íPianoísí is een reeks transformaties van een initiŽle lijntekening die zich geleidelijk ontwikkelt tot een steeds meer geladen en gespannen samenspel van lijnen. De kracht achter deze metamorfose is de ontplooiing van de lijn: steeds breder wordt de waaier van lijnen, telkens nieuwe spanningen worden opgewekt, en telkens heviger expressies opgeroepen. Hoezeer de lijn uiteindelijk opgaat in een complex geheel, nooit wordt ze tot vlak. Ze blijft altijd lijn: dat wat zich tegen het vlak aftekent. Daarom blijft de spanning tussen zwarte lijn en wit vlak doorheen de hele reeks bewaard: naarmate het weefsel der lijnen zich verdicht, neemt de spanning tussen de steeds zwartere tekening en het steeds wittere vlak alleen maar toe.

Die evolutie valt samen met twee andere. Enerzijds sluit de piano in zijaanzicht zich als steeds meer gecomprimeerd volume als een vijand af van de lege ruimte waarin ze zich bevindt. Anderzijds dringt de ruimte rond de piano in vooraanzicht steeds dieper door tussen de toetsen, tot de piano uiteindelijk in twee wordt gespleten.

De ruimte van het witte vlak is grenzeloos, oneindig, onbepaald. Daardoor wordt het meubel een wezen dat zweeft in een eindeloze ruimte en de lijnen die het oproepen worden ongemerkt tot klank die er potentieel uit weerklinkt.

Judith Schils