
|
VOORSTELLING*
Zo te zien zijn er vele verschijningsvormen van de liefde. Ofschoon ze onderling onverenigbaar zijn, maken ze er alle aanspraak op de ware aarde van de mens te zijn. Geen wonder dat vele auteurs deze veelheid willen herleiden tot eenheid. Ze promoveren één ervan tot de oernatuur van de mens en leiden alle andere daaruit af: de mannelijke harem van Darwin, de matriarchale oermoederhorde bij McLennan, de commune bij Plato of Bachofen, de eeuwige jager bij Vico, de asceet bij vele godsdiensten, het monogame paar bij Westermarck, de orgiastische gemeenschap bij Nietzsche of ten slotte de incestueuze oervaderhorde bij Freud. Te laken zijn niet de pogingen van deze auteurs om de veelheid tot eenheid te herleiden, wel de onzorgvuldigheid waarmee ze te werk gaan. Afgezien van het feit dat alle auteurs beïnvloed zijn door hun wensen of morele overtuigingen - wat onvermijdelijk is - laten ze zich al te zeer leiden door concrete verschijningsvormen als zodanig. In werkelijkheid komt het er op aan achter àlle concrete figuren het dieper liggend stramien bloot te leggen, waar alle concrete figuren slechts op borduren. De aard van de verschijningsvormen zelf nodigt daartoe uit.In de eerste plaats zijn vele concrete verschijningsvormen slechts denkbaar onder welbepaalde historische verhoudingen, zodat ze geen aanspraak kunnen maken op universaliteit. Dat geldt overduidelijk voor de polygamie van de haremhouder in pre-industriële maatschappijen. De haremhouder kan alleen maar vele vrouwen in zijn harem verzamelen omdat hij economische of politieke macht heeft. Alleen die macht laat hem toe zijn wensen door te zetten tegen die van de vrouwen in én zich te beschermen tegen de aanspraken van andere mannen met de hulp van een legertje eunuchen. Valt die macht weg, dan ontstaan uit het samenspel van de verlangens van alle partijen - onderdrukte vrouwen én uitgesloten mannen - heel andere patronen. Dat is trouwens reeds te zien in die zogenaamde ‘polygame' maatschappijen zelf: de polygamie is er alleen aan te treffen in de hogere lagen. De middenmoot is monogaam en aan de basis valt er al helemaal niet veel meer te rapen. Vandaar dat de huwelijksleeftijd soms fel opgetrokken wordt om de rechten van de oude en machtige mannen veilig te stellen tegenover de jongeren. Een nog duidelijker - en nauwelijks onderkend - voorbeeld is de mate waarin de liefde bepaald wordt door de ruilrelaties die sinds een paar duizend jaar de menselijke samenleving steeds diepgaander doordringen en die vandaag overheersend zijn geworden. De invloed daarvan op de seksuele relaties kan nauwelijks onderschat worden. Gedurende de langste periode van zijn bestaan overleefde de mens op basis van de arbeidsdeling tussen man en vrouw. Het is pas sinds de ontwikkeling van de handel dat de maatschappelijke arbeidsdeling hoe langer hoe meer de rol van de geslachtelijke overneemt. Daarmee wordt in toenemende mate het economische aspect uit de liefdesrelatie gelicht. Waar seksualiteit en economie aanvankelijk één geheel vormden, worden de economische relaties gedeseksualiseerd en de seksuele relaties losgewrikt uit hun economische omkadering. De gedeksualiseerde - liefdeloze - maatschappelijke relaties worden tot de tegenspelers van een tot geïsoleerd drift geworden seksualiteit, die de maatschappelijke kaders doorbreekt als verliefdheid of in de orgie. Dat betekent niet dat liefde in het tijdperk voorafgaand aan de geldrelaties ongeschonden was, wel integendeel. Toen werd ze onderschikt aan weer andere, ditmaal vooral politieke doeleinden: het garanderen van de samenhang van de stam. Dat gebeurde door vaak ingewikkelde richtlijnen over wie met wie moest huwen, de zogenaamde exogamieregels. Ook die waren uiteraard niet erg bevorderlijk voor een vrije ontplooiing van de liefde. In de tweede plaats dragen vele verschijningsvormen zo duidelijk de sporen van ontkenning waaraan ze hun bestaan te danken hebben, dat wij ze alleen maar kunnen inroepen als getuigen van hun tegendeel. Zo is de economische of politieke macht waarmee de man de vrouw probeert onder te schikken in de harem, alleen maar de omkering van de betovering waarmee de mooie vrouw - de eerste beweegster - de man aan haar voeten doet neerknielen. Zo berust de commune op de ontkenning van het monopolie dat gehandhaafd wordt door de (openlijke of verdoken) haremhouders in de hogere echelons van de maatschappij. En omdat ze meestal tegelijkertijd de economische ongelijkheid - voorwaarde voor seksuele privileges - contesteert, gaat ze dan ook meestal gepaard met een eis naar economisch communisme. En hetzelfde geldt voor Don Juan. Diens soevereine verachting voor andermans aanspraken, zijn triomfantelijke ontkenning van het seksuele privaat eigendom, maar vooral zijn manifeste onwil om langer dan één nacht te bezitten, zijn alleen maar een vergeefse poging om zich te beschermen tegen het gevaar dat allen bedreigt die trouw verwachten zonder in staat te zijn het vuur van de liefde brandende te houden. Nog duidelijk bevestigen alle pogingen van de ascese alleen maar de onstuitbare levenskracht van wat uitgeroeid moest worden. En de bange incest die weigert zich aan vreemden te binden, verraadt alleen maar hoe onverbreekbaar de aan te gane banden wel zouden blijken te zijn... Vervolgens bevatten vele figuren een nauwelijks verhulde bevestiging van wat in andere patronen ontkend wordt. Zo laat de haremhouder, in tegenstelling don Juan, zijn vrouwen niet in de steek. Daarom groeit zijn harem bij elke nieuwe verovering aan. En waar Don Juan alleen maar aan het nieuwe ontbrandt, weet Oedipoes het van ouds vertrouwde niet op te geven. Oedipoes en de haremhouder bevestigen wat don Juan ontkent: dat de liefde duurzaam is en dat men zich het liefst slechts éénmaal bindt. En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. Maar deze schaarse voorbeelden mogen volstaan om duidelijk te maken hoe we door de concrete verschijningsvormen van de liefde heen kunnen doorstoten tot het patroon waaruit ze door relatief eenvoudige bewerkingen zijn af te leiden. Ook over de liefde zelf die in al die patronen aan bod komt, bestaan er nogal wat misverstanden. Heel diep geworteld is de misvatting dat er een scheiding bestaat tussenseksualiteit en het huwelijk als economische instelling. Daarbij wordt steevast uit het oogverloren dat er juist bij de pure seksuele verhoudingen - met minnaressen, concubines, hetaeren, hoeren of call-girls - vaak heel losjes met geschenken en geld wordt omgesprongen. Omgekeerd wordt verzwegen dat in de loop van de geschiedenis, en vooral sedert de industrialisering, hoe langer hoe meer relaties pas tot ‘puur economische' huwelijken verworden, nadat ze eerst als vurige seksuele relaties begonnen zijn. Daarom is het ook zo misleidend om het huwelijk als economische instelling en seksualiteit als pure tegenstellingen te zien. In werkelijkheid is een ‘pure economische relatie' niet meer seksueel en is een ‘puur seksuele relatie' nog niet volledig economisch. Bovendien lijkt het me heel belangrijk het niet zomaar over ‘liefde' tout court te hebben, als we in feite ‘seksuele liefde' bedoelen. Het is immers van groot belang om zeer duidelijk de drie soorten liefde te onderscheiden die de mens kenmerken: de liefde tussen ouders en kinderen, de geslachtelijke liefde en de gemeenschapsliefde (voor stam, stad, god, natie enz.). Pas dan is het mogelijk te begrijpen dat een verschijnsel als de orgie even weinig met seksualiteit te maken heeft als een banket met honger of een drinkgelag met dorst. De echte drijfveer voor de seksuele orgie is - niet anders dan die voor de eet- of drink-orgie - het gemeenschapsgevoel. Gemeenschapsliefde gebruikt onderdelen van het seksuele gedrag in een nieuwe context waar niet zozeer van het seksuele genoten wordt, dan wel van het feit dat men gezamenlijk hetzelfde doet, zoals bij het dragen van dezelfde kleren, het aanhangen van hetzelfde geloof enz. Om dezelfde reden mogen de talloze overeenkomsten tussen het gedrag van ouders en kinderen en dat van geliefden ons er niet toe verleiden om al te overhaast de liefde van het kind voor de moeder gelijkstellen aan de seksuele liefde. Dergelijke gelijkschakeling is vooral sedert Freud in de psychoanalyse, maar ook daarbuiten, gewoonte geworden. Dat verhindert een juist begrip, niet alleen van incest tussen volwassenen - die vaker dan men wil toegeven gewoonte of zelfs voorschrift is geweest - maar ook van de ‘incestueuze' gevoelens tussen ouders en kleine kinderen. Pas wie dat goed door heeft, zal niet langer in de kinderkamer gaan rondneuzen om te begrijpen waarom de mensen het zo moeilijk blijken te hebben met de uitbouw van hun seksuele liefdesleven - overigens niet sedert vandaag. En dat is heus niet omdat na de moeder elke andere vrouw slechts een tweederangsplaats kan innemen, zoals allen aannemen die, sedert Freud, geloven in de incestueuze oernatuur van de mens die fataal getroffen werd door het incestverbod. Het is immers niet alleen zaak om door alle figuren heen het onderliggend patroon en de volledige gedaante van de liefde te reconstrueren. Het komt er ook op aan te begrijpen waarom de volledige liefde zich niet in de basisfiguur als zodanig realiseert, maar zich slechtsin vele vermommingen weet te manifesteren. De vele auteurs die de vele verschijningsvormen van de liefde tot één ervan wilden reduceren, zagen de meest uiteenlopende uiterlijke krachten zodanig op die ene vorm inwerken, dat hij zich wel moesten verkeren in de vele andere. Daartegenover zetten wij in ons boek ‘De extasen van Eros' uiteen hoe de liefde in haar eigen schoot de krachten bergt die er haar toe dwingen om steeds ‘ex-statischer' uit zichzelf te treden. Terwijl de liefde zich enerzijds van verleiden en vrijen tot voortplanten ontplooit, om uit te monden in de samenwerking tussen man en vrouw, neigt ze er anderzijds toe zich uit te putten in verleiden en vrijen, ja zelfs in verleiden alleen. Die neiging wordt alleen maar in de hand gewerkt doordat de mensen enkele duizenden jaren geleden de geslachtelijke arbeidsdeling gingen aanvullen met maatschappelijke arbeidsdeling. Deze formule was zo succesvol, dat ze hoe langer hoe meer het economische fundament van de liefde ondergraaft en de liefdesrelaties herleidt tot een puur seksuele relatie. De maatschappij is dus niet zomaar een uiterlijke kracht die als ‘milieu' op de biologisch gegeven seksualiteit inwerkt. De economische relaties zijn zelf een onderdeel dat zich losgeweekt heeft uit de liefdesrelatie. Ze geven daarbij het aanschijn aan het ingewikkelde maatschappelijke weefsel in al zijn uitingen, dat zich uiteindelijk keert tegen de liefde waaraan het zijn ontstaan te danken heeft. Ze doet dat in de eerste plaats door de liefde tot pure seksualiteit te reduceren en te isoleren van haar economische fundament. Het is dit proces, en niet zozeer het incestverbod dat de ontplooiing van de liefde principieel in de weg staat. Niet alleen van binnenuit keren de maatschappelijke relaties zich tegen de liefde, ze werken er ook als uiterlijke kracht op in: door bijvoorbeeld de man de middelen in handen te geven om de vrouw economisch te knechten; of door - onder kapitalistische voortekenen - de mensen zodanig te belasten, dat er zelfs geen sprake meer kan zijn van voldoende speelruimte voor een zelfs maar seksuele relatie. Het
zal duidelijk zijn dat we binnen het bestek van dit korte artikel niet
het gehele proces kunnen beschrijven op gevaar af van karikaturaal te
worden. Alleen een boek geeft ons voldoende speelruimte om de
problematiek in al zijn aspecten te ontwikkelen. We doen dat door
achtereenvolgens de centrale protagonisten uit het drama van de liefde
ten tonele te voeren: de haremhouder, de oermoeder, de mooie vrouw, de
rijke man, de eeuwige verleider, de communard, de asceet, de homo
economicus, het verliefde paar, de heilige familie, de orgiastische
gemeenschap en de incestueuze tweeling. Wij hopen het boek binnen
afzienbare tijd te kunnen kaderen in een drieluik waarin, na de seksuele
liefde, ook de parentale en de communale liefde aan bod zullen komen. © Stefan Beyst, 1997. * Een eerste versie van dit artikel verscheen in ‘Woord en Beeld'. Een uitgebreide versie verscheen in UVV. We drukken deze versie hier af. Reacties: stefan.beyst@pandora.be Op de hoogte blijven van nieuwe teksten: mailinglist.
|