home over kunst over kunstenaars besprekingen info/contact



KRUIPEN

Of: een nieuw bron van scheidingsangst


Betje begint te kruipen. Nou ja kruipen: peddelen is een beter woord. Zittend op het linkerbeen dat onder haar is geplooid, schuift ze zich vooruit door haar rechterbeen naar achter te bewegen, terwijl ze voorover op haar ‘stappende’ armpjes steunt. Ze geniet er mateloos van zich zo op eigen kracht te kunnen voortbewegen. Terwijl ze vroeger haar levensvreugde vaak uitdrukte door met de armen op en neer te bewegen als een dolle pingu´n, zie je ze nu vaak een eindje peddelen van louter vreugde.

Zich op eigen kracht kunnen voortbewegen! Dat is een hele revolutie!

Om te beginnen kan Betje nu zelf bepalen waar ze heen wil. Het zijn niet langer wij die haar ergens heen dragen - of ergens van weg halen. Ze geniet er zichtbaar van om door de living te laveren en eindelijk al die plaatsjes te verkennen waar ze voorheen alleen maar kon naar reikhalzen. Onder de talloze witte vlekken op haar ‘wereldkaart’ zijn vooral de plaatsen waar haar ouders altijd met een wijde boog om heen gingen, het meest interessant: de laden en de deuren van de kast, de vloermat, uiteraard de versterker, de cd-speler en de televisie – om nog maar te zwijgen van het eten van de poes – en de poes zelf!

Het is niet alleen de arme poes die moet beschermd tegen het enthousiasme van Betje. Gelukkig zijn de stopcontacten tegenwoordig geen probleem meer. Maar onvermijdelijk leidt de bewegingsvrijheid van het kind tot de eerste conflicten met de ouders. Je kunt die best tot een minimum beperken door een en ander wat kindvriendelijker in te richten – en door een en ander door de vingers te zien tot de lol er van af is. Als de baby bijna overal mee mag spelen, kan het overigens geen kwaad om draconisch ook een eerste verbod op te leggen, zoals niet aan de kookplaat of hete pannen komen…. .

Niet alleen de terra incognita op de wereldkaart van de manipulatie komt binnen bereik. Zich overal heen kunnen bewegen heeft ook een minder aangenaam neveneffect. Je verwijdert je ook onverhoeds van precies die vader of moeder, waar je vroeger onverbrekelijk mee was verbonden. De armen die je altijd koesterden en de benen die je overal naar toe droegen, beginnen nu een eigen leven te leiden. Het is even schrikken als je daar zo plots helemaal alleen ergens op de wereld blijkt terechtgekomen zonder de oude vertrouwde ouders in de buurt. Zoals elke verworvenheid wordt ook deze betaald met een prijs: het verlies van de geborgenheid.

Maar deze prijs mag niet te groot zijn. Probeer in het begin te vermijden dat de onvervaarde ontdekkingsreiziger zich plots moederziel alleen weet. Je moet als ouder doelbewust de metamorfose ondergaan die hoort bij een baby die er zelfstandig op uit trekt. Nadat je de eerste maanden niet meer was dan een paar koesterende armen of een schoot, word je nu een zichtbare gestalte met een stem. Het contact met het tastbare lichaam maakt plaats voor contact via kijken en luisteren. Zorg er dan ook voor dat je zichtbaar of hoorbaar blijft als je baby erop uit trekt. En als je toch uit zijn blikveld moet verdwijnen, blijf dan voor het oor aanwezig. Roep hem bij zijn naam, blijf ermee spreken of zing wat, maak wat nadrukkelijker geluiden tijdens je bezigheden. Zo blijf je het kind koesteren in een soort visuele of auditieve schoot. Heb je geen oog voor deze ontwikkeling, dan grijpt het kind angstig terug naar de oude zekerheid: het wordt ‘pakkerig’ en berooft zich zodoende van de vreugde van de ontdekking op eigen houtje.

Maar er is meer. Zolang je in de armen werd gekoesterd, waren je ouders er altijd als een soort verlenglichaam. Als ze je al weglegden in een bedje, had je dat nauwelijks door - ze deden het als je sliep. En als je wakker werd, werd de omhelzing van het warme dekentje meteen vervangen door die van het koesterende ouderlichaam. De nieuwe visuele en auditieve band die je nu aangaat, is niet alleen een band op afstand, maar ook een band die voortdurend wordt verbroken. Je ouders verdwijnen vaak uit je gezichtsveld, en ze laten niet altijd iets van zich horen. En tot overmaat van ramp duiken ze op de meest onverwachte plaatsen op. Het lijkt wel er wel op of ze je voortdurend voor de gek houden. Toen je je verdiepte in een pluisje op de vloer stond je moeder nog vlak naast je, maar als je wil testen of je dat pluisje wel in de mond mag nemen door je moeder vragend aan te kijken, is ze plots verdwenen. Na enig rondkijken blijkt mama in de keuken te staan. Gerustgesteld verdiep je je verder in je pluisje en plots duikt mama daar buiten op door het raam. Je bent nauwelijks bekomen van de verbazing of ze is weer verdwenen. Je staat op het punt om te gaan wenen, tot ze ineens weer achter je verschijnt in de deuropening.

Het vergt heel wat hersenactiviteit om al die stukjes van de puzzel in elkaar te passen. Nu heeft de baby wel een aangeboren programma dat hem influistert dat er iets bestaat als continu´teit, maar dat wordt danig op de proef gesteld doordat de ouders her en der uit het niets blijken op te duiken. Help je baby de puzzel in elkaar te passen. Dat kan door aanvankelijk je verplaatsingen in de ruimte goed zichtbaar te maken en je verdwijnen achter een muur te compenseren door voor het oor aanwezig te blijven: je baby bij de naam roepen, blijven zingen, en – als de vloer er zich toe leent – goed hoorbaar te stappen.

Dat je ouders als vlinders onvoorspelbaar over de wei van de zichtbare wereld beginnen te fladderen is al een probleem. Maar erger is dat vaak alleen maar de wei overblijft: de vlinder is gevlogen. Waar je ook kijkt, mama is nergens te bekennen. Het is dan geen kwestie meer van er heen te peddelen, even rond te kijken waar ze nu weer zal opduiken, of ze te roepen. Niets mag baten! De toeverlaat die je al ontglipte door zichtbare of hoorbare gestalte op afstand te worden, is opgegaan in het niets - hij is gaan werken of boodschappen doen! Geen wonder dat het kind de gestalte op afstand angstvallig in de gaten begint te houden.

Daarom is het ook belangrijk duidelijk te maken wanneer je echt weggaat en duidelijk het onderscheid aan te geven tussen langdurig weggaan en zomaar eventjes uit het gezicht verdwijnen. Vooral de eerste gebarentaal van het kind komt hier goed van pas. Leer je kindje met de handjes wuiven als je voor langere tijd verdwijnt. De trots die het voelt bij het beheersen van dit magische gebaar, en de vreugde van degenen die op deze nieuwe prestatie toekijken, vergulden de pil van het afscheid. Ze scheppen meteen een goed band met de toeverlaat aan wie je tijdens moeders afwezigheid wordt toevertrouwd. Bij de eerste gebarentaal voeg je als ouder ook telkens de woorden: ‘Mama dada!’, ‘Mama gaat weg!’ Als mama vertrokken is, herinnert degene die achterblijft er af en toe aan dat mama nergens te bekennen is: ‘Waar is mama?’, ‘Mama weg?’. Als het kindje dan zoekend rondkijkt, zeg je geruststellend: ‘Mama komt terug!’ Je herhaalt een paar maal de vraag en het antwoord: ‘Mama weg?’, ‘Mama terug!’ Door zo het kind de tijd al sprekend voor te zingen, maak je het voorbije vertrek en de verwachte terugkeer hier en nu hoorbaar. En dat is een hele geruststelling! Het kind begrijpt je wel degelijk: het begint met een dromerige blik te wuiven, en weldra zal het ook de bijbehorende woordjes uitspreken. Als mama dan weer opduikt, herhaal je triomfantelijk de magische woorden: ‘Mama terug! Mama terug!’ Zodoende leert het kind de periodes van langdurige afwezigheid te overbruggen.

De nieuwe fase in de ontwikkeling heeft vooral zijn gevolgen voor het inslapen. Tot nog toe verkeerde het kind in de illusie dat het altijd door de ouders werd omvat. Dat je nu zelf van de ouders wegkruipt en dat ook je ouders zelf zich van je verwijderen, maakt neergelegd worden in bed tot een heel nieuw ervaring: zouden je ouders je alleen achterlaten in bed? Daarom zie je kinderen in deze fase vaak problemen krijgen met inslapen of plots wakker worden als je ze hebt neergelegd. Blijf daarom bij je kind tot het echt is ingeslapen en zorg ervoor dat je dadelijk in de buurt bent - al is het maar door te roepen - als het kind wakker wordt. Eenmaal ze hebben begrepen dat je wel weggaat, maar dat je er dadelijk weer bent als ze wakker worden, vallen ze weer gerustgesteld in slaap zoals vroeger.

Het kind is niet alleen gebonden aan de moeder of de vader. Ook zijn broertjes en zusjes, evenals de huisdieren maken een belangrijk deel uit van zijn leefwereld. Het is niet alleen mama of papa die weggaan: ook het geliefde broertje gaat naar school. En ook de poes trekt er af en toe op uit om muizen te gaan vangen - of om aan de dreigende terreur van babylief te ontsnappen. Ook deze minder bedreigende verdwijningen kun je markeren door uitvoerig uitwuiven en er regelmatig aan te herinneren: ‘Broerke weg? Broerke komt terug!’ of ‘Poesje weg? Poesje komt terug!’. En ook dat klinkt des te geloofwaardiger, naarmate je ook hun effectieve terugkeer aangeeft met een triomfantelijk: ‘Broerke terug!’ of ‘Poesje terug!’

Om al deze nieuwe ervaringen te verwerken, helpt het om het ‘trauma’ spelenderwijze toe te dienen door kiekeboe-spelletjes. Je stopt je ergens weg – achter een muur, achter een deur, achter de kast, onder het aanrecht – en roept dan de naam van je baby. Je laat hem steeds langer rondkijken waar je zou kunnen zijn en voor hij echt bang wordt, kom je plotseling weer te voorschijn. Van zo’n spelletjes kunnen ze maar niet genoeg van krijgen: bij elke terugkeer schateren ze het uit dat het een deugd is. Ook het spel met de bal is het aangewezen middel om te leren omgaan met iets dat altijd maar wegrolt, maar dat je telkens weer te pakken kunt krijgen. Maar ook het oude ‘huid-tot-huid-contact’ is aan vernieuwing toe. Naast dragen op de armen of zitten op de schoot, vinden baby’s het hoe langer hoe leuker als je ze omhoog gooit en weer opvangt, als je ze rondzwiert, als je ze kopje-over laat rollen of als je ze een vogeltje op je handen door de living laat vliegen. Al deze spelletjes helpen de zekerheid tot stand te brengen dat op elk verdwijnen een verschijnen volgt

Door contact op afstand uit te bouwen met je verschijning en je stem, door goed het verschil aan te geven tussen slechts even verdwijnen en echt weggaan en vooral door weg-terug-spelletjes te spelen, weef je een rode draad door de almaar meer verbrokkelende wereld van het kind. Des te meer doet het deugd als de oude toestand wordt hersteld. Het kind geniet er des te meer van als je het af en toe eens hartelijk knuffelt en het nog eens heerlijk op vaders of moeders benen ronddraagt in de kamer – of op de schouders. En hemels is het genot als de hele familie bij de gezamenlijke maaltijd voltallig aan tafel zit: vorstelijk op de troon gezeten omringd door vader, moeder en broer, in het centrum van de belangstelling. En nog leuker is het om met zijn vieren elkaar in ÚÚn omhelzing te omarmen of met de baby op de armen achter elkaar aan te lopen door de woonkamer.


ę Stefan Beyst, januari 2002







Reacties: beyst.stefan@gmail.com


zie ook: stefan beyst over liefde: 'de extasen van eros'



Op de hoogte blijven van nieuwe teksten: mailinglist

zoek op deze site

powered by FreeFind

Een verwant probleem ontstaat als het kind een paar maanden later doorheeft dat het alleen wordt achtergelaten in bed: 'Mij zomaar alleen laten. Problemen bij het inslapen'