home over kunst over kunstenaars besprekingen info/contact


VADER EN MOEDER

Over uier, penis en eendenborst

Het begon al een paar weken geleden*: Betje zag mij plassen in de tuin. Ze kwam aandachtig naast mij staan en maakte aanstalten om haar pamper open te doen zoals je de gulp van een broek opent. Ze was erg teleurgesteld als haar dat niet lukte. Met des te meer aandacht keek ze naar de straal die uit de penis kwam. Ze had al vaker mijn penis gezien in bad. Nu pas bleek ze door te hebben dat er een straal uit kwam. En dat wou ze ook wel eens proberen. Want net zoals ze bij het zien van de kuif van een kaketoe meteen op haar kruin voelt waar haar kuif dan wel is, zo verkeerde ze ook nu in de stellige overtuiging dat ze van onder haar pamper ook wel zo’n leuk ding te voorschijn kon halen. Eenzelfde reactie had ze een paar weken geleden toen ze met Joske in bad zat, heel geamuseerd met zijn ding begon te spelen, en prompt keek waar dat van haar dan wel kon wezen*.

En het ging verder met een armpje dat plotseling onder mijn hemd naar mijn tepel begon te tasten. Ik deed mijn hemd omhoog. Waarop Betje meteen aanstalten maakte om te drinken. Tot ze met afgrijzen naar de haren rond mijn tepel starend terugdeinsde. Ik legde haar uit dat ik ook tepels had zoals mama, al waren ze veel kleiner, maar geen borsten en nog minder melk. Dat kreeg ze maar niet verstouwd. De dag daarop deed ze een nieuwe poging. Ze had zich blijkbaar over het probleem van de haren heen gezet, en probeerde nog eens te zuigen. Om zich nog sneller terug te trekken toen bleek dat er niets te omklemmen viel. Prompt wendde ze zich tot Joske, die naast ons televisie zat te kijken. Bloes omhoog. Daar op dat jonge lichaampje zag het er heel wat smakelijker uit: geen haren te bekennen, al stelde het tepeltje dan weer niets voor. Toch probeerde ze eraan te zuigen, maar trok zich zichtbaar ontgoocheld terug als ook bleek dat dit niet de ware Eva was.

Het begon dus tot haar door te dringen dat niet alle mensen borsten hebben! En dat kwam des te harder aan omdat de beschikbaarheid van haar geliefde borsten in het gedrang was gekomen sedert mama in september weer was beginnen lesgeven. Zodat ze twee avonden per week
's avonds gewoon bij vader met de fles moest inslapen in plaats van bij moeder met die heerlijke avondborst. Niet dat ze niet wou inslapen: ik legde haar uit dat mama zou terugkomen als ze sliep en dat ze dan de borst zou krijgen. Maar als dat was gebeurd, wilde ze er zich gedurende de rest van de nacht telkens opnieuw van vergewissen of de borsten er nog waren. Met als gevolg dat ze weer haar plaats veroverde in het echtelijk bed, waar we haar een paar maanden triomfantelijk uit hadden weten te verwijderen. En wat erger was: dat ze almaar wilde zuigen. Om dan vast te stellen dat haar mama daar niet altijd zin in had. En als die dan toch met de borst over de brug kwam: dat die borsten niet altijd vol waren! De rots waar ze haar kerk op had gebouwd bleek een kaartenhuisje te zijn.

Met als gevolg dat ze ook overdag steeds meer aan haar mama begon te hangen. Maar met nog meer ijver op zoek ging naar betrouwbaarder borsten: als die van haar mama er niet altijd waren, en zo daar niet altijd vol, dan zou ze elders wel andere en betere borsten vinden.

Maar daar kwam ze van een kale reis terug. Niet alle levende wezens bleken van borsten voorzien. Hoezeer ze daar voorheen van overtuigd was geweest, bleek uit haar ontzetting toen ze bij het voorlezen ’s avonds vaststelde dat eenden geen 'titi’s' hadden! De lammetjes, de veulentjes, de poesjes, de biggetjes: alle konden ze zich verheugen in moeders met de benodigde voorzieningen. En dan zouden die arme kuikentjes het zonder moeten stellen? Onmogelijk! Prompt ging ze op de eendenborst op zoek naar tepels. Aarzelend wees ze de poten aan. Maar toen ik beweerde dat dat poten waren, wees ze verbouwereerd naar de kuikentjes: wat moet er dan geworden van die arme schaapjes? De volgende dagen moesten we almaar terug naar die eenden 'zonder titi' gaan kijken, als om de schok te verwerken. Betje is niet de eerste sterveling die met dit probleem wordt geconfronteerd: zie 'La cane et son omelette' evenals 'Yeats' Leda en de zwaan' (de hermafrodiet).

De problemen rond het ‘spenen’ (of als dat veel vroeger gebeurt dan bij Betje: rond de aanwezigheid van borsten) leiden dus tot een eerste opdeling van de levende wezens in wezens met en wezens zonder borsten. Het komt er nu op aan om haar duidelijk te maken dat je borsten alleen vindt bij zoogdieren, en dat bij de zoogdieren alleen de vrouwtjes borsten hebben, en dan alleen als ze volwassen zijn. En dat niet alle volwassen vrouwelijke zoogdieren melk in de borsten hebben maar alleen de moeders. En dat je alleen van je eigen moeder de borst krijgt. Zodat het kind zich uiteindelijk zal moeten neerleggen bij het feit dat de verdwijnende borsten niet elders weer zullen opduiken.

Geen vooruitzicht om je zomaar bij neer te leggen! Want de feiten zijn niet zo hard als op het eerste zicht blijkt. Moeder natuur heeft ons hier een lelijke valstrik gespannen. Ze wist blijkbaar niet meteen waar ze bij de zoogdieren de borsten moest inplanten. Er bestaat namelijk zoiets als een tepellijn. De tepels die bij de mens boven op de borst staan, staan bij koeien, paarden, schapen, geiten op de onderbuik. En om de zaak nog ingewikkelder te maken hebben honden, poezen en varkens een hele reeks tepels over de gehele ‘tepellijn’ van borst naar onderbuik.Om nog maar te zwijgen van het feit dat er nu eens twee, dan vier en dan weer twaalf tepels zijn!

Ze bewegen zich dus van boven naar onder over de voorkant/onderkant van de zoogdieren, die begeerlijke tepels. En als ze naar onder schuiven komen ze natuurlijk terecht op de plaats waar bij de mannetjes - ditmaal steevast - de penis is ingeplant. Zolang het kind nog geen onderscheid maakt tussen de geslachten, en alle levende wezens indeelt in wezens met borsten en wezens zonder borsten, worden de penissen gerekend tot de klasse van de tepels. Die zien er tenslotte bij de onderscheiden diersoorten telkens weer anders uit, zodat de penis niet meteen een slechte beurt maakt. Wel integendeel: hij is veel groter dan een doorsnee tepel. En wat meer is: er komt een overvloedige en vooral zichtbare straal uit (waarvan kleine kinderen niet meteen weten dat ze niet drinkbaar is). Vooral de zichtbaarheid van de straal is een pluspunt: menige zuigeling onderzocht met groeiend onbegrip de tepel om het raadsel te doorgronden hoe uit iets waar blijkbaar geen openingen in zijn niettemin dat heerlijke warme vocht in de mond stroomt. En de overvloed is gezien de dreigende drooglegging al evenmin te versmaden. Vanwaar de obsessie van menige peuter met kranen, spuiten, flesjes en potjes waar uit zichtbare openingen evenzeer zichtbare stromen vloeien.

De promotie van de penis tot tepel komt het kind als geroepen. Als moeder het dreigt te laten afweten, en als blijkt dat vader geen borsten heeft, dan heeft hij daar beneden iets hangen wat soelaas belooft te bieden. Pogingen om het kind te leren dat er geslachten zijn druisen dus in tegen de verwachting dat de vader wellicht een betere moeder zal worden. En als het kind dan al het onderscheid tussen vader en moeder aanvaardt, houdt dat nog niet in dat het dit onderscheid op zichzelf zal toepassen. Waarover later meer.

In afwachting komt het erop aan het onderscheid tussen tepel en penis aan te leren, waardoor meteen een tweede dimensie van het verschil tussen de geslachten wordt ingevoerd: zoals de vader geen borsten heeft, heeft de moeder geen penis.

Vanwege de moeilijkheden die moeder natuur ons in de weg legt om onze kinderen wegwijs te maken in haar ordening, is het aanleren van dat onderscheid geen sinecure. Zo was ik bij het verkennen van de dieren in de omgeving hengsten en stieren wat uit de weg gegaan in de hoop zodoende de gelijkschakeling van penis met tepel wat uit te stellen. Eindelijk had ik een wei gevonden waar twee merries met twee veulentjes op graasden. Nadat ik vol enthousiasme Betje de tepels van de mama had aangewezen, kwam het ene veulentje eraan drinken, tot groot genoegen van Betje die het uitkraaide 'titi, titi!'. Maar toen ook het andere veulentje opstond was het uit met de pret: het had een indrukwekkende penis op de buik hangen. En daar stond ze waarlijk perplex van: een ‘baby’ met zo’n grote tepel, dat paste duidelijk niet in haar wereldbeeld…

Wordt vervolgd!**

Stefan Beyst, november 2002

* midden september 2002
** Zie 'Als ik groot ben, dan word ik een koe'





zoek op deze site

powered by FreeFind



Reacties: beyst.stefan@gmail.com


zie ook: stefan beyst over liefde: 'de extasen van eros'




Op de hoogte blijven van nieuwe teksten: mailinglist