen.' Dergelijke voorstellingen over schaamteloos vrijen
in het openbaar kunnen de gelijkschakeling van polygamie en orgie alleen
maar in de hand werken.
Niet alleen met polygamie wordt de orgie gelijkgeschakeld, ook met
promiscuïteit (in onze betekenis van het woord). We wezen er al op hoe
promiscuïteit en 'oercommunisme' door vele auteurs als synoniemen werden
gebruikt. Ook de gelijkschakeling met de orgie is hardnekkig. Maffesoli
beschouwt 'l'amour vagabond' als orgie. Ook Alberoini ziet geen
onderscheid tussen orgie 'vrije liefde' en promiscuïteit. Via de
polyvalente term 'promiscuïteit' worden orgie, wederzijdse polygamie en
promiscuïteit tot één onontwarbaaar kluwen verweven. De vergelijking dringt zich op met commensaliteit, de bij de mensen wijd verbreide gewoonte om gezamenlijk te eten. Om zijn honger te stillen kan men eten in afzondering, maar hongerige mensen voelen de onweerstaanbare neiging om gezelschap op te zoeken. Dit verlangen is zo sterk, dat eenzaamheid vaak de honger verdrijft. Omgekeerd wekt de aanwezigheid van iemand die honger heeft ook de eigen eetlust op. Op dezelfde wijze wekt toeschouwen op andermans vrijen ook de eigen seksuele honger op, en voelt men soms de neiging om in andere seksuele honger op te wekken door zelf zijn vrijen aan hem te tonen. Dit verlangen naar medevrijers verschijnt vaak onder vermomde vorm in het verlangen om in openheid te vrijen of, onder afgewezen vorm, in de angst om te worden begluurd. Eten en vrijen blijken dus besmettelijk te zijn. Deze eigenschap hebben ze gemeen met vele andere activiteiten. Zien roken doet roken, zien drinken doet drinken. Vele mensen blijken niet alléén slaperig te kunnen worden, en geven door geeuwen of andere signalen te kennen dat ze samen willen gaan slapen. Vrouwen die van elkaar houden synchroniseren hun maandstonden. Als ze zanger zijn lied aanheft willen we allen meezingen. Dat
herinnert ons natuurlijk aan de manier waarop communale liefde als feest
wordt gevierd: door gezamenlijk, als opwekkend voorbeeld én als
geïnspireerde nabootser, eenzelfde activiteit uit te voeren. Wat dat
betreft verschilt de seksuele orgie niet van andere feesten, zoals
eetfestijnen, drinkgelagen, gokbijeenkomsten, sportmanifestaties,
lynchpartijen, hooliganisme, collectieve zelfmoord en orgiastische
zelfverminking (zoals bij de priesters van Demeter, de Skoptsen of
rouwende islamieten). De
groepsgewijze uitvoering voegt iets toe aan de bevrediging van wat samen
wordt gedaan. Men geniet ervan dat men samen geniet. Deze lust is
synoniem met de opgang in het 'mystiek lichaam' van de gemeenschap.
Genieten van samen genieten is de wijze waarop de gemeenschap zich
realiseert. pas nu wordt in alle omvang duidelijk wat het werkelijke
verschil tussen tussen polygamie en promiscuïteit enerzijds en de orgie
anderzijds. Maken we onderscheid tussen sociale formatie en de band die
deze formatie blijkbaar houdt, dan geldt: polygamie is een sociale
formatie en de orgie is een band. Of om het vollediger uit te drukken:
terwijl polygamie een seksuele sociale formatie is ('een huwelijksvorm),
die wordt bijeengehouden door een seksuele band (vrijen), is de
gemeenschap een communale sociale formatie, die wordt bijeengehouden
door een communale band (de orgie of het feest in het algemeen). Als
sociale formatie onderscheidt de polygamie zich van andere
huwelijksvormen, zoals monogamie, en van andere sociale formaties, zoals
de gemeenschap. Als band onderscheidt de orgie (die de gemeenschap
bindt) zich van vrijen (dat monogame of polygame paren bindt) en van
zuigen (dat moeder en kind bindt). DRIE PERSONEN, EEN GOD De verwarring tussen de vele vormen van polygamie en promiscuïteit komt inhoudelijk gezien neer op een reductie van communale tot seksuele liefde of omgekeerd. De reductie van communale tot seksuele liefde zien we bij Freud, die zich grotere sociale gehelen alleen maar voorstelt als afstammelingen van de oerhorde. De omgekeerde reductie van seksuele liefde tot communale vinden we bij auteurs als Maffesoli, die stelt dat de seksualiteit in de monogamie in alle opzichten wordt onderdrukt, en dat ze pas tot volledige ontplooiing komt in de orgie. Voor hem is de orgie de uiting van een 'collectief instinct' dat tevens 'sensueel en seksueel' is. Er is niet alleen een onderlinge reductie van seksuele en communale liefde. In het volgende hoofdstuk zullen we kennismaken met de dubbele reductie van parentale en communale liefde tot seksuele liefde in de incest. Deze reducties vinden theoretisch gezien hun wortel in de verwarring tussen morfologie en functie. Freud beschreef hoe eenzelfde gedrag meerdere functies kan dienen: zo dient zuigen nu eens de opname van voedsel, dan weer het realiseren van een (parentale) band. Op dezelfde manier kan coïteren de voortplanting dienen of het binden van een paar. Het verschijnsel vindt zijn evolutionistische wortel in de zogenaamde preadaptatie of evolutionaire traagheid: de evolutie moet bij de uitbouw van nieuwe functies gebruik maken van bestaande organen en gedragingen. Eenzelfde 'vorm' kan daardoor vaak meerdere functies dienen. Ook Lorenz beschrijft in dat verband heel duidelijk hoe het liefdesritueel bij ganzen ontstond uit gedragingen die oorspronkelijk een tegengestelde functie dienden: namelijk agressie uiten; Het is dan ook een voor de hand liggende valstrik om uiteenlopende functies tot elkaar te herleiden, op grond van het feit dat ze gebruik maken van hetzelfde gedrag. De coïtus is ongetwijfeld ontwikkeld om de voortplanting te dienen. In de loop der evolutie kreeg hij echter zeer uiteenlopende nieuwe functies: hij werd tot middel om een paar te binden en zelfs om dominantie te uiten (zoals bij vele bavianen). Men kan dan licht in de verleiding komen om de coïtus te vereenzelvigen met één van deze functies, en daarmee de ene functie te reduceren tot de andere. Omgekeerd kan de seksuele band tussen een paar uit andere onderdelen bestaan dan bevruchting. Lorenz toonde aan hoe bij ganzen het paargedrag ontstaat door ombouw van agressief gedrag (dreigen). Eibl-Eibesfeldt vulde deze stelling aan door erop te wijzen hoezeer ook ander gedrag wordt omgebouwd om seksuele functie te dienen. Bij vele dieren en ook ij de mens speelt gedrag dat is ontleend aan ouderzorg een zeer belangrijke rol (voedingsgedrag: krauwen bij vogels, zuigen en kussen bij de mens). Zo komt het dat éénzelfde paarband wordt gerealiseerd door uiteenlopende gedragingen zoals kussen, strelen, coïteren, krauwen, vlooien of triomfgeroep. Bij dieren die wél in paren leven, maar die geen coïtale bevruchting kennen (vele vissen) kan de coïtus al helemaal geen deel uitmaken van de paarband. Het is bekend hoe Freud
de relatie tussen ouders en kinderen begrijpt in seksuele termen. Het is
een feit dat de parentale en de seksuele band bij de mens vaak gebruik
maken van dezelfde gedragingen: kussen (van de mond én de borst),
omhelzen, strelen enzovoort. Dat laat echter niet toe te besluiten dat
de parentale band seksueel is. Om dezelfde reden kan men uit het feit
dat de orgie zich bedient van gedragingen die ook bij vrijen worden
gebruikt, niet de conclusie trekken dat de communale band seksueel is.
Freud reduceert op grond van gelijkenissen tussen het gedrag waaruit de
parentale, seksuele en communale band zijn samengesteld, tot een
identiteit van (seksuele) functie. Ongetwijfeld zijn de drie personen
één god. Maar de naam van de Ene God is niet libidosexualis, maar Eros,
liefde in het algemeen. En de drie personen heten: seksuele, parentale
en communale liefde.
DIE
GEBURT DER MUSIK AUS DEM GEISTE DER ORGIE De
morfologische gelijkenis tussen gedragingen die meerdere functies
dienen, zijn overigens slechts oppervlakkig. zowel organen als
gedragingen worden immers omgebouwd als ze een nieuwe functie krijgen
toebedeeld. Heel vaak worden onderdelen van het ene gedrag ingebed in
nieuwe reeksen. Zo krijgt het kind zat zich voorbeeldig gedroeg een kus
(op de wang of het voorhoofd). Bij de opvoeding is deze kus (op het
voorhoofd) de afsluiting van een keten, terwijl bij het vrijen de kus
(op de lippen),een andere keten inluidt. Het zal dan ook niet overbodig
blijken te onderzoeken hoe het seksuele vrijen wordt omgebouwd bij zijn
onderschikking aan de orgie. Dit
euvel wordt vermeden in de meest gebruikelijk en meest volmaakte variant
van deze vorm van orgie: deze waarbij vele paren paarsgewijs en
simultaan vrijen. Pas wanneer naast de penis ook nog andere uitsteeksels
worden gemobiliseerd, zoals tong en vingers, en naast de vagina ook nog
andere openingen, zoals de mond en de darmuitgang, kunnen andere
combinaties worden gevormd dan paren. Meerdere mannen kunnen één vrouw
penetreren of één man meerdere vrouwen. Of er kunnen kettingen worden
gevormd met alle mogelijke geslachtelijke combinaties: kettingen met
cunnilingus en fellatio ('swallow the leader') of de mannelijke
treintjes beschreven door Burton. een tweede methode om de beperkingen
van het paar te doorbreken is zelfbevrediging. Vele mannen en/of vrouwen
masturberen dan gezamenlijk. Aan dit euvel kan pas goed worden verholpen door met de perverse trend tegen de stroom op te roeien: van het orgasme weg naar de auditieve, visuele of tactiele voorstadia erop. De communie van de seksuele opwinding is beter geschikt voor de orgie dan die van de seksuele ontlading. Seksuele opwinding laat immers gelijktijdigheid toe, evenals gemeenschappelijk toeschouwen op de onderlinge vertoning. Het standaardvoorbeeld van deze oplossing is de sensuele dans met contact zowel van handen tot lichaam, als van lichaam tot lichaam. De meest gebruikte vorm daarvan is de paarsgewijze dans. Er zijn echter ook varianten waarbij één vrouw met vele mannen danst en omgekeerd, of varianten waarbij kettingen worden gevormd (lambada), evenals tenslotte de versies waarbij allen zich tegen elkaar aandrukken (zie ook de tactiele 'spelletjes' bij de Trobrianders). Bij
deze eerste, tactiele vorm van perverse orgie herhaalt zich echter op
een ander niveau het probleem dat men het contact verliest met de
overige leden van de gemeenschap. Tactiel contact is immers kwantitatief
beperkt, net zoals het genitale contact. Met de handen kan men hoogstens
twee mensen aanraken, en met het lichaam hoogstens een paar. Wie zich
verbonden wil weten met meerdere anderen, zal dan gebruik moeten maken
van zijn afstandszintuigen en naar de anderen moeten kijken of
luisteren. Maar uitgerekend bij tactiel contact duikt de neiging op om
de ogen te sluiten. Contact met de andere deelnemers kan dan alleen
worden gerealiseerd door te luisteren naar het ritme van de
synchroniserende muziek. Deze maakt de tactiele aanraking tot simultane
beweging van alle leden van de gemeenschap. Wat de dans tot
gemeenschapsband maakt, is dan niet meer de seksuele tactiliteit, maar
de communale simultaneïteit. De nadruk verschuift van het genot van de
vrijbewegingen naar het genot van samen te bewegen als zodanig. Herstel
van de seksuele betekenis moet dan ook leiden tot doorbreken van het
ritme. Ook hier ontstaat morfologisch gezien een nieuwe verbinding
tussen tasten en luisteren, die bij seksualiteit niet voorkomt. Bij het
vrijend paar stuurt immers niet een ritme, maar het geluidloze strelen
van de ene partner dat van de andere. Pas
verbreken van de wederzijdsheid blokkeert de inperking tot het paar en
maakt de vorming mogelijk van een gemeenschap. Pas de uitverkorene die
haar schoonheid alleen maar toont, zonder zelf te kijken, kan worden
bekeken door een grote massa die zelf niet toont, maar alleen toekijkt.
Ook dan ontstaat er een nieuwe probleem. Allen zijn wel geboden doordat
ze samen kijken, maar ze kijken naar eenzelfde schoonheid, niet naar
elkaars kijken. De gemeenschap zelf wordt dus niet waargenomen. Dat
wordt opgelost door tussenkomt van het hoorbare: applaus, fluiten,
commentaren tijdens of na de vertoning, waarbij de voyeurs - alweer:
auditief - contact met elkaar onderhouden. De gelijkenis met de
activiteit in de amfitheaters en schimmentheaters, zoals we die
beschreven in 'De mooie vrouw' is misleidend. Het verschil bestaat erin
dat het 'orgiastisch' tonen en bekijken niet bedoeld is als verleiding.
Daaraan wordt, principieel, verzaakt. In plaats daarvan verschijnt het
gemeenschappelijk genot van het kijken. Voor het verzaken aan de
verleiding compenseert een bijzondere versie van dit ritueel, waarbij
allen kijken naar één vrouw die wordt benaderd en betast door vele
mannen. De
perverse vormen van orgie culmineren noodzakelijkerwijze in de tactiele
of visuele dans; Bij dit soort dans wordt de gemeenschap uiteindelijk
gerealiseerd door het synchroniserende ritme van de muziek. De visuele
en tactiele elementen worden door deze synchronisatie gedesksualiseerd,
net zoals voor het orgasme dat visuele vertoning werd. Bij
zijn opgang in de communale orgie wordt het vrijen gedeseksualiseerd
door simultaneïsering. Daardoor wordt de horizontale as van de seksuele
liefde steeds verder gekromd. Uiteindelijk neemt ze de plaats in van de
communale liefde op de omtrek. Dit proces werd uitgetekend in de
schema's bij de inleiding van dit hoofdstuk. De seksualiteit laat zich haar onderschikking onder het primaat van de simultaneïteit niet zomaar welgevallen. Bij de kijkorgie kan het pure tonen gemakkelijk tot verleiden worden (of als zodanig worden ervaren) en dan uitdnodigen tot tactiel contact. Hetzelfde geldt voor de dans. De kijkversies ervan leiden vaak tot aanraken, en de tastversies tot coïtus. In de marge van de orgie vinden we dan ook steevast vrijende paren, die de feestende gemeenschap in de steek laten en de afzondering opzoeken. Bij de coïtale versies van de orgie, die op de synchronisatie na volledig zijn ge(re)seksualiseerd, volstaat het de waarneming van de overige paren op te geven en zich te concentreren op elkaar. Dergelijke uitingen van het seksuele verlangen vormen een permanente bedreiging voor de communale liefde. De
reseksualisering van de orgie wordt veroorzaakt niet alleen door de
weerbarstigheid van de seksuele drift, die zich niet zomaar laat
onderschikken aan nieuwe doelen, maar ook en vooral door de
onderdrukking ervan. Deze is een gevolg van de seksuele misère. De
reseksualisering van de orgie vindt haar oorsprong in het verliefde
verlangen naar ontrouw, net als alle vormen van polygamie of
promiscuïteit. Boven polygamie heeft de orgie het voordeel, dat ze geen
huwelijksvorm is, zodat men geen nieuwe relatie hoeft aan te gaan. Boven
promiscuïteit heeft ze het voordeel, dat men zijn ontrouw niet alléén
bedrijft. Men is gedekt door vele anderen, en ook de partner neemt vaak
deel aan de orgie. Niemand kan dies iemand iets verwijten. Van hier is
het maar één stap naar het misbruik van de orgie als middel om het
seksuele leven van het gestrande, monogame paar nieuw leven in te
blazen. De orgie wordt als afrodosiacum gebruikt, wanneer toekijken op
andermans vrijen, vooral via lectuur of film, tot middel wordt om
seksueel opgewonden te geraken. Wie op deze beide manieren de orgie
misbruikt, kan worden vergeleken met de hongerige, die feestmalen zou
afdweilen om zijn honger te stillen, of met de dorstige, die recepties
zou afschuimen om zijn dorst te lessen. In
principe zijn paar en gemeenschap geen onverenigbare tegenstellingen.
Het volstaat de opgang in het paar af te wisselen met die in de
gemeenschap. Niets belet overigens dat de deelnemer aan een orgie zouden
vrijen met hun vaste partners. De band met de gemeenschap is immers niet
te vinden in het vrijen, maar in het synchroniseren daarvan. In dat
geval zou een perfecte verdichting kunnen worden gerealiseerd tussen
seksuele en communale liefde. Pas de gereseksualiseerde orgie is in alle
opzichten een ontkenning van de paarsgewijze seksuele omgang: zowel naar
aard van de partners, als naar soort vrijen. Seksuele omgang in de
gemeenschap wordt tot ontkenning van de seksuele omgang met de monogame
partner. Voortaan komt het er in de eerste plaats op aan dat men mag
vrijen met iedereen en op elke manier, behalve met de eigen partner. Die
is men immers beu. Reeds bij Fourier wordt de' jaloerse' en 'exclusieve'
liefde tegenover de 'collectivistische' gesteld, en wordt deze laatste
beschouwd als een hoger stadium in de ontwikkeling van de liefde. Dat is
onverenigbaar met een andere opvatting van Fourier, dat de orgie een 'besoin
de nature' is. Bij Maffesoli heet het: 'Het seksuele exclusivisme is een
misdaad tegen de gemeenschap.' Pas door dit taboe op de monogame
partner, en door het bijbehorende taboe op jaloerse reacties, wordt de
orgie tot 'regelloze' promiscuïteit. Fourier fulmineert dan ook te pas
en te onpas tegen de jaloersheid. Ook Alberoni meent dat de realisering
van het 'oercommunisme' in de orgie pas mogelijk is wanneer 'tijdelijk
al onze overgevoeligheid, onze voorkeur, onze genegenheid, onze jaloezie
en onze weerzin worden onderdrukt'. Bij dit taboe voegt zich de weerstand van de kinderen en de bejaarden. Deze kunnen des te gemakkelijker worden opgenomen in de communie van de gemeenschap, naarmate de orgie wordt gedeseksualiseerd of zich aan andere activiteiten hecht dan seksuele. Naarmate de orgie wordt gereseksualiseerd tot coïale orgie, worden ze des te meer uitgesloten van deze communie. Doordat de orgie bejaarden uitsluit en kinderen, doet ze de gemeenschapsliefde geweld aan. De halve gemeenschap wordt uitgerangeerd. Het taboe tegen de orgie gaat dus in eerste instantie uit van de overige onderdelen van het liefdeskruis. Deze verzetten zich tegen de tirannie van een 'seksualiteit' die de parentale liefde verdringt en die de plaats wil usurperen van de communale liefde. Dit
spontane taboe komt tot uiting in de manier waarop velen de orgie
projecteren op hun vijanden of in de oertijden. Het moet wel degelijk
worden onderscheiden van het ascetische taboe op alles wat ruikt naar
seksualiteit, dat zich bij uitstek keert tegen de orgie. De orgie werd
dan ook vaak veroordeeld: de cultus van Bacchus werd door de Romeinse
senaat verboden in het jaar 186. De christelijke kerk trad
inquisitorisch op tegen de 'heksensabbat'. De missionarissen probeerden
bij alle 'heidense primitieven' de orgie uit te roeien. Deze houding is
ook aan te treffen bij de andere wereldgodsdiensten: we verwijzen
slechts naar de houding van de hindoes tegenover de tantra, die daarom
vaak in geheime sekten wordt beoefend, en naar de houding- van de joden
die hieronder nog ter sprake komt. Alleen de agressieve orgie lijkt daarbij te kunnen concurreren met de seksuele. Het volstaat om te verwijzen naar gladiatorenspelen, lynchpartijen, groepsverkrachtingen, kannibalistische orgiën enzovoort. Deze bevredigen niet alleen de agressie. Ze hebben daarbovenop het voordeel dat ze de vijand, waartegen de gemeenschap zich afzet, in het licht van de schijnwerpers vangen om hem vervolgens gezamenlijk af te schieten. In vergelijking met de seksueel orgie vertoont de agressieve echter een aantal nadelen. In de rusttoestand die feesten veronderstellen, raakt de mens vanzelf seksueel ingesteld. Agressie is daarentegen eerder een rustverstorende activiteit, waartoe men moet worden uitgedaagd. Vandaar dat agressieve orgieën eerder ongeregelde doorbraken zijn. Na het verdwijnen van stammen en de toenemende vermaatschappelijking van de wereld, wordt het bovendien steeds moeilijker om vijanden te vinden van wie men niet tevens afhankelijk is. Christenen kunnen bezwaarlijk elke week een resem moslims voor de leeuwen gooien, als ze er hun olie van moeten kopen of omgekeerd Vandaar dat werkelijke vijanden geleidelijk worden vervangen door symbolische, zoals stieren of rituele zondebokken. Daarbij wordt de agressieve orgie verzacht tot sport, tot ritueel geregelde uitdaging om zo dicht mogelijk een gemeenschappelijk ideaal te benaderen. De omslag in hooliganisme getuigt ervan hoe broos deze verzachting is. Daartegenover is de seksualiteit, waarbij de orgie aanleunt, al een seksuele band vooraleer communale band te worden. Pas de zuiver seksuele orgie kan worden begrepen als de 'orgie der orgiën. Ze heeft niet alleen het voordeel dat ze de sterkste bindingen mobiliseert, maar ook dat ze een ingebouwd einde heeft in het eindige orgasme. Aan deze eigenschappen is het te wijten dat de seksuele orgie meestal als hoogtepunt optreedt na een reeks voorafgaande orgieën van de lagere soort. Die worden er als het ware als voorspel aan toegevoegd. Als dan de climax komt, is ook het einde nabij en kan men terugkeren naar het gewone leven. Bij afwezigheid van orgasme kan drank het samenzijn van de gemeenschap beëindigen, zoals bij ook bij afwezigheid van vrijen in de relatie toelaat onbevredigd in te slapen. Tot het type van de agressieve orgie behoort ongetwijfeld de moord op de oervader en de gezamenlijke verorbering ervan door zijn zonen, de kannibalistische broederhorde. In het voetspoor van Robertson Smith denkt Freud hierbij in de eerste plaats aan rituele offers, inzonderheid aan het misoffer. Het oervaderverhaal vertoont hier echter een merkwaardige lacune. We beschreven al in het hoofdstuk 'Oercommunisme' hoe het voor de hand ligt om te veronderstellen dat de broederhorde de oercommune zou stichten na de vadermoord. In het verlengde daarvan kunnen we ons levendig voorstellen hoe de zonen in de roes van de overwinning op de haremhoudende oervader groepsgewijze genoten van de veroverde oervaderwijfjes, in een gezamenlijk gevierde oerorgie. Dat zou, als eerste misdaad tegen de tot geweten verinnerlijkte oervader, pas goed hun schuldgevoelens hebben opgewekt. Dit moment wordt bij Freud overgeslagen. We vernemen alleen hoe de zonen aan de wijfjes verzaken om de onderlinge eenheid te bewaren. En dat terwijl uitgerekend de seksuele orgie door vele broedergemeenschappen werd gebruikt als consecratie van hun samenhorigheid! Roheim probeerde tevergeefs deze leemte op te vullen. Achter elk religieus ritueel feest, in casu achter het misoffer, waarbij de broeders in Christus het bloed van hun vader drinken en diens lichaam opeten, ziet Freud alleen de kannibalistische orgie. Hem ontgaat de 'zwarte mis', de 'agapè' in de ware zin van het woord, die zovelen erin zagen of die zovelen ervan maakten. Het misoffer commemoreert niet alleen de moord op de oervader, zoals Freud dacht onder invloed van Robertson Smith. De voorlopers van de mis zijn immers niet alleen het (mensen)offer, maar ook de orgiastische mysteriën en de heilige paring van de hogepriester (hiërosgamos). Volgens Taylor werd de eucharistieviering slechts ingevoerd in de derde eeuw als opvolgster van de orgiastische 'agapè', waarbij de gelovigen sidderend in trance opgingen (zoals de latere Shakers). De epifanie van de monstrans, gedurende dewelke de gelovigen de blik moeten neerslaan, is een naglans van de oogverblindend verschijning van Salomé of Phryne. Van het eten en drinken ziet Freud ditmaal alleen de tafel, niet het bed. Uitgerekend Freud, aan wie men zozeer de seksuele vooringenomenheid verwijt, verdringt het seksuele aspect van de orgie. Het lijkt erop alsof hij achter de dodelijke banketten van don Giovanni en Raspsoetin hun wandaden uit het oog verliest. Dit verraadt zich in het feit dat hij de seksuele orgie enerzijds beschouwt als een overblijfsel uit de oertijden, maar ze anderzijds 'vergeet' in zijn reconstructie daarvan. Tegen de achtergrond van de bovenbeschreven subsumptie van communale onder seksuele liefde, begrijpen we waar het verdrongen zich verschanst: in de al beschreven verdichting van de oervaderlijk polygynie met de orgie. De theorie van de totemmaaltijd, Freuds paradigma van de orgie, is blijkens onze analyse niet alleen een omkering van het kannibalisme van de vader in dat van de zonen, maar ook nog een ontkenning van de seksuele orgie. Het is in dat verband niet overbodig eraan te herinneren dat in vele bijbelse teksten aan god vrouwelijke kenmerken worden toegedicht. Daarin zouden de sporen zijn bewaard van de cultus van het godenpaar Jahweh-Ashera die bestaan moet hebben voor de (post-mozaïsche) monotheïstische hervorming van de 7de eeuw. De herinnering daaraan duikt eeuwen later weer op bij de kabbalisten. Die beschouwden hun coïtus als heilige daad, waardoor de goddelijke hiërosgamos wordt geïnitieerd, de paring tussen God en Godin. De coïtus mocht daarom alleen op de sabbat worden uitgevoerd, en wel zonder fysiek genoegen. Nergens blijkt duidelijker de vijandigheid tussen paar en gemeenschap. Deze orgiastische praktijk op de sabbat werd opgenomen door de broederschappen van Safed na de verdrijving uit Spanje. De volgelingen van Sabbatai Zevi (17e eeuw) gingen over tot werkelijke orgieën. We verwijzen naar de Dönmeh in de vroege achttiende eeuw in Turkije, naar de volgelingen van Jakob Frank (1726-1795) in Polen, die werden beschuldig van dans rond naakte vrouwen, en naar de kring rond Jonahtan Eibeschütz in Centraal Europa. Daarop volgde weer de piëtistische reactie van de Chassidim in het Polen van de 18de eeuw onder de geestelijke leiding van Baal Shem Tov. Zij keerden terug naar een ascetischer versie van de kabbalistische traditie. In plaats van de lustloze coïtus komt bij hen het gebed te staan. Dat gebed beschouwen zij echter als een coïtus met de Shekhina, de vrouwelijke emanatie van God. Hun opwinding kon daarbij zo sterk worden dat ze culmineerde in ejaculatie. Baal ShemTov keerde zich tegen deze praktijken. Hij beval aan om zich bij het gebed God voor te stellen in plaats van de Shekhina. Kwestie van erecties te voorkomen. Hij verdreef daarmee de Shekhina uit de hemel, waarin voortaan alleen een mannelijk God werd aanbeden door godvrezende zonen. Daarin is hij de schaduw van Mozes, die het gouden kalf van zijn voetstuk haalde. Daarin is hij tevens de prefiguratie van Freud, die Bachofens oermoeder uit de oertijden verdreef om er een oervader op de troon te zetten die, met de sikkel zwaaiend, zijn zonen verjoeg uit de huurt van de oervaderwijfjes. En net zoals Mozes weleer de orgie rond het gouden kalf deed verstommen, verdreef Baal Shem Tov de gelovigen uit de buurt van de Shekhina. Hun praktische taboe werd theoretisch voltooid door Freud. Wel moet toegegeven dat Roberston Smith en Freud de verdienste toekomt het agressief-kannibalistische aspect van de orgie te hebben doorschouwd. Beide aspecten zijn verenigd in de rituelen die naar verluidt zouden zijn uitgevoerd geweest door de Skoptsen. Een tot moeder Gods uitgeroepen skoptsita werd uitgekleed op een altaar en door allen uitvoerig gekust. Als ze een kind baarde werd het acht dagen na de geboorte gedood. Men dronk het bloed van de zoon Gods als Communie, en verwerkte zijn gedroogde lichaam tot broodjes, waarmee men met Pasen het avondmaal vierde. Ook Satans aanhangers hielden zich, naast hun seksuele orgieën, op geregelde tijden onledig met het verorberen van tot koekjes verwerkte pasgeborenenen. Bij déze omgekeerde totemmaaltijd wordt niet de vader opgegeten, maar de zoon, zoals het Kronos betaamt. LOF
VAN DE ORGIE De
orgie heeft nog een tweede belangrijk voordeel. We beschreven al hoe
mensen niet allen even mooi zijn, en hoe paarvorming de minder mooien
berooft van het genot van de mooien. Verliefdheid maakt weliswaar blind
voor deze verschillen. Maar vermits verliefdheid fluctueert, kan in de
dalen ervan, of bij toevallige contacten bij afwezigheid van het lief,
het genot van andermans moois deugd doen en beter zijn dan heimelijk een
minnaar te koesteren. Het prijsgeven van zijn schoonheid aan de
gemeenschap kan ten slotte ook compenseren voor de schuld die men op
zich laadt door de minder fortuinlijken te verduisteren. Pas in de
orgie, en niet in de commune, wordt dus elke grond voor jaloersheid
opgeheven. Wellicht zal de universele honger naar andermans vrouwen of mannen, zoals die tot uiting komt in de vele vormen van polygamie en in promiscuïteit, ooit plaats maken voor de communale vreugde van de geliefden aan elkaars geluk. Helaas zal er nog veel wijn in de bekers vloeien voor het ooit zover is.
©
Stefan
Beyst,
1990-1992, boekversie
1997, internetversie
januari 2005
Reacties:
gastenboek of stefan.beyst@pandora.be.
|
|||||||