zie ook::
de extasen van eros



home over kunst over kunstenaars besprekingen info/contact

HET TABOE OP HET EROTISCHE BEELD

Hoofdstuk elf van 'Het erotische oog en zijn naakt'



(0) INLEIDING


Om te eindigen in schoonheid behandelen we tot slot een mildere vorm van de destructie van de schoonheid: de weerstand tegen het erotische beeld.

Van oudsher werden erotische beelden onderworpen aan vaak strenge taboes. Het is een illusie om te denken dat deze taboes in de loop van de geschiedenis stuk voor stuk werden overwonnen. Integendeel, de krachten die zich verzetten tegen de ‘frenzy of the visible’ (Williams) werden steeds sterker bij de introductie van elke nieuwe techniek voor productie en reproductie van beelden. Van Mozes, Plato, Boeddha en Confucius, over Mohammed, Savonarola, Luther en Calvijn tot Dworkin en Khomeini, fulimineerde een groeiend koor van iconoclasten tegen de aanzwellende vloedgolf van erotische beelden. We zullen hier niet de geschiedenis schrijven van deze weerstand. Ons interesseert eerder de houding van de kunstenaars en de kunstliefhebbers zelf. Hun houding tegenover erotische beelden is immers niet altijd bevestigend. In de stilte van hun ateliers voeren ze - ongeveer zoals Antonius in de woestijn - een vaak verbeten strijd tegen de bekoringen van de erotische schoonheid of de fascinering door haar destructie. Lang voordat de beeldenstormers aan het werk gaan, hebben zij al eigenhandig uit menig doek de duivel verdreven.


Hieronder kunnen afbeeldingen te zien zijn van het naakte lichaam.
Wie minderjarig is of aanstoot neemt aan het naakt, wordt dringend verzocht dadelijk deze pagina te verlaten.




Klik op de naam van de fotograaf of op de foto om een grotere afbeelding te zien.
Klik op de naam onder de grotere afbeelding om de website van de kunstenaar te vinden.






(1) HET TABOE OP EROTISCHE BEELD

‘Cet homme (Boucher) ne prend le pinceau que pour me montrer des tétons et des fesses. Je suis bien aise d’en voir, mais je ne puis souffrir qu’on me les montre’ Diderot.



Het taboe op erotische beelden is een uitbreiding van het natuurlijke en cultureel versterkte taboe op het vertonen van de erotische schoonheid van echte lichamen, dat we al bestudeerden in hoofdstuk VI. Daar beschreven we de natuurlijke neiging om de geslachtsorganen aan het zicht te onttrekken, het verlangen van geliefden om zich terug te trekken en het vermijden van verleiding bij alledaagse omgang. We wezen er ook op hoe de verschillen in schoonheid aanleiding gaven tot wrokgevoelens bij de minder bedeelden.

Het beeld maakt de zaken alleen maar erger. Het drijft de schoonheid op tot ongekende hoogten. Dat doet velen op zoek gaan naar een afglans in de werkelijkheid. Daar moeten ze vaak vaststellen dat ze niet in aanmerking komen. Ze beperken zich dan tot omgang met het beeld. Dat valt hun niet moeilijk, omdat de opgedreven schoonheid in het beeld de schoonheid van werkelijke lichamen overtreft. Maar het versterkt alleen maar de gevoelens van minderwaardigheid en frustratie in de arme toeschouwer en daarmee ook de gevoelens van wrok, niet alleen tegen de schoonheid in het beeld, maar ook tegen het beeld zelf. Dezelfde gevoelens komen op in de mindere schoonheden die worden verduisterd door de opgedreven schoonheid in het beeld: ze voelen zich finaal van de kaart geveegd.

Dat belet niet dat het beeld toch een visueel genot verschaft dat de werkelijkheid ontzegt. In het werkelijke leven is voyeurisme van nature beperkt tot de bewondering van het gelaat en die delen van het lichaam die onbedekt worden gelaten of gesuggereerd door kleren. In het beeld krijgt de voyeur het gehele lichaam te zien, tot en met de opgewonden geslachtsorganen. Dat maakt het des te moeilijker om te weerstaan. Dat is echter een vergiftigd geschenk. Vrijen met een beeld is onmogelijk. Het beeld maakt de toeschouwer tot gecastreerde voyeur, die toekijkt op het hermafrodiete lichaam (hoofdstuk III) of het dier met de twee ruggen (hoofdstuk IX en X). Ook dat voedt onvermijdelijk de wrokgevoelens tegen het beeld en wat het afbeeldt (Kappeler). Zoals gezien leidt dat uiteindelijk tot de ultieme vernietiging van zowel de schoonheid als het beeld.

(2) DE ESTHETISERING VAN HET EROTISCHE BEELD

Er is echter een andere uitweg die we doelbewust onbesproken hebben gelaten bij de beschrijving van de ontwikkeling van de erotische thematiek in de beide vorige hoofdstukken.

Wat in het beeld wil verschijnen, moet zich aanpassen aan de structuur ervan. Het beeld verbiedt tactiele en genitale omgang en het is dus alleen geschikt om de puur visuele aanvangsfasen van de erotische omgang te tonen. Het is maar goed dat Titiaans Venus haar schatten verbergt met een subtiel gebaar van de hand. Zou ze haar benen spreiden, zoals de romp zonder gelaat in Courbet’s ‘ L'origine du Monde’, dan zou ze niet langer zo gracieus balanceren op het koord dat is gespannen tussen gereveleerde visuele schoonheid en slechts beloofde tactiele of genitale bevrediging.

Er is dus ook een taboe op de erotische voorstelling dat voortspruit uit de natuur van het beeld zelf. En dat taboe ligt in het verlengde van het natuurlijke verbod dat ligt vervat in het zien zelf: een afstandzintuig kan nu eenmaal niet voelen, laat staan genitaal genieten. Het subtiele gebaar van Titiaans Venus redt het erotische oog uit de valstrikken van de visualisering van het genitale. Het moet niet langer aanzien hoe de erotische verschijning zich oplost in de hermafrodiet of het dier met de twee ruggen. Het gordijn over Courbets schilderij in Khalil Bey’s woning kan niet verhelen dat het beeld dat het bedekt tot fetisj is geworden en daarmee zijn ware bestemming heeft verraden.

Het beeld doet er dus goed gaan de nodige terughoudendheid aan de dag te leggen ten opzichte van de verlokkingen die het oproept. Om trouw te blijven aan zichzelf, kan het de opgewekte spanning gebruiken om een soort visueel perpetuum mobile te scheppen. Het legt dan de nadruk op de formele schoonheid van de erotische verschijning - de verhoudingen en de compositie van vormen en lijnen, licht en donker, kleuren en materialen. De erotische verschijning is dan aanleiding tot een nieuw genot: het genot aan het gemak waarmee het oog de verschijning kan vatten. Dit is een puur zintuiglijk - esthetisch - genot, waarbij het genot aan het gemak in verhouding staat tot de complexiteit van de opgave. Dit genot versmelt met de erotische betovering en leidt tevens de opgewekte erotische spanning in esthetische banen. Daarin gelijkt formele schoonheid op kleren die toelaten het genot aan de ontsluiering te rekken en op te drijven. Het is alsof een onzichtbare formele sluier wordt geweven over de erotisch charmes. In plaats van de vonk te zijn die het seksuele vuur doet ontvlammen, nodigt de formeel geësthetiseerde erotische verschijning uit om er zich steeds dieper in te verdrinken. Het formeel beheerste naakt is het esthetische object - het kijkobject - par excellence: een object dat wordt bewonderd als een doel op zich, zoals het een onderwerp past dat gevat wil worden in het beeld. Dat betekent niet dat de erotische betovering wordt gebroken, zoals vaak wordt beweerd sedert Kant. Integendeel, pas door zichzelf te tooien in het gewaad van formele schoonheid wordt het naakt de puur visuele verschijning, waarvan het oog eindeloos kan genieten zonder zijn genot te moeten afstaan aan de andere zintuigen die staan te dringen om de fakkel over te nemen. Formeel beheerste erotische schoonheid is de hoogste vorm van visuele schoonheid. Niet voor niets werden kunstenaars van oudsher geobsedeerd door de opgave de erotische schoonheid in het beeld te vatten. Niet voor niets treft men de hoogste prestaties van de plastische kunsten aan op het gebied van het erotische. En niet voor niets zijn de mooiste voorbeelden uit ons boek vaak handgemaakte beelden: niet alleen laten ze toe de schoonheid sterker op te drijven, ze laten tegelijk een veel sterkere formele beheersing van die opgedreven schoonheid toe.



titiaan


vorm.






shoshu



oscar brunet

Zodra het beeld de erotische verschijning formeel beheerst, is het niet langer meer de belichaming van een dubbel taboe. Het verbiedt niet langer tactiele of genitale geneugten, maar schenkt in alle gulheid het volle visuele genot. En het is ook niet meer gedoemd om het verbodene op te voeren: het laat niet langer de opwinding van het naakt door een derde - de oerscène - zien, maar een erotische verschijning die ons in vervoering brengt. Tegelijk transformeert de formele beheersing van erotische schoonheid het voyeurisme tot een esthetische houding. De seksuele opwinding wordt geconsumeerd in het scheppen of ontdekken van formele schoonheid. Deze voltooiing van de perverse trend werpt een dam op tegen elke opgang van het voyeurisme in sadovoyeurisme. Alleen daardoor wordt de voyeur getransformeerd in een kunstenaar of een kunstliefhebber, en de exhibitionist in een acteur, een stripper of een model. Het huwelijk van erotische en formele schoonheid bezegelt niet alleen de volwassenwording van voyeurisme als een voltooid esthetisch genot, het laat ook toe dat het beeld zijn echt missie vervult: de schoonheid te openbaren.

Hetzelfde beeld dat vraagt om de formele beheersing van erotische schoonheid, heft - zoals gezien in hoofdstuk X - het verbod op de voltooiing van het volle sadomasochistische offer op. In tegenstelling tot de opvoering van erotische schoonheid vereist de destructie ervan op het eerste gezicht geen formele beheersing: de bron van de opwinding droogt uit. Alleen de gemilderde sadomasochistische vertoning heeft formele - rituele - beheersing nodig, al is het ditmaal niet de ontplooiing van de seksualiteit die moet worden afgeremd, maar de drang om de schoonheid te vernietigen die haar uitlokt. Dat weerspiegelt zich in het beeld door de vaak nauwgezette compositorische inspanningen van de mise-en scene. Sadomasochistische literatuur bereikt hetzelfde effect door uitgebreide en eindeloze details te verschaffen over wat, waar, wanneer en waarom iets wordt gedaan: dit verdonkeremaant wat werkelijkheid aan de hand is.

Maar het zal de lezer niet zijn ontgaan dat, juist als in het beeld alle destructieve impulsen op de schoonheid van het lichaam worden losgelaten, aan het afzichtelijke dat we dan te zien krijgen een vaak ongekend schoonheid wordt ontlokt. Het effect daarvan is dat we niet langer onze ogen met afgrijzen afwenden, maar integendeel gefascineerd blijven kijken. In die zin redt de schoonheid het beeld ook nog als het de destructie van de schoonheid van het naakt opvoert. Al roept deze van het naakt losgekomen schoonheid het heimwee op naar de schoonheid van het naakt, dat dit laatste in het beeld is vernietigd neutraliseert dit verlangen, tenminste zo lang we blijven kijken. Zodat wat in de werkelijkheid een middel is om de seksuele drift finaal de kop in te drukken, in het beeld tot doeltreffende methode wordt om het genot aan de schoonheid een puur 'esthetisch' genot te laten zijn - een puur visueel genot dat niet langer vraagt om in de daad op te gaan. De esthetisering is hier veel doeltreffender dan die van de lichamelijke schoonheid: bij de laatste ligt de verleiding binnen handbereik, terwijl bij de eerste elke neiging om tot het tasten over te gaan meteen de kop wordt ingedrukt door de afzichtelijkheid die dan meteen weer achter de schoonheid haar kop opsteekt. Wellicht is het daarom dat de schoonheid in de kunst zich zo graag met het lelijke verbindt:.



bacon

(3) DE ONTEROTISERING VAN HET EROTISCHE BEELD

Omgekeerd lijkt het veel moeilijker om de balans tussen formele en erotische schoonheid in evenwicht te houden. Want het erotische beeld capituleert telkens weer voor de lokroep van de genitale ontlading. Het is niet moeilijk om in te zien waarom. Zo dringend is de seksuele schaarste - niet in het minst als een gevolg van het feit dat de schoonheid in het beeld de reële schoonheden verduistert - dat menig potentiële minnaar er de voorkeur aan geeft zich door het beeld te laten castreren, dan te worden gedesillusioneerd of afgewezen in de reële wereld. Als het beeld moet opwinden, leidt formele schoonheid alleen af. Alle aandacht wil uitgaan naar puur erotische prikkels. De mooiste modellen tonen zich in hun meest vleiende houdingen. En het zijn deze beelden die ook het anti-erotische ressentiment wakker roepen. Het zal wel overbodig zijn om dit soort beelden hier in te lassen.

Daarom proberen vele kunstenaars de erotische verschijning uit het beeld te bannen veeleer dan ze te vernietigen.Een voor de hand liggende manier is het uitspelen van de eigenschappen van het medium. Zo kan de kunstenaar de gladheid van de huid vervangen door toets, matière of korrel, de magie van de kleur breken door zwart en wit (of witte marmer) of de tactiele verleiding van rondingen neutraliseren door het lichaam te herleiden tot puur oppervlak of omtrek. We illustreerden dit in hoofdstuk VII, 6).

De kunstenaar kan ook het naakt zelf ontwaarden. Hij voert dan slechts blote of niet-ideale naakten op: denk aan de prepuberale meisjes van Schiele/Ionescu of zwangere vrouwen.









ernesto timor




schiele






shakhabalov




shakhabalov

shakhabalov

over ‘gewone’ lichamen




christopher john ball

hermann foesterling

en gedeformeerde naakten,








william ropp



william ropp


tot oude vrouwen, van Rodin's 'Celle qui fut la belle Heaulmière'





rodin






rodin

tot het indrukwekkende tors van Robert Piccart:




robert piccart

om nog maar te zwijgen van verminkte lichamen (Duffy) of zelfs kadavers (Géricault, Baselitz).






géricault


Deze anti-idealiserende trend is al zeer oud. We vinden hem al in het Hellenisme, hij was overheersend in de officiële Christelijke kunst van de Middeleeuwen, kreeg nieuwe impulsen na het herstel van de rechten van het lichaam in de Renaissance, na de opkomst van de erotische foto’s in het midden van de 19e eeuw en door het feminisme na de Tweede Wereldoorlog. Zo verlangt Nead - geïnspireerd door Derrida’s voorliefde voor wat zich buiten het kader bevindt - dat men voortaan van het vrouwelijke lichaam laat zien wat er traditioneel van werd uitgesloten (p. 60): de vagina en haar menstruatie (Judy Chicago’s ‘Red Flag’).


(4) CIRKELEN OM HET NAAKT

Minder doorzichtig is de beweging waarbij het erotisch naakt wordt vervangen door onderwerpen die er middelpuntvliedend om heen cirkelen.

Er is om te beginnen het portret. Als de scharnier tussen de niet-erotische - politiek-economische - en de erotische omgang is het zeer geschikt om de omgekeerde beweging weg van het erotische in te luiden. In plaats van de prelude te zijn tot de opgang van het gelaat in de erotische verschijning, gaat het in zijn hele opmaak verwijzen naar de politiek-economische verschijning van de mens:




van eyck

Op wat de academische traditie ‘composities’ noemde, nemen de handelende - concurrerende of werkende - lichamen de plaats in van het verleidende lichaam. Aanvankelijk ging het om hooggestemde religieuze of historische taferelen. Naarmate de aard en de kostprijs van de beelden het toelieten, zien we steeds meer profane onderwerpen verschijnen en ruimen de heldendaden van de heersers de plaats voor de minder spectaculaire bezigheden van ‘gewone’ mensen - wier gewone leven het spektakel aan de top relativeert: ‘en de boer, hij ploegde voort’.




millet

De aandacht voor hoogtepunten verschuift naar meer vluchtige perifere situaties, culminerend in de momentopnamen van de fotografie.Ofschoon het vele van deze onderwerpen ongetwijfeld niet aan belang ontbreekt, blijven het in wezen slechts perifere onderwerpen. Tenslotte zijn zowel mannen als vrouwen slechts economisch/politiek actief met het oog op het verkrijgen van seksuele bevrediging bij elkaar. Dat geldt bij uitstek voor de demonstratie van macht en rijkdom: de oorlog om Troje was in feite een oorlog om Helena. De verleiding door exploten allerhande vervangt de verleiding door het naakt. Daardoor verschuift de aandacht van de wederkerige verleiding naar de competitieve vergelijking met concurrenten.

Dit middellijke, competitieve handelen speelt zich af in een omgeving: het interieur, de stad of het landschap als scène van het menselijke handelen. Aanvankelijk gaat de aandacht zozeer uit naar de handelende mens dat de omgeving niet in het beeld wordt opgenomen. Geleidelijk verovert ze haar rechten, om uiteindelijk de handelende mens uit het beeld te verdringen. In een eerste fase is de mens nog slechts als teken aanwezig: de gebouwen die van zijn glorie getuigen of de producten die zijn rijkdom (of armoede) demonstreren.






brueghel

Maar op de duur verschijnt de ongerepte natuur die onverschillig is voor het drukke gedoe van de mens of die er zich mateloos - erhaben - boven verheft. In al deze gevallen ontkent het landschap de strijd die in het ‘historisch’ tafereel nog in het centrum van de aandacht stond:




caspar david friedrich

De handelende mens kan ook de plaats ruimen voor de afbeelding van zijn werktuigen of van de vruchten van zijn arbeid. Hoezeer het stilleven het belang van de handelende mens ontkent, is uitvoerig besproken door auteurs als Sterling (megalografie versus rhopografie, of om het met Bryson te zeggen: rhyparografie). Maar net zoals de schilders zelf, zijn ook de theoretici zich niet bewust van een meer fundamentele ontkenning. Jenseits van de tegenstelling tussen handelende mens en zijn instrumenten en producten, ontsnapt de meer fundamentele tegenstelling tussen de erotische en de niet-erotische (of middellijk erotische) mens aan de aandacht. Het stilleven is niet alleen de ontkenning van de handelende mens, maar in de eerste plaats van hetgeen waartoe het handelen (én als routine én als spektakel) dient. Tenslotte dienen de instrumenten en de vruchten van de arbeid alleen maar om op te gaan in de economische samenwerking tussen man en vrouw, die elkaar en hun kinderen voeden. De demonstratie van overvloed is in die zin slechts de afschaduwing van het oerbeeld van de rijkdom: de harem, waarin de potentaat zijn macht demonstreerde door een overvloed aan vrouwelijk schoon. In die zin is het stilleven de tegenhanger van de Ferrari’s en de zeiljachten voor de hedendaagse rijken:




cotan

Terecht merkt Bryson op dat in het stilleven het klapstuk van het Albertiaanse schilderij ontbreekt: het verdwijnpunt (69). Terwijl zich in het geometrisch centrum van Titiaans Venus van Urbino de vagina bevindt, leidt de logaritmisch spiraal op het stilleven van de kartuizer Cotan naar een zwarte diepte - de tegenhanger van het zwart vierkant op witte achtergrond van Malewitsj, die daar niet voor niets na het vierkant ook een zwart kruis plaatste.



Deze genealogie van de iconografie - Hegel een beetje op zijn kop - toont aan dat het naakt het echte verdwijnpunt is van alle onderwerpen. Al moet er aan herinnerd dat - zoals de geest in het oog - uiteindelijk ook de erotische verschijning in de holte verdwijnt.

(5) VAN TABOE OP DE EROTISCHE VOORSTELLING TOT HET TABOE OP MIMESIS

Er zijn ook meer formele oplossingen van het probleem. Een veel gebruikte methode is het verschuiven van de aandacht van herkenbare lichaamsvormen naar minder herkenbare, maar vaak niet minder erotische vormen. Twee prachtige voorbeelden vinden we bij Eric Kellerman, waar het licht het lichaam als het waren tot een nieuwe erotische verschijning omtovert:




eric kellerman







eric kellerman

Andere kunstenaars leggen de nadruk op de formele schoonheid, die oorspronkelijk de erotische aantrekkingskracht alleen moest beheersen. Ze onderwerpen het lichaam en zijn onderdelen aan een of andere formeel patroon: ze reduceren de organische vormen ervan tot geometrische schema’s of vertalen ze in puur formele composities van licht en donker, kleur of textuur. Het lichaam wordt daarbij in toenemende mate onherkenbaar, ja zelfs herleid tot een pure abstracte vorm:




tono stano



waclaw wantuch

Ook de vrijende lichamen ontsnappen niet aan dit lot. In het werkelijke leven vervlechten ze zich vaak tot een onontwarbaar kluwen van ledematen. We beschreven al hoe dat de neiging in de hand werkte om de lichamen te vatten in esthetisch ogende symmetrieën, die voor echte lichamen eerder ongemakkelijke keurslijven zijn (Bitesnich)

Soms gaan de kunstenaars zo ver dat ze het onderwerp - in wezen: de erotische schoonheid - als irrelevant verwerpen en uiteindelijk alle mimesis als zodanig overboord gooien. De anti-erotische impuls breidt zich dan uit tot een alomvattende anti-mimetische kruistocht.In een eerste fase resulteerde dit in het begin van de twintigste eeuw in de ontwikkeling van abstracte kunst, die elke soort ‘figuratie’ weigerde en zijn toevlucht nam tot een puur formeel spel met geometrische vormen. In werkelijkheid blijken deze slechts de dubbele ontkenning te zijn van het naakt: ze tonen monolithische objecten, die niet zijn samengesteld uit delen zoals het lichaam (zie hoofdstuk VI, Het geheel en zijn delen) , en ze zijn plat en hoekig, in tegenstelling tot het geronde en golvende lichaam. Door deze negatie verraadt de abstracte kunst haar herkomst. Het anti-erotische karakter van - vooral de vroege - abstracte kunst is nauwelijks doorzien (zie ook 'Mimesis en abstractie') Alleen Steiner (1965) stelt zich negatief de vraag ‘Zou een van de definities van abstracte, non-objectieve kunst kunnen zijn dat ze niet pornografisch kan zijn?’




Veel consequenter was het complete afzweren van mimesis als zodanig: met het naakt wordt uiteindelijk ook het badwater weggegooid. Dat was het werk van de zogenaamde ‘conceptuele kunst’ in al zijn varianten. In plaats van de wereld - in essentie: de erotische schoonheid - te transfigureren tot beeld, verbant men hem uit het beeld door tekens aan de wand te hangen die slechts verwijzen naar een wereld buiten het beeld: mimesis wordt tot semiosis. Dat bezegelt het ‘einde’ van de kunst. Het beeldverbod in de traditionele kunst van de afgelopen eeuw is slechts de meest recente van één van de vele anti-mimetische oprispingen die al sinds mensenheugenis het beeld teisteren. Eenzelfde impuls zal aan de grondslag gelegen hebben van het opleggen van het algehele taboe op mimesis door Mozes, dat overgenomen werd door de Islam en leidt tot de bloei van de abstracte kunst in deze godsdiensten.

Nodeloos erop te wijzen dat een zware prijs wordt betaald voor deze anti-erotische trend die zich uitbreidt tot een ware anti-mimetische kruistocht. Wat kunst wint aan formele schoonheid - en de kunstenaar aan respectabiliteit - verliest ze aan erotische aantrekkingskracht.

(6) DE TERUGKEER VAN HET VERDRONGENE

De erotische duivel laat zich echter niet zo makkelijk uitdrijven. Er bestaat iets als de terugkeer van het verdrongene.

De uitholling van de erotische aantrekkingskracht door korrel, zwart-wit of silhouet suggereert onvermoede (of onbedoelde) charmes. Het opvoeren van afzichtelijke naakten voedt het ressentiment tegen de onbereikbare schoonheid of bevredigt een hele waaier van ‘parafiele’ impulsen zoals pedofilie, efebofilie of gerontofilie, ja zelfs coprofilie, necrofilie, zoöfilie en dergelijke. En in het vorige hoofdstuk beschreven we uitvoerig de geheime charmes van het vernietigen van schoonheid.

De erotische duivel zit ook de middelpuntvliedende beweging weg van het naakt op de hielen. We vermeldden al hoe de afbeelding van folterscènes vaak een nauwelijks verhuld alibi is om sadistische impulsen te bevredigen. Ook vele ‘historische taferelen’ zijn alleen maar puur voorwendsel om naakten in alle mogelijke houdingen te laten zien. Dat is vooral het geval met strijdtaferelen, die een erotische lading verkrijgen vanwege de gelijkenis tussen vechten en vrijen:




pollaiuolo

Ook heel wat meer prozaïsche activiteiten laten onrechtstreekse voyeuristische bevrediging toe. Een van oudsher geliefd thema is het - individuele of collectieve - bad: van de talloze Bethseba’s, over het Turks Bad van Ingres tot de vele ‘baadsters’ in de modernere kunst. En vooral de fotografie ontwikkelde talloze eerder banale varianten: het bezoek aan de dokter, de secretaresse op de ladder, de verpleegster, de douche enzovoort:



tintoretto

De erotische duivel weet de voortvluchtige erotische schoonheid ook nog in het landschap of het stilleven uit haar tent te lokken. Het menselijke handelen wordt vaak ontkend in de voorstelling van de natuur als verloren paradijs waar in alle overvloed aanwezig is waar de mens in het zweet zijns aanschijns voor moet werken. Maar de vruchten in het verloren paradijs zijn nauwelijks verhulde ersatzen voor de echte vruchten waar men na het werk van plukt. En die schemeren vaak door in de contouren van menig landschap:



karl h. warkentin


bareta

shoshu


boutilier-brown

En uiteraard lenen vooral de objecten op het stilleven zich voor een symbolische lectuur: het schilderij verwordt dan tot beeldteken dat in de donkere kamer in de schedel de meest wellustige erotische voorstellingen oproept.Elders nemen de dingen de vorm aan van de verdrongen erotische schoonheid en/of geven zich over aan verborgen orgieën.




milton montenegro





objet de désir

Ook machines kunnen worden geërotiseerd (Picabia).

In het algemeen steekt de verdrongen erotische lust de kop op via het vaak obsessionele realisme en de fascinatie voor de doorkijk, de weerspiegeling en de transparantie, die vele landschappen en stillevens al sedert de Romeinen kenmerkt.



van eyck

Al deze tendenzen convergeren in 'La mariée mise à nu par ses célibataires, même’ van Marcel Duchamp, geschilderd op doorzichtig glas. Op het eerste gezicht slechts een onbegrijpelijk samenraapsel van objecten - een soort menging van ‘compositie’, landschap en stilleven - roept het na duiding een bij uitstek scabreuze voorstelling in de geest. Het is geen toeval dat deze prelude op de ‘conceptuele’ kunst het werk is van een kunstenaar die bekend stond om zijn afkeer voor de puur zintuiglijke prikkeling van de retina....

E
n het is evenmin toeval dat dezelfde kunstenaar een aantal 'erotische objecten' maakte die in de letterlijke zin van het woord 'negatieve' mimesis zijn: name 'Female Fig leaf' (1950) en 'Objet-dart' (1951): het betreft afgietsels respectievelijk van de uiterlijke en (althans volgens Arturo Schwarz...) innerlijke vrouwelijke geslachtsorganen, die echter daarna niet positief werden ingevuld en dus het nagebootste alleen als leegte bevatten.

Ook het geometrisch keurslijf waarin het naakt wordt geperst, draagt vaak genoeg bij tot de geheime charmes ervan. Een wulpse pose ontleent er haar momentum of haar legitimatie aan (Balthus). Of de symmetrie van de compositie verraadt het nauwelijks verhulde verlangen van de lichamen zich te verenigen: de geometrie wordt dan symbool van lichamelijke vereniging. Of het blijkt een symbolische commentaar te zijn op wat het bevat, zoals wanneer Brancusi zijn minnaars vat in een kubus. Heel vaak gaan precies die delen van het naakt die door abstrahering onherkenbaar zijn gemaakt, gelijken op andere objecten die dan als symbolen weer terugverwijzen naar wat aan het oog werd onttrokken.

En de geometrische discipline herinnert noodgedwongen aan de frames waarin sadisten hun slachtoffers ophangen. Dat is erg duidelijk in het werk van Peter van Straten - een kunstenaar die elke associatie van het werk met erotiek ontkent - maar waarvan de verdrongen sadistische ondertoon nauwelijks is verhuld.



gruizza

Ten slotte kan zelfs de meest doorgedreven abstractie of de meest rabiate conceptualisering de kunst niet van haar erotische smetten witwassen, verre van. Al op de kleren van Klimt die zijn bedoeld om de naaktheid van de modellen te bedekken, krijgen de abstracte motieven erotische connotaties, als ze al geen eigen erotisch leven beginnen te leiden:




klimt










Bij Eva Hesse slaat het geometrische volume van de kubus plots om in wat hij ontkent: de smeuïge, ronde organische holte.

De conceptueel Weiner laat twee lesbiennes performen in het bijzijn van een homo ‘Do you believe in water?’ (1976). Vaak keert het verdrongene alleen maar terug in het hoofd van de toeschouwer, die nog erotische inhouden vindt in de meest abstracte voorstellingen. Zo leest Lucy-Smith de kruisen van Mondriaan in termen van copulatie! Zou abstracte kunst niet meer zijn dan één grootse orgie?

In conceptuele kunst blijft men niettegenstaande alle anti-mimetische ijver toch van kunst spreken. Dat verraadt hoezeer men verknocht blijft aan wat men meent te hebben uitgeroeid. Ook de keuze van beeldtekens in plaats gewone verbale taal wijst op de verdringing.

(7) EEUWIGE SCHOONHEID

Nodeloos er op te wijzen dat er een groot verschil is tussen de terugkeer van het verdrongene - waar de erotische verschijning bij de haren in het beeld wordt gesleurd - en het omzichtig balanceren op het koord tussen erotische beheersing van de erotische aantrekkingskracht. Het volstaat om de voorbeelden te vergelijken.

De reikwijdte en de impact van de anti-erotischen impuls, die zich uitbreidt tot algehele anti-mimetische kruistocht, kan een nieuw licht werpen op de productie van artistieke beelden als zodanig. Achtereenvolgende vloedgolven van erotische beelden overspoelden de wereld op steeds grotere schaal en in steeds bredere lagen van de bevolking. De ontdekkingen in Pompeï laten vermoeden welke reusachtige hoeveelheden erotisch materiaal in de loop van de tijd vernietigd zijn geworden. Het wordt dan duidelijk dat deze vloedgolven niet een of andere onderstroom vertegenwoordigen die geen relatie onderhoudt met ‘echte kunst’. Het is immers geen toeval dat de anti-mimetische tendens in de moderne kunst de kop opsteekt rond het midden van de negentiende eeuw, op het moment dat erotische foto’s met hele trein- en scheepsladingen tegelijk vanuit Parijs over de hele wereld werden verspreid. De anti-mimetische impuls in moderne kunst is ongetwijfeld slechts een bijzonder geval van een toenemende anti-mimetische woede die zich al vanaf het begin van de beeldproductie tot op heden zich met steeds meer klem verzet tegen de woekering van erotische beelden. Vele commentatoren kijken in hun beschrijving van de geschiedenis van het erotische beeld ofwel met heimwee terug naar de vrijheid in vroegere tijden en op andere plaatsen, ofwel schetsen ze het beeld van een toenemend doorbreken van de laatste taboes. Wij denken integendeel dat we moeten uitgaan van een tegenstrijdige neiging om enerzijds de erotische schoonheid in beeld te brengen en anderzijds de erotische schoonheid centrifugaal in het beeld te verhullen door andere onderwerpen.

Hoe deze abstracte dynamiek zich historisch ontvouwt, wordt bepaald door de ontwikkeling van de mimetische technieken. Mimetische technieken die veel inspanning vergen (al was het alleen maar omdat ze kostbare materialen bewerken) lenen zich vooral voor ‘prestigieuze’ middelpuntvliedende thema’s: men zal eerder een prent of een foto aan de erotische verschijning wijden dan een marmeren beeld. Daar komt bij dat technieken zich steeds beter lenen voor privaat gebruik naarmate ze minder inspanning vergen en dus goedkoper zijn. Een fresco of een marmeren beeld zijn eerder bestemd voor openbaar gebruik, een prent of een foto eerder voor privaat gebruik. En vermits de ontwikkeling van mimetische technieken wordt gekenmerkt door toenemende productiviteit, geeft de ontwikkeling van de thema’s in de beeldproductie eerder de globale indruk van een steeds dichtere benadering van het erotische centrum. Bij elke verhoging van de productiviteit, stoot het beeld op steeds groter schaal naar de kern door, wat telkens nieuwe en steeds drastische anti-mimetische reacties oproept, in de eerste plaats in het beeld zelf.

Anderzijds zorgt een andere eigenschap van de productie ervoor dat er steeds meer excentrieke erotische thema’s worden aangesneden. Beelden blijven bestaan. Terwijl muzikanten het bestaande telkens opnieuw moeten uitvoeren, zijn beeldende kunstenaars en schrijvers ertoe gedwongen steeds nieuwe opgaven te zoeken. Eerst komen de meest voor de hand liggende onderwerpen aan bod en als dit terrein verzadigd is, moet men nieuwe thema’s steeds verder - centrifugaal - gaan zoeken. Ook dat geeft het valse beeld van een schijnbaar steeds grotere vrijheid.

(8) DE CULTUS VAN HET BEELD ALS ORGIE

Tot nog toe gingen we ervan uit dat uitsluitend seksuele of voyeuristische drijfveren de ontwikkeling van het beeld vooruitstuwden. Dat is een enigszins eenzijdig standpunt. Het ogenblik is gekomen om de orgiastische drijfveren in het daglicht te stellen. Ook het verlangen om zich te meten aan collectieve standaarden en het verlangen om zijn schoonheid te delen liggen aan de basis van erotische beeldproductie.

Met het oog op de aanhoudende en vaak scherpe oppositie tegen de ‘toenemende’ seksuele vrijheid, moet het weldoend effect van de communale vertoning beklemtoond. Het legt een seksuele standaard op aan de gehele gemeenschap en zet iedereen ertoe aan om zijn uiterlijk te verzorgen evenals zijn seksuele vaardigheid. Hoe weldoend deze invloed wel is, kan worden gemeten aan de algehele verschijning van leden van ascetische culturen die elke orgiastisch gevoel veroordelen ten voordele van een of andere spirituele zending. Juist zoals erotische kleren het lichaam erotiseren, veroorzaken ascetisch kleren een algehele degeneratie van de lichamelijke schoonheid. Hetzelfde geldt grosso modo voor de seksuele praktijk.

Het kan niet worden ontkend dat erotische beelden de schoonheid van reële lichamen verduisteren evenals de gewone seksuele omgang. We kunnen spreken van een ware drooglegging van de echte wereld. Toch moeten we toegeven dat de momenteel quasi universele beschikbaarheid van erotische beelden menig koppel ertoe aanzette om de verscheidenheid van het erotische repertoire uit te breiden en om komaf te maken met het negatieve effect van eeuwen repressie, eerst en vooral door de materiële voorwaarden van de massa’s die de rijkdom moesten produceren voor de kleine minderheid die kon genieten van een onbeperkte seksuele vrijheid. Wat Foucault beschouwde als een toenemende controle is op lange termijn gezien slechts een oppervlakkige en voorbijgaande reactie te wijten aan het geweld van de erotische aardbeving die de wereld nog een tijd lang zal beroeren als een gevolg van de toenemende rijkdom van steeds nieuwe lagen van de bevolking in de geïndustrialiseerde wereld. Dit verklaart de spreiding van een verfijnde seksuele cultuur in steeds bredere lagen van de bevolking.

We moeten toegeven dat niet iedereen kan beantwoorden aan de standaard de universeel toegejuichte belichamingen van schoonheid en de atleten van de seksuele omgang belichamen. Precies daarom neigt de communale consecratie van de schoonheid ertoe zich te beperken tot de weinige uitverkorenen. Het is geen oplossing om de schoonheid te verbieden haar charme te etaleren (zeker niet als er onderscheiden wordt gemaakt tussen communale verleiding en seksuele verleiding, wat misschien wat veel is gevraagd ). In tegenstelling tot materiële omstandigheden, die kunnen worden verbeterd en meer rechtvaardig verdeeld, is lichamelijke schoonheid in ongelijke mate verdeeld (over een gegeven populatie). Ofschoon allerhande technieken de nodige correcties mogelijk maken, zal het ideaal van erotisch egalitarisme wel voor altijd onbereikbaar blijven. Intussen leggen degenen die zich aan de kant geschoven voelen zich beter toe op het ontwikkelen van andere talenten - zoals de mindere schoonheden van oudsher hebben gedaan - in plaats van de gelukkigen er aan te hinderen te genieten van hun charmes en ze te etaleren.

© Stefan Beyst,december 2004


zie ook: stefan beyst over kunst




zoek op deze site

powered by FreeFind


Reacties
: beyst.stefan@gmail.com



Stefan Beyst is ookde auteur van
'De extasen van Eros'
waarin de wederwaardigheden van het erotisch oog worden gesitueerd
in de bredere context van de lotgevallen van de liefde als zodanig.