over slagen en falen

hoe overleven als verliezer?





VERENGEN VAN DE WAAIER VAN ARENA'S (1)
'Les puissants sont souvent des ratés du bonheur',
Camus.

We kunnen van arena wisselen, maar ook de waaier van arena's verengen.

Er zijn immers vele terreinen waarop we moeten presteren: als vader of moeder, als broer of zus, als zoon of dochter, als echtgeno(o)t(e), als vriend(in), in ons beroep, als medewerk(st)er (collega), als buur, als lid van de diverse gemeenschappen waar we deel van uitmaken.

We zijn pas tevreden als we in al deze arena's triomferen. Maar als dat niet het geval is, ligt het voor de hand dat we de aandacht proberen af te leiden naar de arena's waar we wel goed presteren ('Mijn carrière stelt wel niet veel voor, maar ik ben wel een goede vriend, minnaar of huisvader), of dat we, omgekeerd, de prestaties van anderen in de ene arena ontwaarden door te wijzen op hun falen in de andere ('Hij is wel succesvol in zijn beroep, maar schiet schromelijk tekort op vlak van zijn seksuele en parentale relaties').

Als we de waaier van arena's inperken, verkleinen we vaak ook de omvang ervan. In een eerste beweging beperken we het aantal arena's waarin we zouden moeten uitblinken tot één enkele, en geven we de strijd op in alle andere. En in een tweede beweging laten we onze keuze voor een arena afhangen van het aantal concurrenten waar we tegen op moeten tornen. Dat is het grootst bij concurrentenpools met wereldomvattende arena's zoals sport, en het kleinst in concurrentenpools die in principe wereldomvattend zijn, maar die in de praktijk zijn opgesplitst in talloze locale arena's, zoals de arena van seksuele liefde of ouderschap.

De verenging van de waaier van arena's verschilt van arenawissel. Bij verenging geven we de strijd op in arena's waar we minder succesvol zijn, om ons te concentreren op de arena waar we sterk in zijn. Bij arenawissel behouden we de (al dan niet verengde) waaier, en zoeken we naar een alternatief voor één van de onderdelen ervan - veranderen van studie of beroep, veranderen van seksuele partner of vriend(in). Na de inperking is het nodig om het opgeven van de strijd in de overige arena's te verantwoorden, zoals bij arenawissel het opgeven van de strijd in alternatieve arena's, en dat gebeurt met gelijkaardige formules zoals: 'Ik ben wel niet ...., maar wel ...'. Maar die gelijkenissen mogen ons niet blind maken voor het verschil.

Verenging van de waaier der arena's leidt tot de alomtegenwoordige basisdichotomie tussen maatschappelijk presteren, waar de arena's ernaar tenderen om wereldomvattend te zijn, en privaat presteren waar de arena's ernaar tenderen om heel locaal te zijn (Alexander versus Philemon en Baucis). Slechts weinigen onder ons wagen zich aan de volle strijd in de wereldomvattende arena's:, terwijl de meesten zich neerleggen bij een ondergeschikte of minderwaardige positie daarin omdat ze in de veel kleinere private arena's meer kans maken om de enen en enigen te zijn - als vriend, als minna(a)r(es), als ouder of kind. We kunnen de waaier nog verder verengen door ook nog de private relaties links te laten ligen en ons terug te trekken in een solitair bestaan waarin we heer en meester zijn over onszelf. Deze elkaar overlappende mini-arena's van collega's, vrienden, gezin en lief, zijn zowat de erfgenamen van enkele kernaspecten van de stam, die honderdduizenden jaren de sociale habitat van de mens vormde - en het hoeft dan ook geen verwondering te wekken dat de meeste mensen er zich beter in thuisvoelen dat in de vaak heel ongewone structuren die het maatschappelijke weefsel vormen waarin de private structuren zijn ingebed.

Verenging van de waaier van arena's wordt vaak ingeluid door falen in één van de onderdelen van de waaier. Zo kunnen we onverhoeds verliefd worden op een concurrent die we niet konden overtreffen, of op het lid van een gemeenschap waarmee onze banden aan het verwateren waren. Of de carrière waar we ons met hart en ziel aan hadden gewijd stagneert, de liefdesrelatie waar we ons bestaan op hadden gebouwd is tot routine verworden, en we storten ons plots met hart en ziel in een of andere triomferende beweging - triomferend fascisme, nieuw links, faminisme, de Bhagwan, het salafisme, .... Omdat we al ons streven op een nieuw doel richten, is het oude plots van geen tel meer. We voelen ons niet langer verliezer, terwijl we ons tegelijk zegezeker naar de nieuwe arena begeven. Dit samengaan van geen verliezer meer zijn en zegezekere winnaar worden, verklaart het vaak extatische karakter van zo'n verenging, vooal dan wanneer we opgaan in een nieuwe gemeenschap, zodat onze triomf nog wordt versterkt doordat we hem delen met alle overige leden van de gemeenschap.

Op hoe minder paarden we uiteindelijk wedden, hoe groter de teleurstelling als ook het laatste paard ons ontglipt. Afgewezen worden door ons lief, of alleen achterblijven na de dood van onze levensgezel is daarom zo'n onverteerbaar gebeuren als we ons leven op de liefde had gebouwd.

Terug naar de beknopte versie.
Verder naar de volgende uitgebreide paragraaf:

Voorbeelden:

Er zijn vele varianten van deze verenging, met de bijbehorende ontwaarding.

Geven we eerst voorbeelden van de verenging tot de private onderdelen van de waaier.

Vaak wordt de carrière tegengesteld aan het uitspelen van lichamelijke schoonheid: 'Ik ben wel niet rijk en machtig, maar wel jong, en mooi, seksueel aantrekkelijk': denk aan Oscar Wilde en Alfred Douglas - of meer algemeen aan het omschakelen van de wederkerige seksuele en economische omgang voor de asymmetrische ruil tussen schoonheid en rijkdom, zoals beschreven in 'De rijke man'.

Velen stellen carrière maken tegenover 'mens zijn', 'leven', 'gelukkig zijn': 'Ik ben wel geen beroemdheid, maar wel 'een mens' - waarmee dan meestal wordt bedoeld 'een goed gemeenschapslid, een goede vriend, een goede minnaar, of een goede huisvader, ... 'Ziel des Lebens ist es, nicht ein erfolgreicher Mensch zu sein, sondern ein wertvoller.' toegeschreven aan Albert Einstein ('Strive not to be a success, but rather to be of value.').
'Who can worry about a career? Have a life!', Frances McDormand. 'Les puissants sont souvent des ratés du bonheur', Camus. 'Vivre heureux. c'est vivre en cachette'.

De basisdichotomie tussen maatschappelijk en privaat leven omvaat in de regel het hele pakket van goede omgang met collega's, vrienden, lief en gezin. Maar de private waaier kan verder worden verengd tot omgang met alleen collega's, alleen vrienden, alleen lief, alleen kinderen: Standaard is de vlucht voor tot sleur geworden of opgegeven liefdesrelatie in een verhevigde band met een vriend of vriendin, met kinderen, broers of zussen (vooral op latere leeftijd), of ouders (bij uitstek bejaard geworden ouders).

Een meer extreme en daarom eerder zeldzame variant van deze basisdichotomie is ook de tegenstelling tussen 'innerlijk leven' enerzijds en zowel privaat én maatschappelijk presteren: van de eenzaat anderijds: 'Ik heb wel geen maatschappelijk prestige en geen lief of vrienden, maar geniet van mijn innerlijke rijkdom'. Deze tegenstelling treedt vaak op na een drukke activiteit in de bredere maatschappelijke arena's: denk ook aan het 'Il faut cultiver son jardin' vanVoltaire of aan 'Les reveries du promeneur solitaire' van Rousseau: 'Réduit à moi seul, je me nourris, il est vrai, de ma propre substance, mais elle ne s'épuise pas; je me suffis à moi-même, quoique je rumine, pour ainsi dire, à vide, et que mon imagination tarie et mes idées éteintes ne fournissent plus d'alimens à mon cœur.'

Bijzondere aandacht verdient de extreme versie van deze variant: die van de ascetische mediteerders en mystiekers: 'Ik heb wel geen relatie met de úiterlijke wereld, maar des te meer met mijn innerlijk', of in de meer westerse versie: 'Ik heb wel geen relatie met de aardse wereld buiten mij, maar wel met God in mij'.

Bij de omgekeerd inperking tot maatschappelijk bestaan wordt het private leven vaak minachtend afgedaan door degenen die maatschappelijk (willen) presteren: 'Huisje, boompje, beestje, kind', "Huisje, tuintje, kindje', of het aloude 'Kinder, Küche, Kirche'. De minachting klinkt ook door in de lof van het celibataire bestaan in het Christendom met de bijbehorende minachting voor de schoonheid van het lichaam. 'De vrouw die hsyterisch is in haar jeugd, wordt godsdienstig op haar oude dag' (Les Femmes, Diderot'). Een sprekend voorbeeld is Sinnead O'Connor die zich bekeert tot de islam: 'I’m an ugly old hag, she wrote. 'But I’m a very, very, very happy old hag.'


Terug naar de beknopte versie.
Verder naar de volgende uitgebreide paragraaf:



© Stefan Beyst, 2018.

facebook facebookvolg   twitter
 
ontdek
mijn nieuwe e-boek:


zelfomslag

het zelfbeeld
tussen spiegel en dagboek