home over kunst over kunstenaars besprekingen info/contact

PANIEK!
Een schokkende gebeurtenis, en de verwerking ervan.


Mama had Betje in bed gelegd en we waren heerlijk aan het werken in ‘het atelier’, onze werkruimte die los van de woonruimte is gebouwd. Via de babyfoon horen we Betje ‘mama!’ roepen als ze wakker wordt.

Normaal slaapt Betje zo’n anderhalf uur, maar in zeldzame gevallen neemt ze er nog een tweede periode van anderhalf uur bij. Wat wij uiteraard ten zeerste weten te waarderen omdat we dan extra lang met onze eigen zaken kunnen bezig zijn. Het zag er naar uit dat we ditmaal van zo’n extra lange vrijheid zouden kunnen genieten. Bijna op hetzelfde moment zeggen we allebei: ‘Betje houdt het lang uit vandaag!’. Waarop we ons lachend met vernieuwde ijver verdiepen in onze bezigheden.

Tot mama iets gaat halen in de living en volledig ontdaan met het luid wenende Betje op haar arm naar mij komt gelopen. Meteen sta ik op. En vol vragen gaan we binnen kijken wat er is gebeurd.

Het was één groot slagveld in de keuken: een grote plas melk op de grond, de deur van de koelkast wagenwijd open, eetwaren over de vloer uitgespreid, het flesje met kindervitaminen omgegooid, en op tafel een glaasje sinaasappelsap met een rietje erin. In één oogwenk staat de gehele draagwijdte van het gebeuren ons levendig voor ogen.

Alleen de volgorde is ons nog niet duidelijk. 'Hoe heb je ze aangetroffen?’ vraag ik, tussen het stevig vastpakken en geruststellen van Betje door. ‘Wenend op haar stoeltje aan tafel, zuigend aan het rietje van haar sap!’

En langzaam wordt het duidelijk wat zich moet hebben afgespeeld. Betje zal wakker zijn geworden op het normale uur. Zoals vaker zal ze - zij het ditmaal zonder roepen - aan de trap zijn gaan wachten tot wij eraan komen. Omdat we schrik hadden dat ze nog half slapend zelf de trap zou afkomen en er zou afdonderden, hadden we de laatste tijd de deur van de slaapkamer dicht gedaan. Maar eveneens de laatste dagen begon het haar te lukken om, op haar tenen staande, de deurklink te bereiken en deuren open te doen. Ze zal dus de deur van de slaapkamer hebben opengedaan, na even wachten en roepen op mama zelf de trap zijn afgekomen en zelf de deur naar de woonkamer hebben opgedaan. Roepend op mama zal ze dan de living zijn ingestapt en naar de keuken zijn gehuppeld – waar de koelkast staat, vol met de verrukkelijkheden en wel: zonder mama in de buurt! Dat zal haar bezorgdheid om de afwezigheid van haar mama hebben doen omslaan in blijdschap: ongestoord de koelkast kunnen opendoen! Ze zal meteen dat heerlijke flesje kindervitamientjes hebben zien staan. Maar als het haar niet lukte om met het pompje het heerlijke siroopje eruit te duwen, zal ze het hebben neergegooid. En meteen naar de fles met melk hebben gegrepen. Maar de melk uit de fles in een beker krijgen is voor Betje nog een hele klus. Doe-het-zelver als ze is, zal ze alvast de fles op de grond hebben gezet om eerst een bekertje te halen uit de kast ernaast. Maar het gieten met de fles heeft ze nog niet echt onder de knie: ze beheerst de verandering van zwaartepunt bij het opheffen nog niet. Zonder onze (discreet) helpende handen in de buurt werd dat dus een knoeiboel van jewelste. Bij de aanblik van de melkplas zal ze zijn beginnen wenen uit angst voor een boze uitval van vader of moeder. Dat die uitbleef zal haar nog banger hebben gemaakt en hartstochtelijk wenend zal ze zich – doe het zelf! – hebben willen troosten met een sinaasappelsapje dat ze dan braaf op de tafel is gaan zetten om het even braaf met een rietje - en zoals het hoort: braaf n haar stoel gezeten - uit te drinken, na het glas zonder morsen te hebben gevuld. Zij het dan niet halfvol zoals dat bij mama moet, maar helemaal gevuld!

En, zo braaf drinkend, maar snikkend van verdriet, diep bedroefd en helemaal verlaten aan haar rietje zuigend, heeft haar mama haar dan aangetroffen. Bij de gedachte aan het hele gebeuren kunnen we ons arme meisje niet genoeg knuffelen. Want niets is zo akelig dan als ouders met de neus te worden geduwd op de ellende die je kind heeft meegemaakt zonder dat je die wist te verhinderen. Je probeert greep te krijgen op het geheel door het te reconstrueren. Of het bovenstaande het juiste verhaal was, zullen we wel nooit weten, maar het idee dat het zoiets zou kunnen zijn geweest, maakt het gebeuren tastbaar en verwerkbaar.

En wat voor de ouders geldt, geldt nog meer voor de kinderen. Want die hebben alleen maar de neiging om alles te vergeten en te bedelven onder de omarmingen en knuffels. Daarom proberen we even later het gebeurde met Betje te reconstrueren. Aan haar nog betraande oogjes zien we dat ze zich alles weer voor de geest haalt. Ze keek een beetje schichtig keek als ik zei: ‘Betje melk gemorst? Betje bang dat mama boos wordt?’ Waarop haar neiging om te beginnen wenen meteen in de kiem werd gesmoord door een nieuwe geruststellende knuffel van mama.

Terwijl het snikken zienderogen begon weg te ebben, voltooide ze de reconstructie van het verhaal: ‘Jee! jee!’, bleef ze met aandrang herhalen, met haar vinger wijzend hoe je door de keukendeur naar het atelier kon gaan. En toen pas hadden we het echt door: de klink van die deur staat extra hoog, en die had ze dus niet kunnen open doen! Te oordelen van de felheid van haar reactie moet dat haar nog het meeste hebben getroffen: niet dat wij er niet waren als ze wakker werd, niet dat ze erg bang was geweest voor een uitbrander vanwege het morsen, maar dat ze verdomd niet in staat was geweest om zelf de keukendeur open te doen om zo zelf naar papa en mama in het atelier te kunnen gaan!

’s Avonds tijdens het voorleesuurtje voor het slapen gaan, herinner ik nog eens aan het gebeurde. ‘Betje deur open niet, Betje’!’ zegt ze heel verontwaardigd. Waarop ik: ‘Papa zal de deur open laten, dan kan Betje naar het atelier komen’. En ook wij komen nog eens op het gebeurde terug als we ons klaar maken om slapen te gaan. Nu dringt pas goed de huiver tot ons door die we overdag bij onze bekommerdheid om Betje te troosten niet volledig hadden kunnen laten doordringen. En pas nu voelen we ons goed schuldig: dat we door onze onachtzaamheid niet hebben kunnen verhinderen dat ons liefste meisje zich zo moederziel alleen moet hebben gevoeld… Waarop ook wij, niet zonder fierheid over de toch bewonderenswaardige zelfredzaamheid van ons meisje, rustig inslapen.

De volgende dag zetten we de babyfoon wat harder, zodat we niet alleen Betjes roepen zouden horen, maar ook het gestommel in bed als ze nog zonder roepen zou opstaan….

© Stefan Beyst, april 2003


zoek op deze site

powered by FreeFind


Reacties: beyst.stefan@gmail.com


zie ook: stefan beyst over liefde: 'de extasen van eros'



Op de hoogte blijven van nieuwe teksten: mailinglist