Javier Petit de Meurville
|
|
KERMISGELUIDEN |
Er bestaat iets als een elementair vertrouwen in de taal, kunnen zeggen:
wat ik zeg bestaat, wat bestaat kan worden gezegd. Dit vertrouwen - dat
de klassieken genereerde - sluit de momenten uit van speculaire
promiscuiteit waarin de taal zich op zichzelf terugplooit, en haar eigen
staart opeet. Haar slangenogen.
Carlos Barbarito bezit de genade (de gave?) van het geloof in de taal.
In dat geloof worden de ervaringen die hem kwetsen of verleiden omgezet
in de beheerste muziek van de taal.
'Exodos y trenes' bevat twintig onverklaarbare momenten die zich
omzetten in inspanning, het juiste en passende woord en uiteindelijk het gedicht. Het is dit geloof of deze langzame
oefening die werd bekroond door het Nationaal Fonds voor de Kunsten met
het bekostigen van de voorliggende uitgave. Voor de auteur markeert 'Exodos'
een retrospectieve tussen twee data: 1976-1985.
Nos zegt tot César Vallejo:
Ik zal uit je gigantische schaduw treden
zoals de al opgegroeide zoon uit de schaduw van zijn vader treedt.
Ik voel dat ik op eigen benen kan staan,
mijn eigen hout kan snijden uit de boom van het woord, en het beeld
leert
de dienstbaarheid van de taal.
In het verdelen en verzamelen (sprekend van gebruiken) voelen we een
echo van de bewonderde Borges. Andere echo's worden uitdrukkelijk
erkend: Pound, Byron, Raúl Gustavo Aguirre. Ook de vriendschap van José Kozer
en de omvattende visie van Alberto Luis Ponzo in de inleiding, die de
lectuur van het boek kadert binnen de ruimte van de passie. Waarom,
waartoe schrijven?
opdat als het verschrikkelijkste van de uren aankomt
en in mij alles zal zijn gezeefd en opgelost
voor de ogen van mijn ogen de schoonheid onaangeroerd blijve.
Het vertrouwen in de taal, het aanhoudende en verplichtende
instrumentele gebruik, niet zo gebruikelijk bij de nieuwe generaties aan
deze zijde van de rivier, verwijdert ons nog verder van andere kenmerken van zijn
generatie, zoals ze verschijnen in zijn portretten:
Het is zo verschrikkelijk zich een soort van god te voelen
en, tegelijk, een wees zonder brood en wijn op de tafel.
En, bij momenten, kan vervreemding hem van het spreken doen zeggen:
Metaforen, filosofieën, Pythagorische vergelijkingen,
en niet eens in staat zijn ook maar de morgen op te lossen.
Moe als we zijn van het geschreeuw, de verminking of het geweld van de
dogma's, klinkt het woord dat sluipt met de precisie van kat ons
aangenaam in de oren: het juiste beeld, het geleidelijk tot stand komen
van een communicatie zonder filters. Aangenaam, maar door dit gemak
lijkt het soms alsof de tekst fluistert, zonder te kunnen kiezen tussen
de echo's en de uitgesproken stem.
Deze twijfel, dat verschijnen of ondergaan van de lezer is het domein
van de subjectiviteit. Onoverdraagbaar. Doxa (Is er iets dat het niet
zou zijn?)
Carlos Barbarito is een jonge dichter op de manier waarop de dichters en
de schrijvers in Argentinië jong zijn: men moet de grens van de dertig
jaar hebben overschreden om te worden geboren (literair gezien). Hij
heeft prijzen en vele erkenning ontvangen vanwege de periferie, de
kermisgeluiden: vanwege het instituut literatuur. Zijn definitieve stem
is er op een of andere manier al en wacht af.
© Javier Petit de Meurville, 1987

Exodos y trenes, Buenos
Aires, Ediciones Ultimo Reino, 1987.
Proloog door Alberto Luis Ponzo.
Illustraties door
Rafael Landea.
Reacties:
gastenboek of
Carlos Barbarito
|