home over kunst over kunstenaars besprekingen info/contact


ONDER HET MES
Over het schip dat nooit zou vergaan…


Deze morgen kwam Joske* klagerig uit zijn bed: ‘Ik heb buikpijn’. Omdat hij wel eens vaker zijn stoelgang ophoudt, raad ik hem aan een even naar de wc te gaan. Iets later komt hij terug: ‘Het gaat niet, er komt niets uit!’ ‘Dan wachten we maar even tot straks’, troost ik hem, en pak hem bij mij op de schoot om hem wat te koesteren.

Na een poosje vraagt hij: ‘Papa, kan een meneer zo dik worden als Antwerpen?’ Ik: ‘Nee, dat kan niet’. Maar ik herpak me meteen: het is niet verstandig om een fantasie af te breken vooraleer je ze voluit hebt aanhoord. Daarom praat ik altijd eerst wat mee: ‘Misschien wou die meneer heel dik worden. Daarom hield hij zijn kaka in en hij bleef maar eten en toen werd hij zo dik als Antwerpen’. Joske vindt het heel leuk dat ik mee opga in zijn fantasie. Hij doet er nog een schepje boven op: ‘Ja, en die bleef maar eten, en toen werd hij zooo dik’. Met zijn armen tekent hij een wijde cirkel om zich heen. En ik dan weer: ‘Ja, maar toen kon die niet meer opstaan! En dat vond hij helemaal niet leuk!’ Daar had Joske nog niet aan gedacht. Ik zie aan zijn nadenkende oogjes hoe hij zich dat levendig voorstelt. Ik ga verder: ‘En weet je wat die meneer toen deed? Hij draaide zich toen om naar de Schelde, en prots, daar viel al die kaka uit zijn buik! Wat een gespetter was dat!’ Groot jolijt bij Joske, die het geheel illustreert met plastische geluiden. Dan ga ik weer verder: ‘En toen kon die meneer weer opstaan. Dat vond hij pas leuk! En hij begon van vreugde te dansen en te springen!’ Joske barst in lachen uit. Ik sta op het punt om mijn verhaal af te maken, maar ineens springt Joske van mijn schoot en loopt naar de wc. Even later komt hij terug. ‘Heb je kaka gedaan?’ ‘Ja’. ‘En is de buikpijn nu over?’ ‘Ja, maar het deed pijn’. ‘Als de kaka eruit kwam?’ ‘Ja’. Hij had hem dus inderdaad opgehouden – al had de pijn, zoals dadelijk zal blijken, een andere oorzaak. Ik pak hem weer op mijn schoot en vertel nog wat over die meneer. ‘In het echt kan dat niet, want je maag en je darmen nemen maar zoveel op als ze nodig hebben’. Plots zegt Joske; ’Ik moet overgeven!’ Ik ga een kom halen en hij braakt wat slijmbellen…

Mijn kop had intussen op volle toeren gewerkt. Veel eten doe je om groot te worden. En de meneer van Joske was zo groot als Antwerpen. Op het moment dat hij begint te braken, flitst het ineens in mijn hoofd: De gelaarsde kat! Al ben ik geen voorstander van sprookjes voor kinderen onder de vijf jaar, ik kan niet vermijden dat die in de kleuterklas worden verteld. Telkens ik merk dat hij een of ander sprookje heeft gehoord, haal ik er een boekje over, lees het hem voor en bespreek een en ander met hem. Ook over de gelaarsde kat had ik een boek gehaald, en ik moest het almaar opnieuw voorlezen. In ‘De gelaarsde kat’ draait alles om groot en klein. De gelaarsde kat wil zijn meester binnenleiden in het kasteel van de verschrikkelijke reus – een menseneter! Hij laat de menseneter eerst zichzelf tot grote leeuw omtoveren, dan tot kleine muis. En dan worden de rollen omgedraaid: de slimme kat eet de muis op, en wordt zo tot eter van de eter, de omgekeerde Kronos. Maar wat gebeurt er met die muis? Stel dat ze in de buik opnieuw de gedaante van een leeuw krijgt. Dan werd de kat misschien nog groter dan Antwerpen!

Na het braken vraag ik dan ook aan Joske wat er gebeurt met de muis in de maag van de gelaarsde kat. ‘Dan hoest de gelaarsde kat en dan kruipt de muis eruit’. Ik: ‘En dan wordt ze weer leeuw’ Hij: ‘En dan wil de leeuw de kat opeten, maar de kat loopt snel weg’. Ik: ‘Ja, maar de leeuw loopt er met reuzenschreden achteraan en pakt de poes’ En hij dan weer: ‘Ja, maar hij bijt ze helemaal in duizend stukjes’. De angst voor een levend dier in de buik wordt dus bezworen, eerst doordat de muis pas na het uithoesten tot leeuw wordt, en dan doordat de leeuw de poes tot ‘duizend stukjes’ vermaalt …. Overigens ging de gelaarsde kat in het sprookje na het opeten van de leeuw aanzitten aan de … reuzentafel van de menseneter om er de reusachtige hoeveelheid voedsel te verorberen.

Het geheel draait dus om groot worden. Groot worden is in eerste instantie: vruchtbaar worden. Voor Joske is de mannelijke versie van de vruchtbare volwassene: een heel lange reus, zoals de robot. De vrouwelijke versie zou dan zijn: een dikke buik krijgen, zwanger worden door veel te eten, een beetje zoals de ‘container’, de vrouwelijke tegenhanger van de robot. De mannelijke en de vrouwelijke versie - lang en dik- zijn hier verdicht in een reus die ‘zo dik is als Antwerpen’. Dat zou erop wijzen dat de juiste visie over bevruchting die Joske erop na hield ten tijde van de ‘Robot’, heeft plaatsgemaakt voor de klassieke kindertheorie dat je kinderen krijgt door kinderen (of ‘zaadjes’ uit vruchten, verboden stoffen enz.) op te eten.

Maar er is ook een andere dimensie. Eergisteren was Joske alleen naar een dierenfilm aan het kijken, tot hij plots wenend naar zijn mama kwam gelopen: ‘Daar staat iets op dat er niet mag op staan!’ Als ik terug thuis was, nam ik de film nog eens met hem door. In de gewraakte passage verdreven twee jonge sabeltandtijgers - twee broers - een oud geworden soortgenoot, om vervolgens diens welpjes op te eten! Toegepast op zijn eigen situatie zou dat betekenen dat hij, samen met zijn oudere broer (de grote broer die in de grote stad Antwerpen woont) mij als oude vader bij de wijfjes zou verdrijven, om vervolgens de welpjes – zijn jongere zusje Betje – op te eten.

Intussen is mama met Betje naar beneden gekomen. Als hij mij hoort zeggen dat het waarschijnlijk geen griep is, protesteert hij: ‘Niet waar, want de juf heeft gezegd dat de griep rond gaat!’ Waarop ik prompt: ‘Wie is de griep?’ Lachend vertelt hij: ‘Een meneer met rode kleuren en groene vleugels en een lange slurf’. Als zijn mama dat hoort, haalt ze prompt een olifant te voorschijn die precies de vermelde kleuren heeft! Die had hij gekregen toen zijn zus Betje was geboren… Nu was zowat zijn halve klas inderdaad geveld door de griep, en hij weet wat virussen zijn. Maar in zijn fantasie zijn de microscopisch kleine virussen vervangen door een ‘grote meneer die rondgaat’ en door een nog grotere olifant met een slurf…

Dan gaan we met zijn allen eten. Geen probleem meer met maagpijn. Na het ontbijt verdwijnt Joske in de living. Als ik binnenkom staat daar een prachtige burcht met vier torens. Op elke toren staat een wachter, en voor de ingang staat een onvervaarde ridder, klaar om elke indringer de toegang tot het allerheiligste te beletten….

In de namiddag krijgt Joske lichte koorts en hevige buikpijn. We denken meteen aan de griep ‘rondging in zijn klas’. Maar hij had opvallend veel pijn. We laten hem in de woonkamer op de zetel slapen. Plots wordt hij wakker met een nachtmerrie: hij had gedroomd van de Titanic. Die was in twee gebroken en zijn broer zat op ‘het andere stuk’: het stuk dat eerst was gezonken. Hijzelf zat dus op het veilige stuk, waar volgens het verhaal sommigen nog levend van af konden geraken. De pijn in zijn buik rakelde dus de nodige angsten op om dood te gaan - om te worden verzwolgen. In zijn droom wentelde hij deze angst af op zijn broer, die in zijn plaats door de golven werd opgeslokt. Al werd deze duistere bewerking al in zijn droom afgezwakt: het was maar een boot van legoblokjes in het bad….

De pijn bleef maar aanhouden, zodat we er uiteindelijk de dokter bij halen. En wat we niet hardop hadden durven denken, bleek het geval te zijn: een blindedarmontsteking. Joske moest dringend naar het ziekenhuis om platen te nemen.

Met het vooruitzicht op een eventuele operatie, haal ik zijn boekje over het lichaam met doorkijkplaten. De dokteres geeft meteen uitleg over waar de blinde darm ligt, wat er eventueel nog aan de hand kan zijn, en wat er moet gebeuren als het een blindedarmontsteking is. Zijn mama gaat met hem mee naar het ziekenhuis. Als de diagnose wordt bevestigd, vertelt ze hem dat de chirurg een sneetje in zijn buik zal moeten maken om het stukje darm eruit te snijden. ‘Maar dat zal pijn doen!’ ‘Nee, want de dokter zal je verdoven en in slaap doen!’ ‘En als ik dan wakker wordt terwijl de dokter nog bezig is?’ ‘Dat gebeurt niet, want de dokter kan je zoveel verdoving geven dat je niets voelt tot hij helemaal klaar is en alles weer is dichtgenaaid’. ‘Oh!’ antwoordt hij gerustgesteld. Daarmee was hij klaar voor de operatie en liet hij zich gewillig wegvoeren. Waarmee nog eens is aangetoond hoe belangrijk het is alles op voorhand goed uit te leggen: het zal je maar overkomen dat je naar het ziekenhuis gaat, daar in slaap wordt gedaan, om achteraf vast te stellen dat er in je is gesneden!

Na het ontwaken moest hij nog een paar dagen in het ziekenhuis blijven. Soms werd de pijn hem teveel en dan weende hij: ‘Ik wil het niet meer! Ik wil thuis in mijn bedje en geen pijn meer hebben!’. Dan koesterde ik hem even en legde hem uit dat het niet helpt om te doen alsof je geen pijn hebt, of te dromen dat je elders aan de pijn kunt ontsnappen. Dat hij nog tot de avond de pijn moest verdragen, dat het morgen nog pijn zou doen, maar minder, en overmorgen ook nog, maar nog minder, tot de dag zou komen dat hij helemaal was genezen. Door deze planning kreeg hij greep op het hele gebeuren en kon hij de pijn aanvaarden. Hij ging gretig in op mijn voorstel om zijn zinnen op iets anders te zetten. Ik had zijn lievelingsboek bij: ‘Pluk van de Petteflet’ van Annie M.G. Schmidt. Ik moest het voor de zoveelste keer voorlezen. Intussen hield hij zijn geliefde Beeke en Apie in de armen. Ik zei hem ook dat hij goed moest slapen, opdat de antibiotica en zijn bloedcelletjes de ziektekiemen in zijn lichaam zouden kunnen vernietigen. Ik herinnerde nog even aan een film waarin de virusopruimers werden voorgesteld als wezentjes met ogen en mond. Hij zei meteen dat hij wel wist dat dat maar gewone celletjes waren. Wat niet wegneemt dat die ‘vermenselijking’ de weg heeft gebaand voor fantasieŽn over mensen of dieren in de buik(de 'griep die rondgaat'), die daar dan alleen maar in kunnen komen door ze op te eten. Hoe dan ook, de volgende morgen voelde hij inderdaad dat de pijn al minder was, en dat sterkte hem nog in zijn manmoedige dragen ervan. Met toenemende enthousiasme maakte hij tekeningen, bouwde hij met lego, terwijl ik hem af en toe verhaaltjes voorlas en films liet bekijken op video.

Vooral het boek van de Titanic fascineerde hem. Hij maakte er prachtige tekeningen van, eerst op ťťn blad, dan op twee bladen, en dan een heel groot exemplaar op vier bladen. Hij maakte er een heel boek van en ik moest er teksten bijschrijven. Hij vindt de Titanic de mooiste boot die er ooit gemaakt is, en kan maar niet begrijpen waarom ze hem niet opnieuw hebben gebouwd. Het zal wel geen toeval zijn dat hij uitgerekend na zijn operatie zo’n belangstelling voor het zinken van het onzinkbaar geachte schip opbracht – de tegenhanger van de onneembare burcht die hij met blokken had gebouwd toen hij nog thuis was. En ook de droom van zijn verdrinkende broer van voor de operatie zal daar niet vreemd aan zijn.

Nu hij weer thuis is, is het zaak om te kijken welke andere fantasieŽn zich rond de virussen en operatie hebben ontwikkeld. Het bespreken van de fantasieŽn rond de gelaarsde kat de weg had de weg vrijgemaakt voor een juiste kijk op het hele gebeuren: het binnendringen van microben en de strijd van het lichaam tegen deze indringers (denk aan de versterkte burcht). Om deze nuchtere kijk op de zaak te verstevigen, haalde ik een film over microben uit mijn kast, waarin prachtige realistische opnamen te zien zijn, zodat hij het hele gebeuren rond de griep, de ontsteking en de antibiotica zo goed mogelijk kan herbeleven.Deze realistische opnamen stelden hem zichtbaar gerust, en hij stelde massa's vragen.

Nu komt het erop aan de ontwikkeling van de fantasieŽn rond het ‘menseneten’ in de gaten te houden evenals de krachten die ze voeden: het verlangen om groot te zijn evenals het verlangen om alle concurrenten uit te schakelen die hem van zijn bevoorrechte plaats bij zijn moeder hebben verdreven.

© Stefan Beyst, januari 2002

* leeftijd: vijf jaar en negen maanden.





zoek op deze site

powered by FreeFind

Reacties: beyst.stefan@gmail.com


zie ook: stefan beyst over liefde: 'de extasen van eros'



Op de hoogte blijven van nieuwe teksten: mailinglist.