texts ←
stefan beyst
images
credo
info
salomon cain



INLEIDING TOT 'BLEIERNE ZEIT (CAIN)'

"Race de Can, au ciel monte / Et sur la terre jette Dieu!"
"Race of Cain, storm up the sky / And cast God down to Earth!"
Baudelaire, Les Fleurs du mal.

In dit beeld staat alles in het teken van de dubbelzinnigheid.

Dat begint al bij de duiding van het voorwerp aan de horizon rechtsonder. Het kan een ondergaande zon zijn of een opgaande maan, maar evengoed een komeet die in het wateroppervlak verdwijnt - overigens heeft het iets van Ikarus zoals hij bij Brueghel in het water stort, of van Moby Dick zoals hij bij Melville uit de roerloze wateren opduikt.

Het gaat verder met het 'oog' in de wolken links boven. Het is geconcipieerd als het oog van een wezen dat over de wateren zwevend somber en verongelijkt naar linksboven kijkend het onderwolkse achter zich wil laten. Maar - al is het moeilijk van de ene lectuur over te schakelen naar de andere - niets belet dat je het leest als dat van een indringer die vanuit de wolken met boosaardige blik het gebeuren in datzelfde onderwolkse lijkt te willen bestieren.

Het wordt ten top gedreven in het enigma van de zee. Ze lijkt bruisend en schuimend naar voren te ijlen, maar ontpopt zich bij inzoomen tot starre, ijzige vlakte.

En bij nader toezien blijkt de horizon getrapt zijn, waardoor wat een zee leek tot zondvloed wordt die de ijzige uithoeken van de wereld overspoelt - het Finis terrae waar Ultima Thule heerst - bij het vallen van de duisternis - het loden tijdperk dat als einde der tijden de afgang van gouden over zilveren en ijzeren tijdperk bezegelt.

Dubbelzinnigheid, ten slotte van de spiegeling. Want het Janusoog waaruit de blikken in tegengestelde richting kijken, keert zich in het volledige beeld binnenstebuiten tot spiegeling van het oog in de wolken in het gebeuren aan de horizon - de speelkaartstructuur van het beeld.

Die het ons onmogelijk maakt op te gaan in het beeld als in een noodlot dat zich aan ons voltrekt, en ons dwingt om onder ogen te zien dat hier integendeel het onzegbare plaatsgreep: de broedermoord.

Ook 'Bleierne Zeit' een 'Im Spiegel' dus, alwaar ditmaal niet Salomon, maar Kan wordt opgevoerd. Waarmee is aangegeven dat we - als we er niet in slagen de priester-koning te zijn die ons in 'Im Spiegel' aankeek - drijvend op ressentiment, als Kan Abel verslagen om dan in allerijl de plaats des onheils te ontvluchten waar de ondergang zich voltrekt.

Waarmee het beeld zijn laatste dubbelzinnigheid prijsgeeft: de draaikolk die ons in de afgrond sleurt als spiegel van de onwil om de wereld te laten opgaan.


Stefan Beyst, mei 2015.