|

besprekingen
vladimir
garcía morales
De reeks Piano's (2004) van de jonge Belgische kunstenares Judith Schils (Tongeren,
1971) is een wonder van dynamisme en een meesterlijke demonstratie van
tekenkunst,
die het uiterste laat zien van wat kan worden bereikt in deze kunst, die
ten onrechte als minderwaardig wordt beschouwd en wordt afgedaan als min
of meer interessante aanzet voor meer ambitieuze schilderwerken. Schils
betracht in deze reeks van 18 tekeningen het allermoeilijkste:
doordringen tot de kern van muziek door middel van enkele lijnen.
Uiteraard is het niet zo dat deze lijnen muzikale klanken doen
weerklinken, (dat ligt alleen in de macht van de magiër, waarvan de
kunstenaar altijd ergens een afspiegeling is), maar door het
meesterschap en de grondige kennis van de lijn en haar wezen, weet ze,
doorheen de gradatie die gaat van de lijn die zich eenzaam aftekent
tegen de witte achtergrond tot de krachtige intensiteit die ze verkrijgt
als ze zich verenigt tot bundels of versmelt tot vlekken, een geheim aan
de muziek te ontlokken: haar projectie in het visuele.
De componist Dieter Schnebel onderzocht de relaties tussen het visuele
en het sonore in zijn werk Musik zum Lesen (1978),en trachtte doorheen
de mogelijkheden van de muzieknotatie de muziek te suggereren. Geheel
anders - en veel artistieker - is de weg die Schils bewandelt. Zij
vertrekt van de fysieke afbeelding van de piano (en niet van de muzikale
tekens zelf, noch van de "muzikale typografie" zoals Schnebel) met
hetzelfde doel voor ogen. Het geheim ligt in de beweging, in het ritme
dat wordt opgeroepen door de lijn en haar combinaties. Alsof de afdruk
van de beweging van een pianist zou zijn achtergebleven na een memorabel
concert. Of, beter nog, alsof de piano een eigen leven had, dat, in
sommige tekeningen de intieme en teruggetrokken karakter van zijn klank
weergaf, en in andere (de laatste) zijn orkestrale grandeur. We moeten
onvermijdelijk denken aan de delicate klank van een Mozart
of een Schubert ( Impromptus nº3, Op. 90) in het begin van de reeks, tot
we uiteindelijk belanden bij Beethoven, Liszt, Ligeti of Messiaen op het
einde, met Chopin ertussen in. Deze uiteenlopende soorten muziek, of het
wezen van de klank die ze schraagt, worden opgeroepen door de lijn, het
perspectief en de deformatie van het klavier van de piano. Met dit werk
is Schils een erfgenaam van Kandinsky
(de muzikaliteit van de lijn) en van Bacon (de expressieve intensiteit
van de deformatie). Met zijn gebruikelijke rigueur en intelligentie
schreef Stefan Beyst een referentietekst over dit prachtige werk.
Vladimir García Morales in 'Avanzando',
10/10/2006
 |
|