stefan xcNL  → EN
 


het beeld: mimesis herbekeken
deel VII: oneigenlijk begrip van het beeld (1)
begrip van het beeld in termen van zijn bijkomstige eigenschappen


hoofdstuk 3

beeld en creativiteit



INLEIDING
"Kunst begint waar de nabootsing eindigt"

Oscar Wilde

Herinneren we er aan dat voor ons beeld en nabootsing synoniemen zijn. In I,0 gaven aan dat we de term 'beeld' zouden gebruiken omdat de term 'nabootsing' te zeer is beladen met negatieve connotaties. Dat mag ons niet doen vergeten dat het beeld niettemin altijd de 'slaafse nabootsing' is van het origineel (in het beeld), zoals we beschreven in I, 1. Daar staat tegenover dat het origineel in het beeld niet altijd de 'slaafse - niet-creatieve - nabootsing' is van een origineel in de werkelijkheid: vaker schept - creŽert - de kunstenaar bij het maken van zijn beeld ook nog het origineel. In dat geval is hij tegelijk de slaafse nabootser van dat origineel als de schepper ervan. De slechte naam die traditie en nabootsen hebben in onze cultuur, is er verantwoordelijk voor dat men al te graag wil verdonkeremanen dat het beeld een slaafse nabootsing is (met name een duplicaat) van de verschijning van het origineel, om er met des te meer nadruk op te kunnen wijzen dat de kunstenaar creatief zijn eigen originelen schept - exemplarisch in het citaat van Oscar Wilde hierboven. En dat heeft erg kwalijke theoretische gevolgen ...

Onderzoeken we dus eerst de relatie tussen het beeld en creativiteit, zodat we vervolgens kunnen uitmaken in hoeverre creativiteit constitutief is voor het beeld.


CREATIVITEIT VERSUS NABOOTSING IN HET ALGEMEEN

Creativiteit is het (geheel of ten dele) maken - scheppen - van iets wat nog niet bestond in de zin van: iets waar nog geen voorbeeld van was. Als de nadruk ligt op het resultaat van zo'n creatie spreekt men ook van 'originaliteit'. In alle gevallen ontstaat iets 'nieuws' in de zin van ongezien.

De creativiteit kan min of meer ingrijpend zijn. Bij het maken van portretten of het schilderen van landschappen kan men standaardprocedťs gebruiken, maar die toepassen op telkens andere originelen. Iets meer vernieuwend is de verbetering in de verfijning van weergave of de stilering. Nog meer creativiteit is vereist bij inhoudelijke verandering: verandering in de manier waarop men het origineel laat verschijnen (bv. portret in profiel, vooraanzicht of driekwart, portret met of zonder handen, eerder snapshot weergeven enz.) of aansnijden van nieuwe onderwerpen (bv. kritisch, weergave van niet-ideale mensen, enz.), of het gebruik van nieuwe productiewijzen (van schilderen naar fotografie bv.) - en het alleringrijpendste is natuurlijk vernieuwing op alle terreinen (bv. de Sacre).

Naast deze vernieuwingen in de eigenlijke opdracht van het beeld, zijn er ook vernieuwingen die zijn ingegeven door de puur willekeurige logica van de groepsidentiteit: de noodzaak om bij het zich afzetten van groepen tegen elkaar tekens des onderscheids te vinden op telkens nieuwe terreinen, zoals beschreven in vorig hoofdstuk.

Zowel vernieuwingen in de wijze van in beeld brengen als de proliferatie van groepsbindende tekens gaan in de loop van de geschiedenis in steeds sneller tempo. Maar de vernieuwing wordt pas goed verabsoluteerd zodra vernieuwing op zich een must wordt doordat ze een symbolische betekenis krijgt als 'revolutie', en dan alle ontevredenen aantrekt die de politieke revolutie omruilen voor een artistieke. De vernieuwing wordt dan niet langer geschraagd door verhoging van kwaliteit of door de noodzaak aan nieuwe groepsbindende tekens, maar door het fenomeen van de permanente plaatsvervangende revolutie, waar we op terugkomen in VII, 5.

Het tegendeel van creativiteit is dan nabootsen in de zin van het bewandelen van begane paden (inclusief manieren van produceren).


BEELD, CREATIVITEIT EN NABOOTSING

Hoe zit het dan met creativiteit in het beeld? Het antwoord verschilt naar gelang van welke relatie we onderzoeken.

Onderzoeken we de relatie tussen verschijning en origineel, dan is, zoals inmiddels bekend, elk beeld bepaald door 'slaafse nabootsing', de tegenstelling van creativiteit.

Onderzoeken we daarentegen de relatie tussen origineel in het beeld en origineel in de werkelijkheid, dan kan er zowel slaafse nabootsing zijn als creatieve schepping. Afgezien van de principiŽle afwijking die werden besproken in I, 6 is er slaafse nabootsing bij onvoltooide mimesis, waar het origineel dat verschijnt in het beeld een (volledig) duplicaat is van het bestaande origineel in de werkelijkheid. Maar in alle gevallen van voltooide mimesis, waar de kunstenaar samen met het beeld ook de verschijning van een zelfgemaakt origineel schept, is er sprake van creatie. Eenmaal zo'n niet-bestaand origineel geschapen, kunnen volgende kunstenaars het weer slaafs nabootsen. Kunst van hoge culturen zoals de Egyptische of de Chinese - bij uitstek religieuze kunst of hofkunst - is in de regel 'traditioneel'. Het is pas in het Westen dat de originaliteit van de kunstenaar in de verf wordt gezet.

Er zijn dus beelden die op beide vlakken slaafse nabootsing zijn, en beelden die op het ene vlak slaafse nabootsing zijn en op het andere creatie. Meest typisch voor het beeld echter zijn de beelden van de laatste soort. Juist omdat de beeldenmaker alleen een verschijning moet scheppen, en niet het bijbehorende origineel, is hij niet langer onderworpen aan fysieke of morele beperkingen: hij kan hemelhoge torens van Babel ontwerpen, en lichamen alle mogelijke verminkingen laten ondergaan. Omdat er bij het maken van beelden niet eens meer materialen moeten worden omgevormd zoals bij design, lijkt de kunstenaar wel 'uit het niets' te scheppen zoals god. Daarom is, zoals Plato al wist, de wereld van het beeld de natuurlijke habitat van creativiteit. Geen wonder dat velen het maken van een beeld tot 'scheppen' verheffen, en het de kunstenaar daarom kwalijk nemen dat hij zich een goddelijke status aanmeet (Mozes, Plato, Koran), of omgekeerd de kunstenaar een goddelijke status toeschrijven, en hem daarmee verheffen boven gewone producenten (denk aan Heidegger).

Maar dat kunst de natuurlijke habitat is van creativiteit, betekent nog niet dat creativiteit alleen is aan te treffen bij kunstenaars. Er is de screativiteit van filosofen en wetenschappers die nieuwe wereldbeelden ontwerpen of ontdekkingen doen - en die zijn onderworpen aan beperkingen die vergelijkbaar zijn met de 'slaafse gelijkenis' in het beeld: namelijk toetsbaarheid, falsifieerbaarheid, of argumenteerbaarheid. Er is de creativiteit van politci, bij uitstek de revolutionaire die nieuwe maatschappelijke verhoudingen scheppen. Er is de creativiteit van designers: ontwerpers van voedsel, parfums kledij, meubels, architecten, maar ook ingenieurs die nieuwe machines of technieken uitvinden. Ook meer alledaagse vormen van productieve arbeid kunnen uiteraard niet zonder creativiteit. Al de aap die ontdekt hoe je zand van de aardappelen kunt verwijderen door ze in water te dompelen was creatief. Naast het maken van beelden zijn er dus veel andere soorten productie, die al dan niet creatief kunnen zijn.

Beelden zijn dus inzake de relatie tussen verschijning en origineel geeenszins 'creatief', maar slaafse nabootsingen, en inzake het produceren van het origineel ofwel 'slaafs' ofwel 'creatief'. Creativiteit is dus slechts een accidentiele eigenschap van het beeld, en ook andere activiteiten dan beelden maken kunnen creatief zijn.


ONTERECHTE UITSLUITING VAN BEELDEN IN NAAM VAN DE CREATIVITEIT

Standaardproductie of productie volgens vaste sjablonen en vertrouwde technieken wordt inzake kunst, zeker sedert de moderne tijden (genie van Kant, Batteux) zeer laag gewaardeerd. Dat leidt tot de uitsluiting van alle traditionele - 'academische' en veel niet-westerse - kunst, uitsluiting die constitutief is voor de 'moderne' kunst, en die zich weldra ook keert tegen de aanzetten tot nieuwe tradities in de moderne kunst zelf , en zo constitutief wordt voor wat we de 'permanente plaatsvervangende revolutie' zullen noemen. We zullen zien hoe die trend uiteindelijk uitmondt in de taboeÔsering van het beeld als zodanig. In de beeldende kunst is het - naast 'academische kunst' - vooral de fotografie die op grond van dit criterium wordt uitgesloten, ook als is daar al de pure keuze van het onderwerp, de plaats en het tijdstip van het fotograferen een creatieve daad.


ONTERECHTE INSLUITING VAN VERWANTE FENOMENEN (1)
ONGEMERKTE AFRITTEN UIT DE WERELD VAN HET BEELD: METAKUNST


De cultus van de creativiteit leidt ertoe dat er weldra vernieuwingen worden aangebracht die het tot 'slaafse nabootsing' gedegradeerde beeld overboord te gooien. Zodra dat het geval is wordt kunst vervangen door wat wij metakunst noemen: allerlei producten die slechts zijdelings iets met het beeld hebben te maken, al zijn ze er door allerlei 'creatieve' ofte 'revolutionaire' vernieuwingen van afgeleid.


ONTERECHTE INSLUITING VAN VERWANTE FENOMENEN (2):
VERMEENDE OPRITTEN NAAR DE WERELD VAN HET BEELD


Daarbij verglijdt kunst ongemerkt in nauw verwante domeinen. Voor de hand liggen design en tentoongestelde werkelijkheid. Dat er bij die laatste gebruik wordt gemaakt van 'gevonden materiaal', vinden dezelfde auteurs die de fotografie uitsluiten op grond van 'gebrek aan creativiteit' blijkbaar niet problematisch: hier wijst men er integendeel op dat het een bijzondere verdienste is - een creatieve daad - om zo'n bestaande werkelijkheid in haar expressief of esthetische potentieel te 'ontdekken' (bv. Groys).

Vooral na de Tweede Wereldoorlog is ook de overstap naar politiek - inzonderheid de revolutie - populair. Revolutie wordt herdoopt tot het 'creatief omvormen van de maatschappij': denk slechts aan Beuys slogan 'Jeder Mensch ist ein KŁnstler' - met de bijbehorende verwachting dat hij door creatief handelen moet bijdragen aan revolutionering van de maatschappij. Niet alleen het 'creatief' omvormen van de maatschappij wordt als 'kunst' beschouwd, maar ook het creatief omvormen van het eigen lichaam als travestie, transseksueel enz.

En vooral sedert het idealisme worden ook filosofie en wetenschap begrepen als vormen van kunst (systematisch bij Cassirer en zijn 'symbolische Formen), bij Kuhn, en bij semiotici zoals Nelson Goodman.


MENGING VAN DIVERSE SOORTEN CREATIVITEIT

Zodra het beeld tot metakunst is geworden, kan er geen sprake meer zijn van menging. Maar zolang de creativiteit zich beperkte tot het uitvinden van nieuwe soorten beelden, viel vernieuwing of revolutie in het beeld vaak samen met allerlei pogingen tot vernieuwing van de maatschappij - niet alleen linkse zoals de Russische revolutie, maar ook rechts zoals het fascisme, religieuze zoals Steiner en Blavatsky, enz. Dat obligate samengaan werkte de gelijkschakeling van beeld en 'vernieuwend' beeld in de hand.


CONCLUSIE

Ook hier geldt dus dat het maken van beelden vaak een creatieve bezigheid is, maar dat creatief zijn niet volstaat om beelden te maken.
Dat iets creatief is, is uiteraard niet voldoende om het tot beeld (tot kunst) te maken.



 
 
ontdek
mijn nieuwe e-boek:


zelfomslag

het zelfbeeld
tussen spiegel en dagboek