BOEKJES LEZEN

Ik ben met Betje* aan het wandelen. Ze blijft staan voor de gevel van een oude boerderij en, alsof ze de ontdekking van de eeuw heeft gedaan, wijst ze met haar vingertje op een luik onder het dak: ‘paarrr(d)’! ‘paarrr(d)’! Ik sta even verbouwereerd te kijken. Tot het mij daagt: dat luik lijkt op het luik in een boekje over de boerderij dat we ’s avonds met haar lezen. Daar staat het luik open, en je ziet er een bussel hooi in liggen. In het boekje kun je daaronder, door een deur waar de bovenste helft is opengeklapt, de kop van een paard zien. Paarden interesseren haar mateloos en als we ‘s avonds op die bladzijde komen, wijst ze steevast op het luik van de hooizolder, daarbij met haar mond de beweging van ‘eten’ makend. Om te zeggen: ‘Daar ligt hooi voor het paard, om op te eten!’ Ik zeg dus: ‘Ja! Daar ligt hooi! Voor het paard! Om op te eten!’ Ze kijkt mij glunderend aan, tweemaal door haar beentjes wippend van opwinding.

Om maar te zeggen hoe belangrijk boekjes zijn. Al te vaak gaat men er van uit dat kinderen de dingen kennen en dat ze die vervolgens herkennen in het boekje. Vaker is het omgekeerde waar: dat ze pas in de werkelijkheid dingen beginnen te onderscheiden die ze pas in het boekje leerden kennen. Langs het luik dat ze vandaag had ontdekt, loopt ze al haar hele leventje dagelijks langs, maar nu pas heeft ze het gezien en meteen ook begrepen. Niet omdat ze elders al een luik met hooi heeft gezien, laat staan dat ze ooit al een paard van een hooibussel zou hebben zien eten, maar alleen omdat ze dat alles in ‘de boekjes’ heeft gezien!

En dat geldt niet alleen voor het luik met het hooi, maar ook voor eenden. Hier in de omtrek zijn geen eenden te bekennen, en bij mijn weten heeft ze nog nooit een eend gezien. Maar toch weet ze uit de boekjes dat die ‘kwaak’ zeggen, terwijl ze de ganzen – die ze wel uit de werkelijkheid kent – steevast ‘grrr! grrr!’ laat zeggen: het ‘dreiggeluid’ dat ze die ganzen in het echt hoort maken. En zo zou ik nog een paar bladzijden kunnen doorgaan.

En omdat boekjes zo belangrijk zijn, leerden we Betje er zo vroeg mogelijk mee om te gaan. Dat begon al met de tijdschriften waarin ze ons zag lezen. Elke ouder weet wel hoe die aanvankelijk aan stukken worden gereten. Maar - er wordt hier veel met boeken omgegaan - al gauw had ze de kneep door om te bladeren door met haar vingers over de bladzijden te schuiven. Het echte bladeren - door de bladzijden bij de rand te pakken – brachten we haar bij door boekjes te halen met kartonnen bladzijden. Toen ze dat eenmaal onder de knie had, was ze de koning te rijk. Met het boekje op haar schoot genoot ze van de telkens nieuwe dingen die ze te voorschijn kon toveren. Daar kon ze ‘uren’ zoet mee zijn.

De volgende stap is ‘voorlezen’: met het kindje naast je in het boekje bladeren en vertellen wat er te zien is. Dat wil niet altijd vlotten. Kinderen zijn vaak jaloers op het boek dat de ouders lezen - dat de ouders ‘op schoot’ nemen. Niet anders dan poezen, ontwikkelen ze dan de kwalijke gewoonte om op het boek te komen zitten. En als ze eindelijk hebben ontdekt waarom de ouders in een boek zitten te kijken, duurt het nog even voor ze doorhebben dat jij niet ziet wat zij zien, als ze tegenover jou gezeten in het boekje bladeren. Als ze uiteindelijk hebben begrepen dat je allebei uit dezelfde richting naar het boekje moet kijken, komen ze dan weer op je schoot zitten, zodat jij wel de achterkant van hun hoofdje ziet, maar niet het boek. Enfin: het heeft heel wat voeten in de aarde vooraleer het kind ‘voorleesrijp is’: dat het heerlijk naast je komt zitten, lekker onder je arm, met een deken over de knietjes, met daarop het boekje, tussen jou en het kind.

Maar eenmaal het zover is, kan een nieuwe fase in het slaapritueel beginnen. Wiegen, zingen of te drinken geven als afscheid aan de dag kunnen geleidelijk plaats maken voor het heerlijke voorleesuurtje voor het slapen gaan. Weldra zullen ze het niet meer kunnen missen. Ook als je door omstandigheden weinig met de kinderen kon bezig zijn: laat nooit hun voorleesuurtje voorbij gaan! De peuter- en kleutertijd zijn immers d periode gedurende dewelke je als ouder een echte greep hebben op de vorming van de ziel van je kind. Het komt er dan ook op aan om deze jaren niet achteloos te laten voorbijgaan!

Het is niet alleen belangrijk, maar ook nog heel leuk. Ik heb het altijd zalig gevonden zo’n kindje wegwijs te maken in de wereld. Een heerlijk gevoel, zo het kopje naast je van links naar rechts de bladzijden te zien volgen. Een hele wereld gaat open: de dierenwereld, de plantenwereld, de wereld van auto’s, vliegtuigen, treinen en raketten, de wereld van de vulkanen, de rivieren en de zeen, de sterren en planeten, en weldra ook andere volkeren en geschiedenis. Met een grenzeloze nieuwsgierigheid laten ze zich in al deze domeinen binnenleiden. En daar leer je zelf ook heel wat bij…

Al heb ik ook vaker moeten vloeken om de talloze uren die ik heb moeten besteden aan het almaar opnieuw in bibliotheken de boekjes te gaan zoeken waar ze die week weer aan toe waren. Want, eenmaal gewekt, kent de honger naar kennis geen grenzen. Elke week moet er een nieuwe karrenvracht boeken aangezeuld om die honger te stillen. Ze hebben alles zo snel in zich opgenomen, dat je telkens op een volgend niveau weer verder moet gaan.

Eerste ‘lezertjes’ lijken zich vaak voor de veelheid van informatie te verschansen in de eenzijdige belangstelling voor n enkel plaatje in het boek. Zo wou Betje in het begin almaar terug naar een bladzijde met onze-lieve-heersbeestjes. Ze bladerde heen-en-weer tot ze op die bladzijde kwam, om het dan triomfantelijk uit te schateren. Maar al bladerend ontdekte ze steeds meer nieuwe dingen, tot haar aandacht uiteindelijk over het hele boek was gespreid. Bij een nieuwe lading boeken raakte ze meteen gebiologeerd door een varken dat zich in de modder wentelde. Dat vond ze compleet onbegrijpelijk. Eerst probeerde ik haar duidelijk te maken dat het varken dat leuk vond. Maar ze bleef maar herhalen ‘bh’. Tot ik vertelde dat de boer met de spuit zou komen, en dat het varken er dan weer proper zou uitzien zoals het exemplaar dat erboven stond afgebeeld. Eenmaal dat probleem opgelost, ging ze telkens weer naar het varken in de modder, liet zich vertellen dat de boer zou komen met de spuit en dat het er dan weer proper zou uitzien. En dan pas stond ze open voor de andere plaatjes in het boek.

Uit die ‘eenzijdige belangstelling’ kom je te weten waar de kinderen mee bezig zijn en het komt er dan op aan om telkens opnieuw de boekjes te vinden die daarop inspelen.

De hele onderneming voor het slapen gaan kun je overdag aanvullen met het bekijken van documentaires overdag, en dat zijn aanvankelijk vooral dierendocumentaires. Het duurt een tijdje voor peuters hun aandacht langer bij de film kunnen houden. Het helpt dan om een documentaire te nemen die over n dier gaat en de film te benaderen alsof hij uit talloze lossen stukjes bestaat. Zo zijn we met Betje begonnen met een documentaire van over de huismuis. Als ze dan even was afgeleid, kon ze wat later weer inhaken als de muis weer iets deed dat haar kon boeien. Ook de indrukwekkende uil met zijn ‘oehoe’ die af en toe in beeld verscheen en de maan – die ze al evenmin in het echt heeft gezien – lokten haar telkens weer naar het scherm.

Eenmaal dit proces in gang gezet, valt het niet meer te stuiten. Wat ze in de boekjes leren, scherpt hun inzicht in wat ze in films zien, en omgekeerd, en wat ze in boeken en films leren kennen doet hen pas greep krijgen op de werkelijkheid. Op de duur zit het allemaal in hun hoofd te wachten tot ze het in de werkelijkheid herkennen. Als zich dat voordoet, kunnen ze hun ervaring meteen plaatsen. Omgekeerd is de werkelijke ervaring telkens weer aanleiding tot nieuwe vragen, die je dan via boekjes weer kunt beantwoorden.

Een geheel nieuwe dimensie dus in de omgang met je kind en het begin van een heel boeiende periode. Deze zomer was Betje zo ver dat we met voorlezen in bed konden beginnen. Om de beurt lezen we haar een steeds meer uitgebreide waaier van boekjes voor het slapen gaan. Aanvankelijk begon ze na een kwartier rond te kruipen of met de boekjes te spelen. Maar intussen kan ze al meer dan een half uur lang geconcentreerd in de boekjes bladeren. En ze is er zo tuk op, dat het rond half acht volstaat om te zeggen ‘Boekjes lezen?’ Ze laat dan meteen alles vallen waar ze mee bezig is en stapt gezwind naar de deur om de trap naar de slaapkamer op te kruipen. Vol enthousiasme legt ze dan n na n de boekjes in bed en nestelt zich dan gezellig onder de arm met haar beentje onder het deken. En dan zijn we weer vertrokken…

Stefan Beyst, september 2002

 
 
 

image of the week:

bleierne zeit