Diotima tot Socrates: 'Bemerkt ge niet hoe opgewonden alle dieren
worden, wanneer zij begeren te verwekken, zowel de dieren op de grond
als de gevleugeld? Zij zijn alle in een ziekelijke en verliefde
toestand, eerst om met elkander te paren, daarna om hun kinderen te
voeden; zij zijn bereid om voor hen tot het uiterste te vechten, de
zwakste tegen de sterkste en voor hen te sterven, en zelfs door honger
te worden gekweld om ze groot te brengen en alles voor hen te doen. Van
de mensen zou men kunnen denken dat ze dat doen uit verstandelijke
overwegingen, maar wat is de oorzaak van zul een verliefde toestand bij
de dieren?'. 'De sterfelijke natuur zoet zoveel mogelijk eeuwig te zijn
en onsterfelijk. Dat kan zij alleen doordat zij telkens een nieuw jonge
wezen in plaats van het oude achterlaat'.Plato, Symposium.
De vierdelig beweging, waarin de seksuele liefde zich ontplooit, ziet zich dus voort in een driedelige, die haar samen met de twee andere liefdes inschrijft in één gesloten geheel.
Laat ons stap voor stap deze nieuwe beweging volgen.
Geliefden verlangen van elkaar dat ze productief elkaars complement
worden en consumptief elkaars spiegelbeeld. Naarmate ze daarin slagen,
verlangen ze niet alleen naar de eenwording in het orgasme. Ze willen
ook eenworden in hun kind, waarin ze zich verdubbelen. Het doel van de
samenwerking tussen de ouders en van hun liefde is immers het kind. Bij
dit einddoel flakkert de liefde pas goed op. De fascinatie door de
schoonheid en het genot van de samenwerking hebben slechts de kracht die
middelen toekomt. Het verlangen van de geliefden naar een kind waarin ze
zich kunnen verdubbelen, vindt zijn tegenhanger in het verlangen van het
kind om het evenbeeld te worden van vader of moeder. Het immense gevoel
van geluk dat zowel het kind als de ouder ervaren bij het waarnemen van
gemeenschappelijke trekken - van aangetroffen of gerealiseerde
identiteit - is nauw verwant met het gevoel dat verliefden kan
overrompelen. Zowel ouders en kinderen als verliefden menen in elkaar
hun diepste wezen te herkennen. Naar analogie van de seksuele
verliefdheid zouden we hier kunnen spreken van een parentale
verliefdheid. Deze nieuwe fase bevrijdt liefde ervan als middel doelloos
te blijven: pas in het gemeenschappelijke verlangen naar een kind vindt
verliefdheid haar voltooiing. Daarzonder blijft ze onvervuld. Maar met
deze vervulling wordt ook een tweede liefde geboren: de parentale liefde
tussen ouder en kind. We weten inmiddels dat deze parentale liefde de
evolutionistische voorloper is én het fundament van de seksuele liefde. In
het wondermooie lichaam dat vrouwen hebben tijdens de zwangerschap, zijn
beide liefdes verdicht voor het oog van de vader. Een zwanger lichaam is
alleen maar onaantrekkelijk voor wie de vader niet is, of voor wie vader
is geworden tegen zijn zin. En na de geboorte kent niemand grotere
vreugde dan wanneer hij na een gedeeld orgasme zijn mooie kinderen mag
omhelzen en samen geniet van de mate waarin ze lijken te beantwoorden
aan de verwachtingen. Wat op het eerste gezicht liefde lijkt te
verhinderen - het krijgen van kinderen - is in werkelijkheid alleen maar
de vervulling ervan. In die zijn zijn kinderen inderdaad een band. Bij de mens omvat de ouderzorg niet alleen het fysiek grootbrengen van de kinderen (voeding), maar ook het doorgeven van traditie (opvoeding). Ouders moeten er immers niet alleen op toezien dat het genetische programma, dat ze via de bevruchting hebben opgesteld, in optimale omstandigheden kan worden uitgevoerd. Ze moeten bovendien een aantal open programma's cultureel invullen. Daartoe ontwikkelde het mensenkind een onstuitbare drang tot nabootsen. Dit verlangen om het evenbeeld te worden van een voorbeeld, is alleen maar te vergelijken met het hypnotische verlangen waarmee geliefden zich willen aanpassen aan elkaar. De kinderlijke drang tot nabootsen hecht zich aan het voorbeeld van de ouders. Deze voelen omgekeerd een even onstuitbare aandrang om zich op te stellen als na te volgen voorbeeld voor hun kinderen. Het spiegelbeeld dat geliefden voor elkaar proberen te worden, weerspiegelt zich zelf weer in de kinderen. Een belangrijk gevolg van deze ontwikkeling mag ons niet ontgaan. Bij de mens worden de geslachtelijk gespecialiseerde rollen in de economische samenwerking én in het vrijgedrag zelf traditioneel ingevuld. Ze moeten dus worden aangeleerd. Moeders kunnen zich wel als voorbeeld voor hun dochter opstellen, maar alleen van vaders kunnen zonen hun rol leren. Een moeder kan haar zoon geen mannelijk beroep leren en nog minder hoe hij zich als man moet gedragen. Vaders zullen dus net zo lang bij hun traag opgroeiende kinderen moeten blijven tot ze cultureel volwassen zijn geworden. Menselijke vaders moeten dus meer doen dan moeders helpen bij het grootbrengen van hun kinderen of dan kinderen voeden en ebschermen. Ze zullen ook actief moeten deelnemen aan de opvoeding (een trend die al bij primaten aanwezig is). Menselijke opvoeding kan niet plaatsgrijpen in het kader van een man-moedergezin: alleen een vader-moedergezin kan volstaan. en dat vader-moedergezin zal minstens moeten standhouden tot het laatste kind is grootgebracht. Mannen zijn niet alleen maar bevruchters en werkende vaders, maar ook nog opvoedende vaders. Dat dwingt ons ertoe nog een lacune op te vullen in het beeld van de symmetrie tussen de geslachten. We hadden het al eerder over de weerzin van vrouwen om op te gaan in het moederschap. Deze perverse neiging bestaat uiteraard ook - en misschien zelfs bij uitstek - bij de man: hij verwacht van zijn tweede vrouw op zijn minst dat ze kinderloos blijft. MONOPEDIE We beschreven eerder de evolutionistische trend naar monopedie: de afname van het aantal kinderen naarmate er meer zorg aan moet worden besteed. Wat geldt voor monogamie als waarborg voor de kwaliteit van seksuele relaties, geldt ook voor de opvoeding. Hoe veeleisender en veelzijdiger de relatie tussen ouder en kind, hoe minder kinderen een ouder met succes kan grootbrengen. De relatie met een kind is aanvankelijk alleen 'fysiek', maar ze wordt steeds veelzijdiger: naast de voeding komt de opvoeding in al haar facetten. De relatie met een mensenkind veronderstelt levenslange parentale trouw en een verregaande exclusiviteit. in de eerste plaats de kinderen zelf sturen daarbij aan op monopedische trouw: ze willen enig kind zijn en blijven. De spreekwoordelijke jaloezie van kleine kinderen op hun concurrenten is het complement van hun exclusieve parentale verliefdheid op de ouder (van hetzelfde geslacht). En net zozeer als ontrouw aan de seksuele partner getuigt van het verlangen naar monogame trouw, getuigt de ontrouw van het kind aan zijn ouders van zijn verlangen naar monopedische trouw. Tegenover het verlangen van het kind om enige jongen of enig meisje te zijn, staat het verlangen van elke ouder naar één uitverkoren kind. In het ideale geval zal het paar zich dan ook verdubbelen in één jongen en één meisje: de vader in een zoon en de moeder in een dochter. Wat wij hier als ideaal voorstellen, is voor velen een nachtmerrie (bijvoorbeeld voor de Chinezen). Pas wanneer ouders ook hun verlangen om zich voort te planten afstaan aan de volgende generatie, kunnen ze de droom van Abraham realiseren. Het reproductief vermogen van elk ouderpaar verdubbelt immers door introuwen vaan een vrouw voor de zoon en van een man voor de dochter. Een tweede generatie produceert vier nieuwe (klein)kinderen en die verdubbelen zich weer tot acht. Uiteindelijk bevindt elkaar paar zich aan de wortel van een zichzelf verdubbelende reeks, terwijl de omvang van de gehele populatie toch constant blijft. Als dat probleem is opgelost, duikt er een ander op: ouders kunnen hun kinderen niet kiezen zoals hun geliefden hun lief. Ze worden tot nader order geproduceerd door de roulette van de genen. Ouders moeten vaak een hele reeks kinderen maken om er uiteindelijké én van het gewenste geslacht te hebben: dat was al het probleem van Hendrik VIII. Bovendien is er altijd slecht één kind dat het best voldoet aan de verwachtingen naar verdubbeling: dat was dan weer het probleem van King Lear. Ook hier bestaan er aantrekkelijkheidspiramides en die zijn vaak aanleiding voor ontrouw van de ouders aan de kinderen die ze al maakten. Kinderen reageren daarop door op zoek te gaan naar echte of gefantaseerde vervangouders, voor wie zij zijn uitverkoren. De ontrouw van de kinderen is een reactie op de polypedie van de ouders.
Beperking van het aantal kinderen is niet alleen een wens van ouders en
kinderen en een noodzaak voor de kwaliteit van de opvoeding, ze is ook
bevorderlijk voor de kwaliteit van de seksuele relatie. Wat geldt voor
de vermenigvuldiging van seksuele partners, namelijk dat de kwaliteit
afneemt met het aantal relaties, geldt immers a fortiori voor de
uitbreiding van de seksuele relatie met kinderen. Tenzij we te maken
hebben met aanvullende polygamie (een kinderloze vrijster naast een
seksueel frigide moeder) betekent elke bijkomende partner ook minstens
één kind erbij. Het aantal relaties wordt bij elke nieuw uitbreiding
gekwadrateerd en in hetzelfde versnelde tempo moet dan ook hun kwaliteit
afnemen. Polygamie van rijke vaders (of moeders) verdoezelt dit alleen
maar, omdat de ouders hun rol afstaan aan opvoeders. Merkwaardig genoeg
pleiten uitgerekend degenen die menen dat contact met kinderen de
seksuele relatie verarmt, vaak tegelijkertijd voor verrijking van
diezelfde relatie door seksuele polygamie én door maatschappelijke
relaties (de carrière). Ook de toenemende energie die zowel mannen als
vrouwen moeten investeren in kinderen leidt er bijgevolg toe dat hun
seksuele relaties neigen naar monogamie. Een eerste reeks auteurs wil daarbij de combinatie tussen seksuele liefde en voortplanting - zoals ze in de coïtus is ingeschreven - ongedaan maken. Ze doen dat door coïteren te reduceren tot bevruchting. Voor hen is seksualiteit geen recreatie, maar procreatie. In een wereld waarin vrouwen ofwel vrijsters ofwel moeders waren, werd dit standpunt verdedigd door alleen die alleen oog hadden voor de relatie met moeders. Voor hen hoeft er geen seksuele relatie tussen de ouders te bestaan: af een toe een bevruchting kan volstaan. Het huwelijk is in de eerste plaats een gemeenschap van ouders. We vinden deze opvatting vooral bij joodse en christelijke auteurs. Anderen ontkennen omgekeerd elke relatie tussen liefde en voortplanting. Voor hen horen in een liefdesrelatie geen kinderen thuis. Alberoni windt er geen doekjes om: 'De aanwezigheid in huis van de kinderen vernietigd dikwijls in de man een bepaald soort doldwaze erotiek (...) omdat men zich moet inhouden, zich moet verbergen, bepaalde uren moet aanhouden, geen lawaai mag maken, omdat in de beperkte huiselijk ruimte het dionysische exces, het luidschreeuwende paradijs, de volledige en exclusieve versmelting met de vrouw niet kan losbreken, niet kan plaatsvinden zonder dat er iets tussenkomt. Voor deze auteurs moeten de kinderen dan ook worden opgevoed door tot moeders gereduceerde vrouwen in de harem of het huisgezin, of door gespecialiseerde opvoeders (privé of door de staat). Voor zijn seksuele relatie moet de man buiten het huwelijk terecht. Ook bij talloze primitieve volkeren wordt het seksueel contact getakt na de voortplanting en pas weer opgenomen na de borstvoeding.
Zeldzaam zijn daarentegen de auteurs die in ouderschap de voltooiing van
de seksuele liefde zien. Wijd verbreid was weliswaar het geloof dat
bevruchting alleen mogelijk was als de vrouw een orgasme kreeg. Weinigen
trokken echter uit het samenvallen van bevruchting en orgasme de
conclusie dat ook de seksuele en parentale rol samenhoren. Alleen Ortega
y Gasset schrijft voluit: 'De echte liefde mondt uit in de min of meer
duidelijk wens de vereniging te symboliseren in een kind, waarin de
volmaaktheden van het geliefde wezen voortduren en worden bevestigd'.
'Twijfelaar' is een treffende naam voor bedden die het midden houden
tussen het eenpersoonsbed van de asceten en het ruimte bed van Michelets
samenwerkende en samenvrijende paar. Hij is echter ook van toepassing op
de vele auteurs die wel toegeven dat seksualiteit een rol kan spelen in
de aantrekkingskracht tussen man en vrouw, maar die betwijfelen dat
zoiets precairs het cement kan zijn van hun relatie. De seksuele
aantrekkingskracht is immers van voorbijgaande aard. Als de seksualiteit
het laat afweten als band, dan moet ouderliefde die taak overnemen. Vele
auteurs zien de aflossing van seksuele door parentale liefde alleen
plaatsgrijpen bij de vrouw. Zo beweert de ons al bekende Alberoni, die
hierboven meende dat kinderen niet rijmen op erotiek, in dezelfde adem
dat 'voor veel vrouwen de zwangerschap een verrijking is van de liefde
voor haar man' en dat 'sommige vrouwen zich pas volledig verliefde
voelen wanneer ze ook moeder zijn'.
Zeldzaam zijn de auteurs die begrijpen wat het belang is van vaderschap
bij de mens. Bijna alle theorieën daarentegen laten alleen moederliefde
ontstaan uit de evolutie en zien in de vaderliefde slechts een product
van de cultuur. De meeste auteurs zijn zozeer verblind door het reëel
bestaande vaderschap, dat ze de vader uitsluitend erkennen in zijn
economische functie; hij moet de moeder voorzien van het nodige opdat
zijn haar ouderlijke taak zou kunnen uitvoeren. Dezelfde Alberoni die
bij de vrouw de voltooiing van de liefde in zwangerschap beschrijft,
ziet de man slechts als beschermer en kostwinner: 'De door de omgang met
zijn vrouw en zijn kind ontwikkelt zich bij hem een andere vorm van
liefde. Dat is een liefde doordrenkt van plichtgevoel, van
verantwoordelijkheidsgevoel, iets wat het mannetje van het menselijk ras
heeft geleerd in de miljoenen jaren van zijn menswording gedurende
dewelke hij, als jager en krijger, zijn gebied moest verdedigen en
tegelijkertijd de vrouw en de ongewapende zwakke kleine kinderen'.
PAPAGENO EN PAPAGENA In
de wereld van de plastische kunsten liggen de zaken gunstiger. In de
christelijke wereld zijn er veel afbeeldingen gemaakt van Maria met het
kindje Jezus, al dan niet in gezelschap van Jozef. Weininger merkt
daarbij schamper op dat de 'vroeger zo algemene overschatting van Rafaël
is weggeëbd' en dat degenen die het onderwerp nog behandelen geen niveau
meer halen. Andere opvolgers van Rafaëls madonna's vinden we in
familiealbums en op de kasten van grootmoeders, in de massale productie
van foto's van kinderen en in de wereld van de reclame. Portretten van
gezinnen plachten vroeger in vele huiskamers te hangen, maar ze zijn
danig uit de mode geraakt. Afgezien daarvan blijken ook hier, net zozeer
als in de literatuur en in de werkelijkheid, kinderen en geliefden het
niet met elkaar te kunnen vinden. Alleen Amerikaanse presidenten moeten
zich op hun foto's als geliefden voordoen en er nog hun kinderen bij
opvoeren ook. In
het merendeel van de gevallen zijn deze ingrepen geïnspireerd door
overbevolking: ze zijn dan ingegeven door het streven naar
geboortebeperking. De kinderen die worden geacht tot de 'bevolking' te
behoren, worden echter niet veel beter behandeld. Ofwel kunnen hun
ouders onderaan de piramide onvoldoende middelen opbrengen om ze groot
te brengen. Ze staan ze dan noodgedwongen af aan andere ouders (door
verkoop of als vondeling). Zodra de maatschappelijke arbeidsdeling dat
toeliet, konden beter gesitueerde vaders de opvoeding van hun zonen
afstaan aan gespecialiseerde opvoeders, terwijl ze de last van kleine
kinderen in de armen van hun vrouwen legden. Vrouwen die het zich konden
veroorloven, probeerden op hun beurt deze last van zich af te wentelen.
Ze legden hun kinderen aan de borst van minnen of zochten koortsachtig
naar allerlei vervangmiddelen voor moedermelk. De omgang met de kinderen
wordt dan gereduceerd tot het strikte minimum van voeding en verzorging.
Vroeger werden kinderen vaak in doeken gewikkeld en ergens aan een haak
gehangen (opdat de ratten er niet mee zouden gaan lopen). Vandaag worden
ze al kort na de geboorte in crèches gedeponeerd. De school, televisies
en computerspelletjes nemen de rol van babysitters over in het voetspoor
van de pensionaten en jeugdbewegingen. Vele ouders voeden hun kinderen
al helemaal niet meer op, maar worden gedwongen om ze voor zich te laten
werken. Nog erger is het gesteld met kinderen die door hun ouders
gewoonweg in de steek worden gelaten. In de talloze reuzesteden van de
Derde Wereld vormen ze dan kinderbenden. Men zou kunnen aanvoeren dat de slechte behandeling van kinderen het gevolg is van onbetrouwbare voorbehoedmiddelen, die talloze ongewenste zwangerschappen veroorzaken. De invoering van betrouwbare voorbehoedmiddelen leidt echter wel tot vermindering van het aantal kinderen, maar niet tot de toename van het aantal kinderloze paren. Mensen willen dus wel kinderen, maar zodra ze die hebben, worden ze even parentaal frigide als ze seksueel impotent en frigide waren in het huwelijk. De weigering berust dus niet op het feit dat kinderen ongewenst zijn, maar op andere gronden. Die zijn anders voor mannen dan voor vrouwen.
GROOTOUDERS De zin van deze evolutionistische trend is gemakkelijk te achterhalen. Hoe trager dieren groeien, hoe meer ze kunnen leren, hoe langer hun ouders voor hen zullen moeten zorgen, hoe langer ten slotte die ouders zullen moeten leven na hun laatste bevruchting of na hun laatste zwangerschap. Darbij verzwakt wel hun lichaam, maar hun geest wordt een schatkamer van onmisbare ervaring. Taal laat toe die ervaring ook nog door te geven. Terwijl in het ouder wordende lichaam de geslachtsorganen in hun fertiele functie verschrompelen, ontwikkelen de hersenen zich tot de organen van een nieuw soort culturele voortplanting door traditie. De ziel in de hersenen van de grootouders wordt via verbale bevruchting overgeplant in de volwassen geworden kinderen. Bij
de mens is de taak van de voortplanting dan ook niet afgelopen als de
geslachtsorganen hun fertiele taak hebben volbracht en als de werkende
handen de lichamen van de kinderen hebben grootgebracht. De geestelijke
voortplanting neemt pas zijn aanvang als dit proces zich heeft
voltrokken. De tradities die moeten worden doorgegeven, behelzen immers
in eerste instantie de kennis over opvoeding. Die kunnen ouders pas nà
afloop van hun taak als ouders doorgeven aan hun kinderen, die intussen
zelf vader en moeder zijn geworden. Ouders hebben dus grootouders nodig
die hen moeten leren om vader en moeder te zijn. Bejaarden kunnen elkaar niet verlaten als met de voltooiing van de lichamelijke voortplanting ook de teloorgang van hun eigen lichaam een aanvang neemt. Alleen al hun band als geliefden zou zoiets niet toelaten. Ze hebben elkaars lichaam hartstochtelijk liefgehad en kunnen het ook niet loslaten als het fysiek begint af te takelen. Terwijl met het fysieke verval ook de seksuele aantrekkelijkheid verdwijnt en het seksuele vermogen taant, raakte ze als samenwerkend paar danig op elkaar ingespeeld. Zozeer zelfs dat de bevrediging door de zorg voor elkaar tot een voortdurende bron van warmte en genegenheid uitgroeit, vergelijkbaar met de koestering die het kind bij de moeder voelt. Voor het verlies van de passie die ze vroeger konden opbrengen voor de schoonheid en de kracht van elkaars lichamen, worden zij ruimschoots gecompenseerd door de wetenschap dat ze die wisten door te geven aan een volgende generatie. Terwijl zij - niet zonder heimwee - hun seksuele genot afstaan aan hun kinderen, kijken hun kleinkinderen er reikhalzend naar uit. Grootouders hebben niet alleen hun lichamelijk taak voltooid, maar weldra ook hun geestelijke taak. Het belang van samenwerking en seksuele liefde als instrument van de voortplanting neemt in verhouding af. Omgekeerd wint het doel ervan steeds aan belang. De plats van samenwerking en seksuele liefde als band wordt dan ook almaar meer ingenomen door het gedeelde genot aan het aanschouwen van het eigen lichamelijke en geestelijke wezen in een volgende generatie. Hier is het ware geluk voor oude mensen te vinden. Bij de brahmanen bestaat nog het wijze gebruik dat iemand asceet wordt vanaf het moment dat zijn kleinkind het levenslicht ziet. Bij ons daarentegen doen vele ouder worden mensen krampachtige pogingen om het verval van hun lichaam te stoppen, in plats van te genieten van de jeugdige verschijning van hun kinderen. De vrouwen die zo hartstochtelijk met de schoonheid van hun dochters willen concurreren, en daar de ingrepen van de plastische chirurgen niet voor schuwen, hebben niet alleen de volledige seksuele liefde gemist, maar ook nog hun ouderschap. Zo vergaat het ook de mannen die de potentie van hun zonen benijden en daar zelfs erectieopwekkende injecties in de penis voor over hebben. Vooral paren die nooit kinderen hebben gehad of die zich niet om hun kinderen bekommerden, moeten hun bestaan als geliefden proberen te rekken of proberen te vernieuwen door een huwelijk met een jongere partner. Degenen die hun leven doorbrachten in de exhibitionistische amfitheaters zijn daar met hun vervallen lichaam in toenemende mate persona non grata en willen vaak in extremis nog de vaste relatie aangaan die ze hun leven languit de weg gingen. Intussen hebben ze wel verspeeld wat een levenseinde met zo'n vast partner pas leefbaar maakt. We verwijzen aar Odysseus en Penelope, naar Byron, naar Sarah Bernardt. Pas wie geen grootouder wordt, moet nogmaals vrij(st)er worden. De gemiste voltooiing van het leven in de kinderen wordt dus op de seksuele as gecompenseerd door verleidende minnaar te willen blijven. Er bestaat ook een compensatie op de parentale as. Veel grootmoeders willen moeder blijven voor hun kleinkinderen en veel mannen ontdekken pas in hun kleinkinderen wat ze als vader verzuimden. De
gemiste voltooiing van het leven maakt ten slotte ook nog het sterven
tot probleem. Bang voor de dood zijn we pas omdat we individuen zijn
geworden, die zich in een seksuele ascese van het andere geslacht
isoleren en in een parentale ascese ook nog van de vorige en volgende
generaties. We willen niet alleen als lichaam eeuwig jeugdig blijven,
maar ook nog eens als ziel onsterfelijk zijn. Echte eeuwigheid en
onsterfelijkheid is pas diegenen gegund die hebben begrepen dat ze geen
individuen zijn, maar slechts helften, dividuen. Deze helften vinden hun
voltooiing pas in een paar en hun continuïteit slechts door zich te
verdubbelen in een nieuwe generatie. Terwijl de Taoïsten de eeuwige
jeugd nastreefden door nog op latere leeftijd seksueel actief te blijven
- weliswaar zonder zaadlozing - meenden de Confucianisten dat echte
onsterfelijkheid pas kan worden bereikt door zich van een nageslacht te
voorzien. Er zit enig sarcasme in de opvatting van Taoïsten en Grieken
dat sperma afkomstig is uit de hersenen en dat voortgezette seksueel
activiteit op bejaarde leeftijd debiel maakt. Het zijn ook pas dezelfde
Griekse vaders die de opvoeding van de zielen van hun zonen overlieten
aan 'zieleminnende leraars', die hun onsterfelijkheid niet meer in
liefde voor hun nageslacht, maar in liefde voor de eeuwige waarheid
dienden te zoeken.
Vele auteurs beschreven hoe grootouders van beide geslachten een
belangrijke rol hebben gespeeld in de vroegere stadia van de menselijke
ontwikkeling en bij primitieve volkeren. Dat gegeven werd echter nooit
verrekend in theorieën over de samenlevingsstructuur (behalve dan onder
de vorm dat er een 'gerontokratie' bestaat). En dat is des te meer
betreurenswaard, omdat pas het bestaan van die derde generatie de
sleutel is voor de reconstructie van de samenlevingsvorm in de
menselijke oertijden. Wat zijn immers de gevolgen van de aanwezigheid
van grootouders voor de structuur van de menselijke oergroep? De situatie verandert
drastisch wanneer naast de seksuele band tussen de ouders ook nog de
parentale band tussen ouder(s) en kinderen
behouden blijft. Dat gebeurt vooral onder invloed van verlengde groei,
soms onder druk van ecologische omstandigheden. De band tussen ouders en
kinderen kan in principe worden behouden zowel in moederlijke als
vaderlijke lijn. Gezien de toenemende specialisering van de moeders op
de voortplanting, ligt het behoud van het contact tussen moeder en
dochters voor de hand. Hierbij ontstaat voor het eerst een sociale
formatie die onsterfelijk is zolang de generaties zich er blijven in
aflossen: de parentale groep overleeft voortaan de afzonderlijke
individuen die er deel van uitmaken. Zo'n groep kunnen we matrilineair
noemen. De opgroeiende mannetjes worden uit de matrilineaire groep
gestoten die hen heeft voortgebracht, of ze verlaten hem zelf en
proberen binnen te dringen in één of meer vreemde matrilineaire groepen.
Dergelijke matrilineiare groepen zijn dus 'exogaam': de kinderen ervan
paren met partners die zijn geboren uit een andere lijn. Een
matrilineaire parentale groep wordt daardoor op de horizontale seksuele
as aangevuld door (promiscue, monogame of polygame) seksuele groepen.
Dergelijke formaties vinden we bij beren, olifanten en chimpansees. In de tweede plaats zijn
er de beperkingen die worden opgelegd door ecologische omstandigheden.
In de oertijden kan de endogame groep nooit groot zijn geweest, om de
doodeenvoudige reden dat met zijn omvang ook de oppervlakte toeneemt van
het gebied dat hij moet bestrijken. en dat kan aardig oplopen: Lee en De
vore schatten de benodigde omvang bij laag ontwikkelde technologie op
278klm per persoon. Dat betekent dat het
aardoppervlak voor de ontwikkeling van de handel en landbouw slechts
onderdak kon verschaffen aan een paar miljoen mensen. We nemen dan ook
aan dat de mens lange tijd leefde in kleine groepen van een paar
tientallen. Zo'n groepen zullen we horden noemen. Deze bevonden zich op
grote afstanden van elkaar in uiteenlopende ecologische nissen (dalen
tegenover berg, kusten tegenover binnenland) elk met eigen
technologische tradities. Het succes van de endogame samenlevingsvorm
als sociale aanpassingstrategie moest noodzakelijkerwijze leiden tot
geleidelijke aangroei van de horde. Boven een bepaald niveau valt de
samenhang niet meer te realiseren, omdat het gebied dat de horde
bestrijkt onbeheersbaar groot wordt. Dit noodzaakt tot splitsing van de
groep en spreiding van een een of beide onderdelen over nieuwe gebieden.
Zo werd geleidelijk het gehele aardoppervlak als beloofd land ingenomen. We kunnen ons gemakkelijk voorstellen hoe de horde onder druk van bepaalde ecologische factoren werd gedwongen om zich te splitsen in kleinere onderdelen, of dat omgekeerd de toegenomen bevolkingsdichtheid de horden nauwer met elkaar in contact bracht. In beide gevallen wordt de samenhang van de horde bedreigd. Omwille van de ecologische voordelen zouden sommigen immers kunnen besluiten om zich van de rest van de horde te isoleren door alleen maar te huwen binnen hun eigen onderdeel. Omgekeerd zouden anderen kunnen besluiten om zich te versmelten met (het onderdeel van) een andere horde door elkaars vrouwen als huwelijkspartners aan te bieden. Om de samenhang van de groep en zijn reproductie doorheen steeds nieuwe generaties te garanderen, moeten er dan afspraken worden gemaakt. Het zal verboden moeten worden om buiten de groep te trouwen. De feitelijke endogamie wordt dan tot uitgesproken endogamiegebod. Zo'n gebod beschermt tegen versmelting met andere groepen, maar niet tegen uiteenvallen de groep in kleinere onderdelen. De gezinnen van de endogame groep moeten zich dus ook verbinden tot onderlinge uitwisseling van hun kinderen. De eenvoudigste en meest gebruikte methode om dat te realiseren is de groep te verdelen in twee of meer onderdelen en af te spreken dat jongens van de ene helft huwen met meisjes uit de andere helft en omgekeerd. Daarbij ontstaat het exogamiegebod. Dat gebod verbiedt meteen te huwen binnen het eigen onderdeel van de groep. Deze exogamie geldt slechts binnen de perken van het endogamiegebod: men moet zijn partner kiezen buiten het eigen onderdeel, maar binnen het geheel. Zodra de omvang van de groep op die manier is bepaald én vastgeld ter reproductie in de volgende generaties, spreken van geregelde stammen en niet meer van spontane horden. De exogame onderdelen van een stam zullen we hier gemakshalve 'clans' noemen. De menselijk exogamie onderscheidt zich van de bovenvermelde dierlijke, doordat ze opereert binnen de grenzen van een voorafbestaande endogamie. De stam als vernieuwde
sociale aanpassingsstrategie bood weer nieuwe overlevingskansen. Niet de
gehele stam moet immers op een homogeen territorium zijn gevestigd, maar
elke helft (of een nog kleiner onderdeel) kan zich op een
gespecialiseerd territorium vestigen (bijvoorbeeld kust en binnenland,
berg en dal). De specifieke voordelen van elk deelterritorium kunnen dan
via huwelijk aan beide helften ten goede komen. Als gevolg van de
interne specialisering kan de omvang van de endogame groep toenemen. Een
tweede fase in de bevolkingsexplosie wordt daarmee ingeluid. We weten inmiddels dat de endogame groep als horde en als stam wordt aangetast door de ontwikkeling van de maatschappelijke arbeidsdeling. De interne specialisering binnen de stam stuit immers noodzakelijkerwijze niet alleen op sociale, maar ook op ecologische grenzen. Boeren kunnen wel overleven op een zeer klein territorium, zoals een delta , maar dan alleen als grondstoffen worden aangevoerd vanuit de territoria van steeds meer vreemde stammen. Zo wordt koper aangevoerd uit de bergen om bijlen te maken. De handel tussen vreemden moet het huwelijk tussen clans vervangen. De stam als economische eenheid moet plaats ruimen voor een net van maatschappelijke coöperanten, die met zijn allen een uiteindelijk wereldomvattende maatschappij zullen vormen. En daarmee is niet alleen het lot van de stam, maar ook die van de endogame groep bezegeld. De seksuele en parentale relaties die de basis vormen van de endogame groep, worden van hun economisch kern beroofd en ingeschakeld in een nieuwe structuur. Zij moeten er voortaan slechts voor zorgen dat de maatschappelijke producten via seksuele en parentale arbeidsdeling over de geslachten en de generaties worden verdeeld. Aan elke maatschappelijke coöperant is (zo mogelijk) een seksuele coöperant verbonden en (zo mogelijk) daarvan afhankelijke kinderen en bejaarden. Het parentaal-seksuele kruis dat de endogame groep bond, wordt opgelost in zijn membra disjecta. Die voegen zich samen tot nieuwe sociale eenheden, die slechts aanhangsels zijn van een netwerk van maatschappelijke relaties: parentaal-seksuele formaties zoals gezinnen, drie-generatie-gezinnen, 'extended families', communes of harems; puur seksuele formaties met conubines, hoeren, beelden of vrij(st)ers; puur parentale formaties zoals moeder-kind- of grootmoeder-moeder-eenheden; en ten slotte de negatie van elke formatie: mannelijke en vrouwelijke celibatairen en loslopende kinderen. Al deze nieuwe formaties onderscheiden zich van de endogame voorloper in twee opzichten: én door het feit dat ze niet alle vijf de relaties tussen de zes mogelijke dividuen bevatten, én doordat ze langs de drie coördinaten van perversie, polygamie en promiscuïteit afwijken van de oermonogamie en oermonopedie. In de plaats van in de ongeschonden endogame groep zal de liefde zich voortaan moeten zien te ontplooien binnen het raam van al deze min of meer zwaar geamputeerde formaties. De gesloten endogame
groep kan economisch uitgehold overleven als kaste, maar hij heeft dan
alleen maar een politiek functie (bijvoorbeeld een maatschappelijk
beroep erfelijk veilig stellen). Ook als slechts politieke formatie is
hij gedoemd om het af te leggen tegen volledig gedesksualiseerd en
gedeparentaliseerde politiek gehelen zoals staten, partijen, vakbonden
enzovoort. Omgekeerd kunnen deze nieuwe gehele evolueren in de richting
van de endogame groep. Dat doen ze wanneer ze generaties lang blijven
bestaan, wanneer het lidmaatschap ervan erfelijk is (bijvoorbeeld
staatsburgerschap, godsdienst) en wanneer de leden ervan onderling
beginnen te huwen. Net zoals de kaste echter kunnen zij noot méér worden
dan slecht passende en elkaar overlappende omhulsels rond het steeds
groeiend, maatschappelijke lichaam. Hier wortelt de
onuitroeibare nabootsingsdrang die mensen ontwikkelen ten opzichte van
elkaar, binnen wat zij als hun groep ervaren. Deze drang om zich
alzijdig tot voorbeeld voor elkaar op te stellen en elkaar na te bootsen
kreeg van diverse auteurs verschillende namen: 'kudde-instinct' bij Le
Bon, 'Inductie' bij Mc Dougall, 'identificatie' bij Freud, 'mimesis' bij
Girard enzovoort. We zagen al hoe de
endogame groep een gesloten geheel is als gevolg van zijn endogamie én
als gevolg van ecologische omstandigheden. Binnen dit gesloten geheel
worden de eigen culturele tradities doorgegeven. De groepen evolueren
min of meer onafhankelijk van elkaar en geven elk andere tradities door.
Hun endogamie is dus niet alleen positief gefundeerd in onderlinge
bindingen, maar ook negatief in het verschil dat mogelijke
huwelijkspartners uit verschillende groepen scheidt. In dat verschil
wortelt alle xenofobie, elk afstoten van vreemden en hun gebruiken. Dat
wordt alleen maar versterkt doordat de rituele gedragingen die de eigen
identiteit moeten versterken, veelal in tegengestelde zin worden
ontwikkeld als die van de buren. Waar de ene groep clitoridectomie
bedrijft, probeert de andere door aanhoudende stimulatie de clitoris tot
bovenmaatse proporties te doen toenemen. Het uiteenvallen van de
endogame groep bij het ontstaan van de maatschappij slaat een diepere
wonde. In de onderste geledingen van de maatschappij wordtaanvankelijk
aan velen de toegang ontzegd tot het huwelijk en daarmee tot de kinderen
die voor hun ouders moeten zorgen als ze oud zijn. Omgekeerd moeten vele
kinderen worden onterfd om het familie-eigendom ongedeeld te kunnen
laten. Zo worden bijvoorbeeld alle dochters en vele zonen onteigend bij
erfrecht van de eerstgeboren zoon. De wonde treft ook nog het hart,
vanaf het ogenblik dat de maatschappelijke coöperatie de mogelijkheid
schept om te overleven zonder de vorige generatie. Naarmate de ouders
zich terugtrekken in de kleine zelfstandige economische eenheid van het
kerngezin, moeten bejaarden zich van een pensioen verzekeren ter
economische 'zelfbevrediging'. Dat is een late wraak van de voormalige
kinderen op hun behandeling door de bejaard geworden kindereters. De
kindereters produceren oudereters, die hun ouders alleen maar zo snel
mogelijk het graf in wensen. De bejaardenhuizen zijn aan gene zijde van
het leven de tegenhangers van de crèches en de scholen, die de ouders
aan deze zijde voor hun kinderen hebben geconstrueerd. Bejaardenhuizen,
crèches en scholen zijn op de parentale as, wat de fabrieken en
winkelcentra zijn op de seksuele as. Hoe drukker het er in al deze
maatschappelijke formaties aan toe gaat, hoe leger de woonkamers worden.
Niet alleen lopen er geen seksuele partners meer rond, maar ook geen
kinderen meer, en al al helemaal geen grootouders. Op stamniveau oefenen alle mannen hetzelfde beroep uit. De zoon zal dus automatisch de opvolger worden van zijn vader, en zich daarbij inschrijven in een eindeloze, zichzelf herhalende reeks. De ontwikkeling van maatschappelijke arbeidsdeling maakt het uitzicht op deze eeuwige reproductie van vader in zoon steeds uitzichtlozer. In de eerste plaats drijft ze de concurrentie op, zodat de ontwikkeling van talenten een grotere vlucht neemt. Een vader kan zich daarbij tot zo'n grote hoogte ontwikkelen, dat hij alleen maar kan uitsterven in de schimmige schaduw van zijn zoon. Dat was het geval met Bach en zijn zonen. Omgekeerd kunnen geniale zonen hun vader over het hoofd groeien: een korte opflakkering wordt dan des te dramatischer afgebroken door een lege stilte. Dat was dan weer het geval met vader en zoon Mozart. In de tweede plaats
verkleint de steeds verder schrijdende specialisering de kans dat de
zoon hetzelfde beroep kan uitoefenen als de vader. Een tijdlang konden
in traditionele maatschappijen beroepen erfelijk zijn, maar in moderne
industriële maatschappijen is daar geen sprake meer van. Hoe
gespecialiseerder een opgave, hoe kleiner de kans dat de benodigde
aanleg zal worden gevonden bij de eigen kinderen. Bovendien ontwikkelen
er zich steeds nieuwe specialismen terwijl oude verdwijnen en bestaande
bij elke generatie worden verbeterd. Voor nieuwe specialisme zijn er
geen vaders, voor verdwijnende geen zonen, en voor blijvende kunnen de
vaders hun zonen niet meer volgen of omgekeerd. De ontwikkeling van de maatschappij berooft dus het vaderschap van zijn centrale geestelijke kern. Erfelijke beroepen zijn curiosa geworden, zoals in componistenfamilies, notarisgeslachten, of in mijnwerkersdynastieën. Gespecialiseerde leraars moeten voortaan instaan voor de opleiding van de zonen. Zij verlokken in naam van de maatschappij - én van hunvaders - de zonen tot het in de steek laten van hun vaders en daarmee tot geestelijke vadermoord. Dat heeft twee gevolgen. In de eerste plaats worden mannen, die al door hun vrouwen in de kou werden gezet, nu ook van hun zonen beroofd. Nadat ze als mannen tot seksuele ascese werden gedoemd, rest hun als vaderloze zonen niet veel meer dan zich onverwekt te wensen en als zoonloze vader ook nog onsterfelijk. Onverwekt en onsterfelijk: zo is sedert Plato de ziel. En deze kille ziel is de man die tweemaal werd gecastreerd, van zijn lustorgaan én van zijn voortplantingsorgaan. In de tweede plaats is de diefstal van de ziel van zijn zonen het diepste motief waarom de man dan maar hun lichaam afwentelt op zijn vrouw, die het zonder enthousiasme voedt, was en verschoont. Tegenover de tot ziel gereduceerde man, staat de tot lichaam gereduceerde moeder, die lichamen baart. De vrouwen die in de perifere regionen van de bijenkorf/termietenheuvel het lot van de hysterectomie moesteen ondergaan, werden daar pas goed kwetsbaar voor na hun voorafgaande hysterogenese, hun baarmoederwording. Treffend schrijft Weininger: 'De moeder verzorgt de physis van haarkind, en niet de psyche'. Uiteindelijk verschijnen ook hier - naast de ons al bekende promiscuen en asceten op de seksuele as - ook nog de atomen van de parentale as: pure individuen, die hun eigen begin- en eindpunt in de tijd zijn: eenzaten, die niet meer een vorige generatie met een volgende verbinden. Deze belichamen zich in de puur individuele zielen, die na hun dood het lichaam verlaten waarin ze bij de geboorte waren ingedaald; zij zijn slechts vluchtige bezoekers van het ondermaanse, waarin moeders instaan voor de continuïteit in den vleze.
ONZE VADER DIE IN DE HEMELEN ZIJT.... In deze geestelijke werelden hebben een klein aantal prestigieuze vaders talloze zonen. Deze zonen willen allen ooit de vader overtreffen, maar slechts uitverkorenen slagen daarin. Wie het hoogste niveau niet haalt, blijft zoonloos. Hij geeft er dan ook vaak de voorkeur aan zelf zoon te blijven van een bewonderde vader. Waar volwassenen mannen op stamniveau elkaars gelijken waren, schikken ze zich nu op een verlengde parentale as onder als zonen van de uitverkorenen uit hun rangen die hun geestelijke vader werden. Hier, in deze geestelijke wereld, vinden we pas de verhouding tussen de oervader en zijn zonen, die Freud ten onrechte meende aan te treffen in de aardse oervaderhorde. Vermits geestelijke vermogens - niet anders dan rijkdom - alleen maar toenemen met de leeftijd, zijn geestelijke vaders inderdààd zeer oud. Hun zonen zijn wel lichamelijk volwassen en hebben wellicht al lichamelijke kinderen verwekt, maar geestelijk blijven ze levenslang zoon. Dat hebben ze gemeen met hun platvloersere tegenhangers: mannen die rijk willen worden. Wat erg is, geestelijke vaders overleven de dood van hun lichaam. Na hun dood kan men wel de plaats van hun lichaam innemen op de troon (het geval van Freud en Jung) maar hun prestige blijf alle toekomstige zonen terroriseren: het overleeft in hun geheugen of spreekt uit hun onvergankelijke werken. De stichters van geestelijke genealogieën werpen hun schaduwen ver in de toekomst: Mozes en Boeddha, Plato en Aristoteles, Alexander en Caesar, Christus en Mohammed, Michelangelo en Titiaan, Bach en Mozart, Napoleon en Hitler....In die schaduwen gedijt, zoals in die van de beuk, geen andere boom. Pas dergelijke krachteloze zonen worden moeiteloos gecastreerd door machtige geestelijke vaders. Ze zullen nooit vader worden. pas dit verlies van geestelijke fertiliteit is de ware castratie. Pas als verhaal over vaderschap - als oervaderverhaal en niet als verhaal over een vermeende oerman - is Freuds constructie een voltreffer. Aan het firmament van de geestelijke wereld verschijnen nieuwe geestelijke vaders dan ook alleen als afvallige zonen. De geestelijke vadermoord bezegelt de geboorte van de 'cultuurhelden', die zich af en toe loswerken uit de rangen van de nabootsende zonen en een nieuwe traditie stichten, die breekt met de vaderlijke. Zij lijken onverwekt uit het niets op te doemen om nooit meer te sterven. De gestage aflossing der generaties wordt stilgelegd door de komst van de onverwekte en eeuwige vaders en vervangen door nevenschikkende optelling van steeds nieuwe cultuurhelden. Deze zetten zich steeds weer tegen elkaar af en verzamelen zich rond een steeds vernieuwde schaar van zonen, die zich horig nevenschikken, elk onder hun eigen vader. Onverwekte en eeuwige vaders verzwakken alleen doordat hun vermenigvuldig het aantal zonen per vader doet afnemen. Sterven doen ze alleen doordat de onderlinge vergelijking sommigen in het duister doet verdwijnen, zoals een supernova andere sterren doet verbleken. In tegenstelling tot
aardse vaders hebben geestelijke vaders geen vrouwen nodig om zich voort
te planten. De zielen stijgen naar hun op vanuit de lichamen die uit de
schoot van aardse moeders werden verwekt. Zo besparen zij zich de
evolutionistische omweg over de liefde en planten zich rechtstreeks
voort als in een geestelijke parthenogenese. De geslachtelijke
verhoudingen die in de natuurlijke wereld heersten voor de komst van de
vaderliefde, worden door de frustratie ervan omgekeerd weerspiegeld in
de geestelijke wereld. In de stoffelijke wereld waren de voormenselijke
vaders slechts leveranciers van sperma en vormden moeders de lichamen
uit eicellen. In de geestelijke wereld daarentegen worden moeders
gereduceerd tot leveranciers van lichamen, waarin toegewijde vaders de
kiem van de geest planten, in de hoop hem tot eeuwige zoon te zien
opgroeien. Het aardse man-moeder-gezin wordt tot hemels vader-vrouw
gezin. Deze mannelijke parthenogense is de ultieme wraak van de man op
de seksuele en maternale frigiditeit van de vrouw. DE GEMEENSCHAP Alle zonen die zich nevenschikken in gedeelde bewondering voor een geestelijke vader, zijn geen bloedverwanten zoals de leden van een endogame groep, maar zielsverwanten. Met de geestelijke vaderwording van de man voltrekt zich ook de splitsing van de endogame groep in twee sferen. Bloedverwantschap trekt zich terug in de al besproken uiteenlopende formaties die tot stand komen op basis van geïsoleerde parentale en seksuele relaties (gezinnen enzovoort). Zielsverwantschap daarentegen trekt zich terug in de relaties tussen geestelijke vaders en hun zonen. Een dergelijke verzameling van zielsverwanten zullen we een gemeenschap noemen: dat is de sociale formatie waarin de voormalige collectieve ziel van de endogame oergroep overleeft. Het betreft hier bindingen aan militaire helden, koningen en keizers, vooral aan goden, maar ook aan geniale kunstenaars en revolutionaire wetenschappers, en weldra ook aan de 'stars' uit de wereld van de industriële massacultuur. Net zoals de gezinnen
wordt ook de gemeenschap geschraagd door onderdelen die uit het
volledige liefdeskruis zijn losgerukt: in casu de verlengde relatie
tussen voorbeeldige vader en nabootsende zoon. De alzijdige identiteit,
die in de oergroep alle generaties en alle geslachten doordrong,
verschrompelt in de gemeenschap tot eenzijdige identiteit tussen mannen
onderling. Dat heeft als gevolg dat binnen de seksuele relatie de
identiteit tussen man en vrouw vervalt. Mannen voel zich voortaan
verwant aan hun geestelijke vader, niet aan hun vrouw. Op dit mindere
wezen kijken ze vanuit hemelse hoogten neer: ze willen er hoogstens het
bed mee delen in den vleze. De gemeenschap ondergraaft dus één van de
sterkste pijlers van seksuele verliefdheid: de
aantrekkingskracht die ontbrandt aan het gevoel van identiteit. Het
wegvallen van de alzijdige identiteit tussen de generaties en de
geslachten, zoals die in de oergroep bestond, is dus een volgende
wezenlijk beschadiging van de seksuele (en parentale) relaties. We verwachten niet dat
dergelijke vrouwen zich in hun verlangen naar verdubbeling van zichzelf
als toonbeeld voor hun dochters zullen opstellen. De kern van het
vrouwzijn wordtdoor moeders afgewezen en door
dochters weldra overgenomen als te vermijden ideaal. Zo ontstaat op vlak
van vrouwzijn als ideaal alleen maar een lege vlek. Vandaar dat vrouwen
zich alleen maar negatief kunnen definiëren. Dat is de werkelijke
oorsprong van de geestelijke penisnijd op de geestelijke vader, die in
feite afschuw is voor de baarmoeder en haar ingang. In deze lege vlek
nestelen die mannen zich die in hun vrouwen het orgastische vuur willen
doen oplaaien. Hun pogingen worden echter gedwarsboomd door een gebeuren
dat zich aan aller blik onttrekt. Op de bodem der werelden hebben zich
onvruchtbaar geworden grootmoeders genesteld. In hun duistere grotten
willen ze hun dochters lokken om hen de bezoedeling door de schanddaad
te besparen waaraan ze hun leven hebben te danken. Zo slokken ze
uiteindelijk op wat ze onwillig baarden. Vele grootmoeders, die ervaring
over vrouwzijn en moederschap hadden moeten doorgeven, worden zo tot de
vernietigsters van het leven dat ze geacht werden te vereeuwigen. Hier
vinden we de verborgen vrouwelijke Kronos, de tegenhanger van de
overvruchtbare geestelijke vaders aan het hemelse firmament, die aan
oneindige heerscharen het eeuwig geestelijke leven schenken. 'De
vrouw die hsyterisch is in haar jeugd, wordt godsdienstig op haar oude
dag' Charisma hebben
geestelijke vaders niet alleen voor de zonen die hen nooit zullen
opvolgen, maar ook voor vrouwen. Bij hun overgave aan prestigieuze
mannen verzinkt hun aardse belangstelling voor de rijke man alleen maar
in het niet. Pas in de geestelijke piramide van
het prestige vinden we de echte tegenhanger van de fysieke piramide van
de schoonheid. Pas de epifanie van de charismatische mannen in de
hemelen is de tegenhanger van het exhibitionistische amfitheater waarin
de vrouw zich ontsluierde. In het charismatische firmament en in het
exhibitionistische amfitheater culmineren de twee evolutielijnen die de
mens van andere dieren onderscheidt: de man die bij de dierlijke moeder
de ouderzorg leerde en zo tot vader werd, en de vrouw die bij de
dierlijke man de verleiding door schoonheid leerde, en zo tot mooie
vrouw werd. Hiermee is onze analyse
van de drie-ene Eros voltooid. het zal echter niet overbodig blijken nog
twee bijzonder verschijningswijzen ervan in twee afsluitende
hoofdstukken aan een onderzoek te onderwerpen.
|
||||||||||