home over kunst over kunstenaars besprekingen info/contact


DE ZOON DIE DE VADER VAN ZIJN MOEDER WAS

En van zichzelf…



De klad zat wat in Joskes belangstelling voor de Grieken. Hij had de meeste boeken uit de bibliotheken hier in de buurt al gehad. Daarom was ik overgeschakeld naar de verhalen uit de Graalcyclus. Maar zijn belangstelling voor het lezen was niet meer zo intens als vroeger. Zodat ik zijn aandacht probeerde te richten op spannende avonturenboeken voor kinderen van zijn leeftijd. Die hem maar matig interesseerden.

We besloten dan ook om een volgende fase in te gaan en hem in contact te brengen met de wereld van de pure fictie. Al langer waren allerlei berichten uit die wereld tot hem doorgedrongen: zijn ouder broer is een fan van Star Wars en Tolkien. Maar hij moest het voorlopig stellen met wat hij uit diens mond vernam. Want we hadden beslist de confrontatie met die vaak overweldigende films uit te stellen tot zijn zevende verjaardag. In afwachting begon ik hem voor te lezen uit Tolkien. Als hij dan eindelijk zijn eerste Star Wars mocht zien, was hij erg geÔnteresseerd, vooral omdat hij nu eindelijk met kennis van zaken kon meepraten met zijn broer.

Intussen zette ik mijn pogingen voort om te verhinderen dat de opgang in de strijd tussen de goeden en de slechten zich al te zeer zou verplaatsen naar irreŽle werelden. Samen met zijn broer speelde hij op de computer het spel ‘Age of Empires’. De spelers zijn historische figuren, maar Joske ziet er geen graten in om samoerai broederlijk naast Vikingen te laten vechten. Maar het spel bracht hem hoe dan ook in contact met de historische werkelijkheid. En als ik dan boeken met afbeeldingen van alle soorten forten en kastelen of alle soorten ridders meebracht, verslond hij die met verdubbelde nieuwsgierigheid.

Maar zijn oude liefde voor de Grieken had niet afgedaan. Al tijdens het voorlezen van Tolkien liet hij zich vaak ontvallen dat de Griekse verhalen spannender waren. En nadat zijn eerste enthousiasme over Star Wars wat was geluwd, vroeg hij mij plots om nog eens een nieuw boek met Griekse verhalen mee te brengen. Ik was aangenaam verrast, want ik had liever de omweg over de irreŽle werelden van Star Wars en Tolkin niet gemaakt. Liever was ik langzamerhand van de Grieken en de Graal naar de echte geschiedenis overgestapt. Met vernieuwde moed ging ik op zoek in de bibliotheken of ik geen versies van Griekse mythen en legenden kon vinden die we nog niet hadden gelezen. Tevergeefs. Ik besloot dan maar eens bij de volwassenen te gaan kijken. Daar vond ik een boek over Griekse mythen, met mooie illustraties, groot en indrukwekkend, maar met een nogal zakelijke tekst: de verhalen waren samengevat en in verschillende varianten weergegeven.

’s Avonds begon ik hem voor te lezen, de nodige alinea’s schrappend en zinnen overslaand. En hij luisterde weer geboeid zoals ik het al jaren gewoon was. Zijn aandacht spitste zich toe als het ging over de geboorte van Pallas Athena, zijn lievelingsgodin - want in de strijd om Troje kwam ze altijd de helden in nood te hulp: zijn ideale moeder. Het verhaal over de geboorte van Pallas Athena gaat als volgt: Zeus heeft ondraaglijke hoofdpijn, Hefaistos komt met zijn zwaard en klieft de schedel van Zeus in twee, en uit de opening komt Pallas Athene te voorschijn. Dat zei hem zichtbaar wat! Hij bleef achteraf almaar commentaar leveren op het indrukwekkende beeld op de bladzijde ernaast: Zeus die bliksems slingerde, al waren zijn bliksems in de loop van de tijden verdwenen. Zelf had hij ooit een tekening gemaakt van de bliksems van Zeus:

Als ik een paar avonden later zijn licht ga uitdoen om te slapen, vind ik hem verdiept in een prachtig boek over de vele soorten ridders uit de geschiedenis. Hij is de uitrusting van de samoerais aan het bestuderen en vraagt waarom ze hun zwaard met de punt naar boven dragen. Niet goed wetende wat antwoorden gok ik: ‘Misschien kunnen ze dan met de andere hand makkelijker het zwaard uit de schede trekken. Of omdat ze daar ook een dolk dragen?’ ‘Maar ze konden die dolk toch net zo goed aan de andere kant dragen?’ We zoeken nog wat verder naar de verklaring, tot Joske uiteindelijk gaat slapen. Maar blijkbaar hield iets anders hem bezig.

Want de volgende ochtend komt hij mij wakker maken met de vraag: ‘Weet jij hoe de elfen ontstaan zijn?’ ‘Nee!’ ‘De zwarte ridder had pijn in zijn linkerzij. Toen sloeg hij met zijn zwaard op de pijn. En daar kwamen alle soorten elfen uit: de nachtelfen, de boselfen, de bloedelfen enz.’

Al is de zwarte ridder een van de vervaarlijke ridders van Mordor uit Tolkien, de gelijkenis met het verhaal van Zeus is opvallend. Maar de verschillen evenzeer. Om te beginnen is de wonde verschoven van de schedel naar de zijkant van de buik. Joske is vorig jaar geopereerd aan de blinde darm: ook dat deed zeer veel pijn en de dokter moest een snede in zijn buik makene (zie: 'Onder het mes'). Aan de andere kant van die snede draagt hij altijd zijn zwaarden onder een speciale gordel die we hem hebben gekocht. Deze verschuiving geeft ondubbelzinnig te kennen dat hij het mythologische gebeuren met zijn eigen verhaal heeft verbonden. En dat hij zich heeft vereenzelvigd met Zeus die Athene baart. De zoon die de moeder baart: een trotse omkering van de werkelijkheid waarin hij de zoon is van zijn moeder. Hij, die zich met zijn zwarte haren en bruine ogen lange tijd in een onverstoorbare dyade met zijn eveneens zwartharige en bruinogige moeder had ingeschreven, zeker na de komst van zijn blonde en blauwogige zusje dat hij meteen naar zijn dito vader verwees. Al is hij inmiddels veel beter op de hoogte van de rol van de derde in het gebeuren.

Wat dan weer verklaart waarom het niet langer Hefaistos is die de schedel van Zeus klieft, maar een zwarte ridder van Mordor die zich eigenhandig van de pijn verlost door een wonde in de buik te slaan. Het moet hem hebben gestoord dat het Hefaistos is die de schedel van Zeus klieft: alsof Zeus een vrouw is die ‘bevrucht/verlost’ wordt door een man. Overigens heeft dat klieven van Zeus’ schedel iets van een vadermoord: zo’n aanslag zou Zeus in werkelijkheid het leven hebben gekost. Om beide redenen moet hij Hefaistos en Zeus hebben verdicht in de ridder die zichzelf in de zij slaat: vader en moeder in ťťn. Maar in zoverre hij in identificatie met deze hermafrodiete ouder niet alleen zijn vader, maar ook zijn moeder wordt, ligt het minder voor de hand dat hij dan nog zijn moeder zou kunnen baren.

En dat verklaart het volgend verschil: dat het elfen zijn die uit de buik komen, en niet Pallas Athene. In de loop van de dag vraag ik langs mijn neus weg wie er werd geboren uit de schedel van Zeus. Waarop hij prompt ‘Apollo’… antwoordt! De band tussen Apollo en de elfen ligt voor de hand: ze zijn beide mooi en bedienen even behendig de boog. In deze nieuwe variant is met het geslacht ook de generatie verschoven: Athena (de helpende moeder) is veranderd in de jonge Apollo, ‘zoon van Zeus’. De verschuiving van generatie vinden we ook in de versie van de zwarte ridder: ook hier zijn de kinderen ‘jonge’ elfen. De nadruk op het grote aantal deed me meteen denken aan de vele kinderen die zijn ‘robot’ vroeger in ‘de container’ verwekte (zie: 'De robot'. En toen ik hem zei dat de ridder die de vader werd van alle elfen mij deed denken aan Abraham die de vader was van alle joden, verbeterde hij mij verontwaardigd: ‘Van alle mensen!’

Maar ook met Apollo vereenzelvigt hij zich: niet alleen vanwege diens schoonheid, diens vaardigheid met de boog en diens belangstelling voor de kunsten, maar vooral omdat hij ongelukkig was in de liefde. Hij werd afwezen door Dafne. Toen ik hem dat voorlas keek hij verrast op en zei dat zo een meisje heette uit de kleuterklas. De dag voordien was hij nogal koeltjes behandeld door een vriendinnetje, met wie hij een conflict wilde goed maken door haar met zijn spaarcenten een ridder te kopen en een boeketje bloemen te plukken. En dat moet hem dan weer via herinnerd hebben aan de homoseksuele vriend van Apollo Hyacinthus, en via de bloem weer aan Narcissus die van zichzelf hield. Zoals de ridder die zichzelf in de zij slaat….

Alle problemen verdicht in de voorstelling van de man die zichzelf in de zij slaat en zo zichzelf verwekt: het drie-ene zelf.

Het boventaande is slechts een momentopname. Elke dag vormen zich nieuwe varianten van de problematiek. Als ik hem de dag na het verhaal van de ridder die zichzelf in de zij sloeg vraag waar de elfen vandaag komen zegt hij: uit een ruÔne. In het midden daarvan is er een kamer. Daar is een gat in. Dat gat is geslagen door de bliksem. En daaruit worden de elfen geboren. Die bliksem is natuurlijk afkomstig van… Zeus. Waaruit we begrijpen waarom hij het zo erg vond dat het beeld van Zeus geen bliksems meer had. Maar vooral waarom hij het niet kon hebben dat in de mythe het zwaard van Hefaistos de plaats had ingenomen van de levenwekkende bliksems van Zeus…

Hoe dan ook, dit gebeuren leert ons veel over de krachten die de belangstelling van de kinderen sturen. Zeker, een opgroeiende jongen vindt overal materiaal om zijn problemen aan te koppelen. Uit de Bijbel weet hij hoe god Abraham vroeg om zijn zoon Isaac te offeren. Onlangs was hij er in een film over Merlijn getuige van hoe Arthur en zijn zoon Mordred elkaar in een tweegevecht doden met het zwaard. Eenzelfde gegeven vinden we ook in Star Wars waar de zoon met Darth Vader vecht met de lichtzwaarden van de Jedi. En de zwarte ridder die zichzelf in de zij slaat maakt in het verhaal van Tolkien deel uit van een horde die de kleine Hobbits moet uitschakelen. Maar Joskes problematiek is nu eenmaal al jaren verweven met Griekse verhalen, die ongetwijfeld uitblinken door hun rijkdom aan mogelijke motieven. Dat verklaart waarom ‘Star Wars’ en ‘Tolkien’ hem voorlopig zoveel minder boeien. Terwijl omgekeerd zijn oudere broer zo zijn eigen redenen heeft om zich bij uitstek in de ruimte te willen ophouden…

© Stefan Beyst, juli 2003







Reacties: beyst.stefan@gmail.com


zie ook: stefan beyst over liefde: 'de extasen van eros'




Op de hoogte blijven van nieuwe teksten: mailinglist




zoek op deze site

powered by FreeFind