Guillermo Fernández



VOORWOORD TOT La orilla desierta

Er is een sterke pessimistische ondertoon in sommige hedendaagse poëzie. Als het niet langer mogelijk is te flirten met de gedachte aan verheerlijking, zoals het nog Walt Whitman en Saint John Perse was gegund, kan de taak van de dichter die wordt geconfronteerd met zijn realiteit alleen maar onduidelijker en moeilijker worden, laat staan samenhangend zijn. Dat is het geval met Carlos Barbarito, wiens werk, waaruit nochtans een onmiskenbare bijbelse toon spreekt, toch niet de troost brengt van de dichter van de psalmen.

Het oog van Barbarito, gefragmenteerd in visioenen als gebroken spiegels, kan alleen maar rekenschap geven van wat het ziet:: een chaos van dingen zonder doel in het universum. Soms is er schoonheid, maar dan als tegenstelling van de tragische atmosfeer die de res extensa van de wereld is, haar fundament en cement. Op zijn verzen weegt een fatalistisch materialisme dat de ongeneeslijke gedachte aan de kosmologische achteruitgang uitdrukt, niet als wreedheid van de tijd, maar als smet op ons eigen bestaan.

Onderwerp van de poëzie van Barbarito is de ontgoocheling, maar dan een ontgoocheling die behandeld wordt zonder plechtstatigheid, zonder filosofie. De Argentijnse dichter puurt uit het alledaagse een toon die kenmerkend is voor een heel tijdperk. Daartoe heeft hij genoeg met de meest eenvoudige dingen: "en de lucht en het water verarmen, verliezen hoogte en maat'. Een zintuiglijk en pijnlijk relaas zet de dichter aan tot een zoektocht zonder houvast "Ik klop en er komt geen antwoord, handen en handen, bevuild met mos, roet en roest". Overal is de onzuiverheid het zichtbare teken van de beschaving die de wereld verduisterd en ontheiligd heeft. De schuld tast alles aan wat natuurlijk is en verleent het die aanblik van diepgaand menselijke verval.

Overeenkomstig de dichterlijke traditie die stelt dat man en vrouw elkaar verloren hebben, bezingt de melancholische Barbarito hoe dit verlies waarneembaar is in elke doorleefde daad en uitdrukking in onze omgeving. De wind die de as meevoert, wormstekige vruchten, vrouwen die een vloeistof van angst pissen, het verlangen zonder huid, de gevangen liefde... Het leven beleeft een nachtmerrie en is een groot raderwerk van een desastreuze vergissing!

Het vers van Barbarito is in overeenstemming met deze wanhoop: het verlustigt zich niet in de pijn zoals dat van Vallejo, maar vecht tegen zijn eigen verstomming, misschien verbeten op zoek naar de geheime klaarheid die uitgaat van de soms machteloze vragen die we richten tot 'deze fout geďnstalleerd in de wereld'.

© Guillermo Fernández, San José de Costa Rica, Ediciones Andrómeda, 2003. Arte de Fabio Herrera

zoek op deze site

powered by FreeFind