classificatie auditieve fenomenen


opgevoerde auditieve werkelijkheid
over gevonden auditieve werkelijkheid en auditief design

bewegingssensoren zoals in kinect studies van kreidler 1911
joe jones dog symphony (1961); luisteraars brengen hongen me, dirigent laat op hondenfluitjes blazen terwijl de honden blaffen


TE RANGSCHIKKEN:
muziektheatrale werk van George Aperghis

.
Dieter Schnebel: Konzert für 9 Harley Davidsons, Synthesizer und Trompete (Zusammenfassung)

Hans joachim hespos https://www.youtube.com/watch?v=SfkHr1IoSGM
heiner goebbels
 ).

Akio Suzuki Akio Suzuki and Aki Onda: ke i te ki 2015 te analyseren
oscillator sampler sequencer
'

Els Viaene: aurallandscapes op basis van bestaande geluiden (field recordings)


Bij klankgeneratoren
Aernoudt Jacobs; klanken uit draaiende luidsprekers, en afzonderlijke fase van die draaiende klankte horen buis, sense of sound electromagnetisch generatie van klank in blikken/ sound towers; klank anders gefilterd door op veranderlijk tempo draaiende schijven/ colour of noise; oerwoudgeluiden gefilterd door plastiekfolie
Rolf Julius mattress perfomance 1988: geluid gewijzigd door allerlei manuele ingrepen met voorwerpen
Stephan von HuenSirenen low 1999 (houten orgelpijpen), Drum II (automatisch aangedreven trommeltokken)


Camille Norment: Rapture for the Nordic Pavillon Venice (2015) glasharmonica en fluit resonerend met glas van paviljoen en/of stukken gebroken glas met eigen resonantie, gecombineerd met vrouwenstemmen die tritounus zingen, gecapteerd door mico's
Jeroen Uyttendaele, Leeway (20130 Grafiettekening bediend door toeschouwers als activering van tot trillen gebrachte staalplaten ('al tekenend muziek maken')
Pauwel De Buck
Jeroen Vandesande,
Maryanne Amacher (VS), the tones in this music will cause your ears to act as neurophonic instruments that emit sounds that will seem to be issuing directly from your head . Plaatst microfoons bv. in haven en beluistert ze thuis of geeft ze weer via radio of in musea . installations. Dan geluiden laten circuleren in gebouwen (meerdere gebouwen Joined rooms) Sound sereies die weken duren: continuous sound installations Dan tonen geproduceerd door oor.

De meeste werken van Cage, zoals Europera.
The earliest known usage of the term 'sound art' was in 1983 with an exhibition at the Sculpture Center in New York entitled "sound/Art".
Russolo Veglio di una Citta is mimetisch
Reiner Goebbels Stifters dinge: theater zonder acteurs> Ok tableua idee eigenlijk tentoongestelde klankgeneratie en verhaal dat voorstellingen opwekt


- Structurele temporele samenhang; klank (met verborgen of geneutraliseerde klankbron: verwijdering van de oorspronkelijke visuele gedaante) gecombineerd met lichtflitsen 

werkelijk;
zoals in dancing of op rockpodia
Karsten Nicolai
structurele samenmhang gegenereerd door audificatie (hoorbaar maken: De Grafische Methode Fiets (1979) : hartstlag enz. gecapteerd door geluidssensoren
sonorisonoriseringen van visuele gegevens
beeld en werkelijkheid: visualiseringen van muziek zoals Bach op Youtube

- willekeurige, aleatorische

werkelijk: in deLetter Pieces(2007-) van Matthew Shlomowitz (1975), worden de acties van een muzi-kant 'letterlijk' gesynchroniseerd met de acties van een danser, of uitvoerder van welke soortdan ook

- surrealistische synchronisatie: de auditieve dimensie van het ene origineel bestaande   wordt gevoegd bij de visuele van een ander, en omgekeerd.

werkelijk
INLEIDING

In ons overzicht over de diverse soorten 'muziek' wijden we onderstaande tekst aan het opvoeren van (composities van) geluiden van werkelijke objecten - of om ons onderwerp negatief te omschrijven: (composities van) geluiden die geen beelden zijn.


WERKELIJKE KLANKEN EN KLANKEN DIE BEELDEN ZIJN

Het komt er immers op aan duidelijk onderscheid te maken tussen klanken die werkelijk zijn - de auditieve verschijning van een aanwezig klinkend object, zoals een krakende tak, een klok, een motor, de wind - en klanken die beelden zijn - de auditieve verschijning van een afwezig origineel, zoals het geluid uit de windmachine dat wordt geacht het huilen van de wind te zijn, of zoals de zang van de zangeres wordt geacht de klacht van Arianna te zijn. In het eerste geval verbinden we de klank met de geluidsbron waaruit hij afkomstig is: het kraken met de tak, het luiden met de klok, het ronken met de motor, het fluiten met de wind . In het tweede geval doen we dat uitdrukkelijk niet: we zien integendeel de klankgenerator over het hoofd en koesteren de illusie dat de klank uit een andere bron afkomstig is: geen boventonen in het klokgelui maar de stem van god (Jeanne d'Arc), geen schuren van linnen over een trommel  maar het fluiten van de wind in de wilgen, geen luidspreker maar een zangeres. Hieronder bespreken we dus alleen werkelijke geluiden die worden geacht afkomstig te zijn uit de geluidsbron die ze produceert. De andere - geluiden die beelden zijn zoals de spechten van Horst Rickels - komen aan bod in ...
(Hiertoe behoren ook elektronisch gegenereerde geluiden die aan niets anders dan aan zichzelf doen denken en waarbij, afgezien van de luidsprekers, de elektronische bron onzichtbaar blijft, zoals neige salie)(De werkelijkheidwaarde neemt toe als de geluidsbron zichtbaar is, zoals in Opus 2. Dat ligt moelijker bij luidsprekers, omdat we daar gewoon zijn te denken dat het om opnames gaat van geluiden uit geluidsbronnen die zijn vervangen door luidsprekers. Opgevoerde werkelijkheid is hier nochtans geluiden die puur elektronisch worden geproduceerd, en worden geacht uit de luidspreker te komen en niet van imaginaire wezens die zijn vervangen door luidsprekers. Ook hier geldt dat ze als werkelijk worden ervaren als de luidspreker en zijn bewegingen zichtbaar zijn.

GEVONDEN EN GEMAAKTE - GEDESIGNDE - AUDITIEVE WERKELIJKHEID

Onder de werkelijke geluiden kunnen we 'gevonden auditieve werkelijkheid' onderscheiden van 'mensgemaakte auditieve werkelijkheid' of 'auditief design'. Gevonden auditieve werkelijkheid zijn (combinaties van) geluiden die ofwel door de natuur worden gemaakt - alle geluiden van beweging en alle auditieve expressies van zoogdieren en vogels - ofwel door de mens, maar niet met de bedoeling om te worden beluisterd - denk aan de geluiden in een fabriek, aan het ronken van de stofzuigers waarmee Vostell zijn "Fluxus-Symphonie für 50 Hover-Staubsauger' (1960) componeerde, of aan het stemmen van een orkest. Tot de 'mensgemaakte geluiden' - auditief design - behoren (combinaties van) geluiden die speciaal door de mens worden geproduceerd om te worden opgevoerd en beluisterd - van auditieve expressies en spreken tot klokgelui en ringtones. (Grens is overigs vloeiend; er is sprake van een continuu\üm, zie ('productie van het beeld').

Merken we op dat mensgemaakte geluiden nog geen beelden zijn, zoals velen die kunst en creativiteit verwarren het willen hebben, en dat omgekeerd niet alle auditieve beelden gemaakt zijn: vele zijn gevonden, zoals de stemmen die Jeanne d'Arc in het gelui van de klokken hoorde.


KLANK EN KLANKBRON

Het onderscheid tussen klanken die beelden zijn en werkelijke klanken maakt ons attent, niet alleen op het verschil tussen klank en klankbron, maar ook op de verschillende houding van de luisteraar tot die klankbron. Bij geluiden die beelden zijn, zien we de geluidsbron over het hoofd - wat het best lukt als we de ogen sluiten. Heel anders ligt het bij geluiden die werkelijk zijn. Ofwel is het geluid ons vertrouwd, en dan slaan we geen acht meer op de herkomst, ofwel is het ons niet vertrouwd, en dan willen we weten uit welke klankbron het afkomstig is, zoals we een geritsel horen in de tuin. Dat geldt ook als op het instrument zelf wordt ingegrepen - denk aan de 'prepared piano' van John Cage - of als de instrumenten niet langer op de gebruikelijke manier worden bespeeld, zodat de aandacht uitgaat naar het bespelen zelf - denk aan het bewerken van het innerlijk van de piano. Dat verandert nog meer als ongebruikelijke klankbronnen worden opgevoerd, waarbij de aandacht uitgaat naar de klankgenerator als zodanig.(iets wat Pierre Schaeffer ongedaan wilde maken door zijn écpite acousmatique").

Het gebruik van ongewone speelwijzen en/of ongebruikelijke klankbronnen maakt van het beluisteren van werkelijke geluiden tendentieel een audiovisueel gebeuren: bij het horen van de klank willen ze zien uit welk instrument hij komt of welke speelwijze hem aan dat instrument ontlokt, of we willen, omgekeerd, bij het zien van een ongewone klankbron horen welke geluiden eruit komen. Bij het produceren van geluiden die beelden zijn, werkt het zien van de klankbron integendeel onttoverend. Blijft (het bespelen van de) klankbron zichtbaar, dan is de luisteraar geneigd de visuele dimensie over het hoofd te zien - wat het best lukt als het vertrouwde klankbronnen zijn zoals de klassieke muziekinstrumenten - of letterlijk de ogen te sluiten. Efficiënter is het wegstoppen van de klankbronnen - zoals Wagner deed met het orkest in Bayreuth, of Horst Rickels met zijn automaten die het auditieve beeld van spechten produceren. Geen wonder dat het gebruik van ongewone speelwijzen en/of ongebruikelijke klankbronnen vaak gepaard gaat met het koppelen van het geluid aan de klankbron - met het betreden van het domein van de werkelijke geluiden en het verlaten van het domein van de geluiden die beelden zijn.

Dat de visuele verschijning van de geluidsbron deel gaat uitmaken van het klankgebeuren, weerspiegelt zich in de terminologie men heeft het over 'klankobjecten', klanksculpturen', 'klankinstallaties', of 'klankperformances'"of 'muziektheater' (én zelfs over 'een klavierrecital') - waarbij duidelijk sprake is van het vereenzelvigen van de klank met de klankbron, een benadering van de klank alsof hij een driedimensionaal, zichtbaar en tastbaar ding was. Dat leidt de aandacht af van de klank als onzicthbaar en ontastbaar, zij het in een driedimensionale ruimte te situeren fenomeen. Daarom is het niet overbodig om in deze tekst over het opvoeren van auditieve werkelijkheid eerst een dubbelproloog te wijden aan het opvoeren van (het bespelen van) de geluidsbron - een (audio)visueel gebeuren - om ons daarna te kunnen concentreren op de geluiden zelf en hun compositie, zonder in de verleiding te komen ze te verwarren met (het bespelen van) de klankbron.


KLANKBRONNEN EN MUZIEKINSTRUMENTEN

Om misverstanden te vermijden is het aangewezen om geluidsbronnen of klankgeneratoren niet zomaar gelijk te stellen aan muziekinstrumenten - of klanken met muziek. Om te beginnen is de term 'instrument' niet langer van toepassing als de klankgenerator geen instrument is dat wordt bespeeld door een menselijk lichaam, maar een automatisch - gemechaniseerd of elektronisch - proces: dan gaat het namelijk om 'muziekmachines' of 'muziekgeneratoren. Vervolgens is de term 'muziek' eigenlijk alleen maar van toepassing op geluiden die (micro)tonen zijn. Daarom is het beter om te spreken van klankgeneratoren als algemene categorie, en daarbinnen een bijzondere plaats toe te kennen aan muziekgeneratoren - 'waarbinnen we dan muzieknachines en muziekinstrumenten kunnen onderscheiden. Ook moeten we rekening houden met klankproductie die in meerdere fasen verloopt. Bij elektronische klankgeneratie is er eerst het opwekken van trillingen door oscillatoren of samplers waarna die trillingen via een luidspreker in geluidsgolven worden omgezet. Of het geluid uit handmatig bespeelde instrumenten wordt elektronisch bewerkt om vervolgens via luidsprekers in geluidsgolven te worden omgezet. Of via sensoren wordt input allerhande uiteindelijk omgezet in geluidsgolven uit luidsprekers. Ook dergelijke 'gelede' of 'samengestelde'generatoren zijn klankgeneratoren. De term 'klankinstallatie' die in dergelijke gevallen beter in de mond ligt dan 'klanksculpturen' getuigt evenzeer van een verwarrende verschuiving van de aandacht van de klank naar de klankproductie met de bijbehorende visualisering van een in wezen auditief fenomeen.


PROLOOG (O): KLANKGENERATOREN EN KLANKGENERATIE ALS AUDIOVISUELE WERKELIJKHEID

Bestuderen we na deze voorafgaande afspraken dus eerst het tentoonstellen van klankgeneratoren en klankgeneratie als audiovisuele werkelijkheid.


PROLOOG (1): GEVONDEN EN MENSGEMAAKTE KLANKGENERATOREN ALS AUDIOVISUELE WERKELIJKHEID

We kunnen onderscheid maken tussen gevonden en speciaal voor de opvoering gemaakte klankbronnen. De eerste behoren tot tentoongestelde gevonden werkelijkheid, de tweede tot tentoongesteld design.

Tot de tentoongestelde gevonden klankbronnen behoren alle objcten of wezens die geluiden maken, evenals alle door de mens voor andere doeleinden gemaakte - gevonden - objecten die geluiden maken of waaraan geluiden kunnen worden ontlokt: de keukentoestellen van Cage, de  alternatieve muziekinstrumenten van Joe Jones (vanaf 1963), evenals bestaande ruimtes die worden gebruikt als klankkast of als bron van geluid, zoals in Music on a Long Thin Wire'' (1977) of 'I am sitting in a room' van Alvin Lucier

Tot tentoongestelde mensgemaakte - gedesignde - klankbronnen behoren: de traditionele muziekinstrumenten die het resultaat zijn van vaak eeuwenlange gestage verbetering, geprepareerde muziekinstrumenten zoals de prepared piano van Cage, nieuw ontworpen geluidsgeneratoren zoals de
de intonarumori van de futuristen, de 'Klangsteine' van Elmar Daucher, de pneumatofonen van Godfried-Willem Raes, de stalen draden ('snaren') van Alvin Lucier of Eli Kessler, de stalen platen van Jeroen Vandesande.

Merken we op dat vele objecten of wezens geluiden maken zonder dat die geluiden worden opgevoerd: denk slechts aan de Reliefs Méta-mécaniques sonores van Tinguely (1955). Het gaat hier dan wel om klankbronnen, maar ze worden niet opgevoerd als zodanig.


PROLOOG (2): GEVONDEN EN MENSGEMAAKTE KLANKGENERATIE ALS AUDIOVISUELE WERKELIJKHEID

We kunnen ook onderscheid maken tussen het tentoonstellen van gevonden en mensgemaate klankgeneratie.

Tot de gevonden klankgeneratie behoren: het waaien van de wind in het riet of het ruisen van de golven, alle geluiden van bewegende en zich auditief uitdrukkende dieren en machines, alle door de natuur bespeelde klankgeneratoren (windorgels en golven- of waterorgels), evenals alle door de mens voor andere doeleinden geproduceerde geluiden die in een klankcompositie worden opgenomen: toeterende auto's, klokkengelui uit vele kerken, de radiogeluiden van Cage, de stofzuigergeluiden van Vostell, het tikken van de metronomen van Ligeti, het loeien van brandweerwagens van ...  In het bijzonder bij de laatste twee categorieën maakt het visueel gebeuren de klankproductie tot tentoongestelde audiovisuele werkelijkheid

Tot de mensgemaakte klankgeneratie behoren de instrumentele klankgeneratie (tokkelen, strijken, blazen, slaan, inclusief de talloze ongewone speelwijzen, de machinale klankgeneratie (motoren of magneten die staven of draden tot trillen brengen zoals bij Takis, Alvin Lucier of mechanisch omduwen zoals in Peter Fischli en David Weiss: Der lauf der Dinge (1987), het bespelen van de piano met een plank zoals in Simon Steen-Andersen (1976). In Pretty Sound [up and down] (2008) ), de mechanische klankversterking (door hoorn, stethoscoop, megafoon), de versterking van bestaande geluiden langs elektronische weg: (vergelijkbaar met telescoop of microscoop)(noot: als de oorspronkelijke geluidsbron is, gaat het om een beeld),( Dieter Schnebel aan Maulwerke (1968 en 1974), het omzetten van mechanische trillingen in luchttrillingen door contactmicrofoons, het elektronisch produceren of bewerken van de input van een luidspreker (oscillatoren. modulatoren, filters, enz.). Ze worden tot tentoongestelde audiovisuele werkelijkheid als niet zozeer de geproduceerde klanken, dan wel de klankgeneratie zelf in het daglicht wordt gesteld.  ('muziektheater')

Godfried-Willem Raes, Dynamo (1977/98)
“Ik wilde de gehele sonore output van de solist afhankelijk maken van diens menselijke arbeid... Daartoe was het in de allereerste plaats noodzakelijk de gitarist zelf de ge-hele elektrische stroom te laten voortbrengen nodig voor de voeding van zijn verster-ker. Zo bouwde ik een hometrainer om tot elektriciteitscentrale: het vliegwiel van dehometrainer drijft een generator aan, waarbij het geleverd vermogen een funktie is vande door de mens geleverde arbeid. Het stuk begint met het bestijgen van de hometrai-ner door de gitarist. Op de plaats van het stuur is een bovendeel van een kleine mu-zieklessenaar gemonteerd. De partituur bestaat uit een aantal sekties, a tot e. De sektiesworden na elkaar uitgevoerd, alleen afgescheiden door een beperkte teatrale aktie.(Drinken uit een fietsdrinkbus, zweet afvegen, armen losgooien, pedalen tijdelijk los-sen en voeten losschudden....) Deze akties moeten zonder enige overdrijving op eennatuurlijke manier worden uitgevoerd. Naarmate het stuk vordert en ook technisch moeilijker wordt, krijgt de speler het lasti-ger om tevens voor zijn stroomvoorziening in te staan. De vervorming die ontstaatwanneer de speler niet bij machte blijkt het toerental van de dynamo op peil te houden, maakt intrinsiek deel uit van deze kompositie.”

Dick Raaijmakers Intona (1992): met opname van kokend en lopend water, ook stift op micro, ratelen van opwindketting, vuur aan lont, vernietigen van micro, micro op transistorradio die Sheherazade speelt, opname van vuur en ontploffing, blazen in windtrechter, opbranden van luidsprekers (ook visueel spektakel, maar niet structureel, zoals een orkest))


AUDITIEVE WERKELIJKHEID (0):

Nadat we het tentoonstellen van klankgeneratoren en klamgeneratie hebben besproken, kan onze aandacht uitgaan naar ons eigenlijke onderwerp: de tentoongestelde - of opgevoerde - klank zelf.

Hier loont het onderscheid maken tussen de elementen en hun compositie.

Elementen kunnen gevonden zijn of speciaal voor de opvoering gemaakt - gedesignde elementen. Tot de gevonden elementen behoren: alle in de natuur aangetroffen geluiden, evenals alle mensgemaakte geluiden die niet werden gemaakt met het oog op hun opname in een auditieve compositie. Tot de gedesignde elementen behoren alle geluiden die worden geproduceerd met het oog op hun opgang in een te beluisteren compositie (inclusief versterken, of uitlokken van aanraken door vogels). Het puur selecteren van de elementen - het tot luisterobject maken van de geluiden die zijn te horen gedurende John Cages 4' 33" of het inschakelen van stofzuigers of metronomen - is inzake geluiden de tegenhanger is van het oprapen of 'dépayseren' van visuele objets trouvés, en we rekenen het daarom niet tot het design al is het een menselijke activiteit.

Ook de compositie - de optelling in ruimte en tijd - van die elementen kan gevonden of mensgemaakt zijn. Dat design kan het werk zijn van een componist - al dan niet in interactie met andere componisten, die al dan niet ook zelf de uitvoerders kunnen zijn - of een door de mens opgezet natuurlijk, mechanisch of elektronisch gestuurd verloop (Drip music, de timing van de metronomen van Ligeti, of elektronisch gestuurd verloop).

We krijgen dan vier mogelijke combinaties van werkelijkheid en design. In alle gevallen maken we geen onderscheid tussen het soort compositie (toevallig of gestructureerd).


AUDITIEVE WERKELIJKHEID (1): ELEMENTEN GEVONDEN, COMPOSITIE GEVONDEN

Het kan hier gaan om zelfgeselecteerde 'klankcomposities' zoals het beluisteren van klaterende beekjes en watervallen, van vogelzang van afzonderlijke vogels in een kooi of vele vogels in het (oer)woud, van zingende walvissen, van stadsgeluiden zoals die van venters of markt, claxonnerende auto's in het verkeer, klokkengelui over de stad. Maar de selectie kan ook gebeuren door een 'componist' zoals in 4' 33" van John Cage.


AUDITIEVE WERKELIJKHEID (2): ELEMENTEN GEVONDEN, COMPOSITIE GEDESIGND

Merken we vooraf op dat we hier alleen werkelijke geluiden behandelen, en niet opnames van werkelijke geluiden of duplicaten van bestaande muzikale originelen- dat zijn immers beelden: er is een verschil tussen het opvoeren van treingeluiden in een station en de opname ervan in Schaeffers 'Chemin de fer'. De geluiden uit een radio of zingende operazangeressen zijn beelden, maar als Cage ze gebruikt in zijn 'Imaginary Landscape' of in zijn 'Europera behoren zij luidens onze omschrijving hier boven tot de gevonden werkelijkheid, omdat ze niet werden geproduceerd met het oog om element te zijn in een compositie van beelden. (Geldt dat ook voor een collage van visuele of auditieve beelden? Nee, want die worden gekozen om als deelbeeld op te gaan in een overkoepelend beeld).

Cage, 'Imaginary Landscape' I-V (1939-1952): de dirigent dirigeert dirigent twaalf bedieners van radio's
Kookles van Cage
George Brecht, Drip Music (1959): waarbij de uitvoerder water moet laten vloeien in een leeg vat.
Wolf Vostell, Fluxus-Symphonie für 50 Hoover-Staubsauger (1960).
Ligeti, Poème symphonique(1962): 100 metronomen die elk op andere snelheid zijn ingesteld.
Max Neuhaus, Drive-in Music (1967): chauffeurs activeren en ontvangen radiozenders op een parcours.
Steve Reich, ‘Pendulum Music’ (1968): microfoons slingeren over luidsprekers waar ze rechtstreeks mee verbonden zijn.
Bill Fontana, Landscape Sculpture With Fog Horns (1981).
Henry Brant: Bran(d)t aan de Amstel (1984) makes use of the whole city of Amsterdam, having four boats with 25 flutists and one percussionist each floating through the canals, mixing with other ensembles dispersed around town.
John Cage, Europeras (1990-91): geluiden van radio's en zingende operazangeressen.
Dick Raaijmakers, Intona (1992): met opname van kokend en lopend water, ook stift op micro, ratelen van opwindketting, vuur aan lont, vernietigen van micro, micro op transistorradio die Sheherazade speelt, opname van vuur en ontploffing, blazen in windtrechter, opbranden van luidsprekers.
Stockhausen, Helicopter String Quartet (1992-1993/95): (afgezien van geluiden van strijkers): geluid van helicopters.
Toshimara Nakamuri, No input mixing board'(2003): (compositie bestaat uit variatie in manipulatie door filteren).
Serge Verstockt:,'Heavy metal' (2004): in Antwerpen luiden gedurende 45 minuten de beiaard en de klokken van de kathedraal en twaalf kerktorens binnen de ring, aangevuld met twee mobiele beiaarden, twee muzikanten van Champ d'Action en een elektronische installatie.
Dirk Veulemans, 'Compositie voor acht brandweerwagens' (2006).


AUDITIEVE WERKELIJKHEID (3): ELEMENTEN GEDESIGND, COMPOSITIE GEVONDEN

Dat is haast principieel het geval bij 'audificaties' - het hoorbaar maken van anders onhoorbare geluiden of het omzetten van mechanische trillingen in geluidsgolven met contactmicrofoon
s.

Alin Lucier, Brain waves (1965).
Tom Johnson Narayana's cows (1969) en 'Chord catalogue' van Tom Johnson
Bruce Nauman, 1969 “Drill a hole into the heart of a large tree and insert a microphone. Mount the amplifier and speaker in an empty room and adjust the volume to make audible any sound that might come from the tree.”
Leif Brush, Terrain instruments'' vanaf ten laatste 1975 Leif Brush. Hij combineerde experimentele microfoon- en zendtechnieken om vaak onhoorbaar stille natuurfenomenen te versterken en te transporteren. Nog steeds actief heeft hij zijn arsenaal met satelliet- en GSM technologie uitgebreid.
Max Neuhaus, Times Square (1977): versterken van geluiden van de metro bovengronds.
Christina Kubisch, 'Il Respiro del Mare' 198: electromagnetic sound induction system.
Andrea Polli, naam van werk?, numerieke data in 'geosonification' van 1999 storm sonification, verkort in tijd)
Christina Kubisch; audi  fication of electormagnetic fields in Electric Walk (2003)
Bruce Odland and Sam Auinger - “Harmonic Bridge” (North Adams, 1998-2008) https://vimeo.com/29100787 “Harmonic Bridge” forms a musical gateway between the MASSMoCA museum and the town of North Adams. e formerly forlorn area under the highway overpass has been transformed into a space which is (sonically) more attractive.
Maria Blondeel, Sunlight for Sound Pillow (2006); licht sensoren omgezet in klank
Edo Paulus, Rsonting with light (2006), hamertjes op buizen aangedreven door zonlicht
Christophe de Boeck, Timecodematter (2007) en Steel sky (2009).
Aernoudt Jacobs, Permafrost (2009)

Steve Peters, Two ways of listening to nothing (2009): de eigen geluiden van een ruimte versterken.

Andrea Polli, Atmospherics/Weather Works (2009): a spatialized sonification of two historic east coast storms.
Céleste Boursier-Mougenot, installation with zebra finches (2010): elektrische gitaren bespeeld door vogels die op de snaren gaan zitten.

AUDITIEVE WERKELIJKHEID (4): ELEMENTEN GEDESIGND, COMPOSITIE GEDESIGNED

Al 'With Hidden Noise' van Marcel Duchamp (1916) Ball of twine between two brass plates, joined by four long screws, containing unknown object added by Walter Arensberg
de vele muziekinstrumenten van de gebroeders Bachet
checken: Music for Solo Performer (1965) van de Amerikaan Alvin Lucier en is gecomponeerdvoor solist, 'enorm versterkte hersengolven' en percussie-instrumente
Kagel, Con Voce (1972)(blazen in blaasinstrumenten)
Alvin Lucier: Music On A Long Thin Wire (1977). Alvin Lucier behind the horseshoe magnet used to induce vibrations to the wire (Coverdetail from the LP, Lovely Music 1980). In his own words (1992): "Music on a Long Thin Wire is constructed as follows: the wire is extended across a large room, clamped to tables at both ends. The ends of the wire are connected to the loudspeaker terminals of a power amplifier placed under one of the tables. A sine wave oscillator is connected to the amplifier. A magnet straddles the wire at one end. Wooden bridges are inserted under the wire at both ends to which contact microphones are imbedded, routed to a stereo sound system. The microphones pick up the vibrations that the wire imparts to the bridges and are sent through the playback system. By varying the frequency and loudness of the oscillator, a rich variety of slides, frequency shifts, audible beats and other sonic phenomena may be produced.'
waterorgel en golvenorgel
Symphony for singing Bicycles Symphony for singing bicycles Godfried-Willem Raes (1980)
Alvin Lucier: I am sitting in a room (1981)
Peter Fischli en David Weiss: Der lauf der Dinge (1987)
Pneumatofonen (1994 Singel) van Godfried-Willem Raes
Céleste Boursier-Mougenot Harmonichaos (2006) met stofzuigers met harmonica's in de zuiger (nagebootst van Vostell, alleen harmonica toegevoegd). (+audiovisueel: met lampen).
Sheaf square water cascade and steel structure (Sheffield, 2006) e large steel noise barrier shielding pedestrian area from the busy road might be a good example of the urban sonic design (constante compositie)
Tim Parkinson, Time with people (2013) (voeten door afval en handgeklap via partituur, boekjes die ze lezen?

Zimoun Sculpting sound'(2012) KE (2015) (random ruis)
Michael Beil, Blakcjack (2012) (Wel gecombineerd met beeld, dus bij audiovisueel hieronder)
Katarzyna Krakowiak: Polish pavillon (2012) door http://www.youtube.com/watch?v=T7WOM-T1cwk en http://vimeo.com/48527527  een auditieve verschijning gedupliceerd (en versterkt) op een plaats waar de bijbehorende visuele verschijning niet is te zien. Het gaat om onvoltooide mimesis - reële geluiden - die zoals bij echo van op een andere plaats lijken te komen. (Doordat ze versterkt worden, worden ze pas tot nabootsing: we kunnen ze niet meer opvatten als geluiden die door de muren klinken in de kamer erachter. (mimetic, non-musical soundscape: existing sounds amplified and dislocated through peculiar characteristics of the building, a kind of sophisticated echo, the counterpart of the mirror of Narcissus).
Bernhardt Günter, Un peu de neige salie (19930: gewoon tokken met intrigerende tijdsstructuur
Eli Kessler Collecting Basin (2015) improvisatie op een muziekinstrument zoals
Jeroen Vandesande Circuit IV (2015) (feedback)
Jeroen Vandesande Circuit III (2016)(activering door resonantiefenomenen Begijnhof)

inwerken: Morton Feldman: Piano and string quartet (1985). (Waarom geen mimesis? Nauwelijks muzikale ruimte omdat de tessituur van de akkoorden klein is, vooral omdat ze niet onderling gebonden zijn). helemaal in geest van John Cage's 'tentoongestelde geluiden'.
Christine Sun Kim Game of Skill 2.0 (toeschouwers bedienen koppen over magnetische band)


AUDIOVISUEEL

Zingende nachtgalen of clavecimbel spelende robots
Dick Raaijmaakers, Grafische methode fietser (1979).
Sculptures musicales van Takis.
Reliefs Méta-mécanique sonores van Tinguely (1955)
Step-dancer van Stephan von Huene (1967).

Mimetische klankgeneratoren - audiovisuele beelden;
Stefpahn von Huen tapdancer, erweiter Schwitters, Zauberflöte, Kaleidophonic dog

Audiovisueel is ook als van de zanger of de speler niet de mimiek een rol gaat spelen, maar de beweging van zijn ledematen zoals bij de danser - formule van Steen-Anderson en. Het gebruik van het audiovisuele lichaam als zodanig komt pas goed tot zijn volle recht als er geen instrument meer wordt bespeeld en als het lichaam zijn eigen geluid maakt zoals bij de kontenkletserdansen. zoals bij Paul Craenen.

Nog iets anders is koekoeksklok: audiovisueel beeld (met verborgen muziekinstrument)

MIMETISCHE MUZIEK OP NIEUWE INSTRUMENTEN

Horst Rickels & Joop van Brakel perform part 4 of Partita for Variable Air Compression.
Geluidsinstallatie met orgelpijpen in reële ruimte; met veranderende klank via partituur?


TERMINOLOGISCHE BESCHOUWINGEN

De vraag of iets nog muziek is oneigenlijk, moet worden vervangen door tweede eigenlijke vragen; gaat het om tonen of geluiden (inclusief ruis), en: gaat het om design of om beeld (muzikaal of niet).

De term sculptuur verdoezelt dus het verschil tussen een mimetisch instrument en een audiovisueel object/
Merken we op dat de verschuiving van de aandacht van klank naar de klankbron ons al te gemakkelijk het verschil over het hoofd doet zien tussen klankbronnen die werkelijke geluiden produceren en klankbronnen die beelden produceren. Zo zijn de klankmachines in 'Het geheim van Horst" van Horst Rickels - al worden ze weggestopt - wel degelijk 'klanksculpturen', maar dan wel 'klanksculpturen' die het auditieve beeld van spechcten produceren. In dit vervreemde taalgebruik zouden we ze de absurde naam 'mimetische klanksculpturen' moeten meegeven. Geef toe dat de term 'mimetische klankgenerator' dan minder verwarrend is.  +


Werkelijke tegenover mimetische soundscapes:
Dat tegenstellen aan klankgenerator versus driedimensionaal beeld, of generator van de eigen klanken of generator van mimetische klanken.
Temporele en spatiotemporele klamkcomposities die al dan niet mimetisch kunnen zijn (spechten van Horst Rickels) of mimetische ruimte: sound environments

De term 'klanksculptuur' is verwarrend: klankinstrument (als algemene categorie die muziekinstrument omvat) van de intonarumori, over de 'structures sonores'van de gebroeders Baschet, ... Visuele gedaante kan, net zoals bij muziekinstrumenten, min of meer grondig uitgewerkt zijn.

Even verwarrend is de term 'klankinstallatie'. In de omschrijving van Max Neuhaus gaat het om een temporele bepaling: een oneindige uitvoering zonder muzikaal hoogtepunt. Dat klopt voor vele aleatorische bespeling van de klankgenerator, door componist, toeschouwer, of automatische processen, maar zou ook opgaan voor een klankgenerator die een geordende mimetische compositie ten gehore brengt.
Muziektheater zoals Intona van Dick Raaijmakers. Omvat ook Nostalgie ( 1962) van Dieter Schnebel dat geen klinkende, maar voorgestelde muziek is.

Het is duidelijk dat heel wat van de creaties die klankobject, klankinstallatie, of klankperformance worden genoemd, in feite opvoeringen van zijn van een in de regel visuele objecten of van zichtbare of onzichtbare activering door lichamen en motoren - zodat de toevoeging 'klank hier eigenlijk niet van toepassing is. Eigenblijk behoren ze alle tot het domein van het visuele design.

(Hieronder ook mimetische muziek waar het hem vooral is te doen om de instrumenten;
(Hier alle versterkingen mechanische zoals ... en elektronische zoals Times Square.
Horst Rickels & Joop van Brakel perform part 4 of Partita for Variable Air Compression.
Geluidsinstallatie met orgelpijpen in reële ruimte; met veranderende klank via partituur?

De term 'soundscape' doet teveel denken aan het stilstaande landschap. De term klankcompositie is al meer ingeburgerd in de zin van 'compositie'van Beethoven

Typisch voor de verschuiving van het mimetische of de compositie naar de samenstellende elementen is de term 'klanksculptuur'

Niet: klankcompositie, muziekcompositie (en daarbinnen symfonie of sonate, lied, enz.)(nee, want muziek zijn voor mij tonen, en die kunnen zowel werkelijk als mimetisch zijn.

Merken we op dat de ter 'musique concrète'betrekking heeft op beelden van werkelijke geluiden, niet op werkelijke geluiden als zodanig.


ALGEMENE BESCHOUWINGEN

De vraag is overigens wat het nut is van al die nieuwe klankgeneratoren, als ze tot niet meer leiden dan een lokale demonstratie van wat men ermee kan doen. Zelden een voldragen compositie - wat meteen blijkt als men alleen naar de klank luistert - iets wat de meeste opera's moeiteloos overleven, of waar ze zelfs beter bij varen. Zelfs als de compositie interessant is, is het de vraag of ze niet met gebruikelijke instrumenten kon worden gerealiseerd. Overigens is er daarom nooit sprake van een verdere ontwikkeling van het instrument - geheel in tegenstelling tot de ontwikkeling van de viool of de vleugel: het kont er integendeel op aan om telkens opnieuw slechts aanzetten te leveren - verder ontwikkelen zou niet 'innovatief'zijn.

Algemeen kan dus opgemert dat de er sprake is van het ontwijken van de uitdaging op een voldragen - al dan niet mimetische - compositie te maken naar de vernieuwing van de manieren om ze te maken, en dat ook daar de uitdaging om de nieuw gevonden manieren te verfijnen uit de weg wordt gegaan.

Daarbovenop is niet alleen de verschuiving naar reële klanken antimimetisch, maar bij uitstek de verschuiving van klank naar klankbron. Door de nadruk te leggen op de klankbron wordt de mimetische invulling geblokkeerd. Die stuurt immers aan op het verdonkeremanen van de mediumdrager (en wat suggestief is aan het medium). Ook waar de klanken vragen om een mimetische interpretatie, blijft de nadruk op de klankbron het mimetisch verschil in het daglicht stellen: eigenlijk zou je de ogen moeten sluiten, maar dan vervalt de charme van de nieuwe instrumenten. Daarom is de trend naar klanksculpturen, klankobjecten en klankperformances in wezen niet alleen afleidend van het product - wat ook al blijkt uit het weigeren van vastgelegde compositie en voorkeur voor toeval - maar in eerste instantie antimimetisch.

Bij Piano hero van Prins zien we op een groot scherm de productie. De installatie is een tweefasige audiovisuele klank-beeldgenerator



(ook het lichaam van de muzikanten zoals bij Craenen en Steen-Anderssen. Aandacht voor uitvoerder begint met ongebruikelijke uitvoeringswijzen.
musiaue concr`te instrumentale van Lachenmann
idiofonen, aerofonen, membranofo-nen, chordofonen, lamellofonen, elektrofonen (de laatste categorie zou vandaag beter wor-den onderverdeeld in elektrische, analoog elektronische, of digitaal elektronische instrumen-ten). versus slag -, strijk -, blaas-, tokkel of toetsinstrumenten,

harnonische en inharmonische tonen met complexe spectrale structuur
 



 fndeel fbvolg    twitter
 
 

beeld van de week:

angustiae