|

Carlos
Barbarito:
GUILLERMO PILIA:
HET VOLSTAAT NIET
GOED TE SCHRIJVEN
Het is ochtend en buiten is het koud. Deze winter bracht me zopas
enkele gedichten van Guillermo Pilía. Wie dacht dat schrijven over het
schrijven van een vriend een gemakkelijke taak is, vergist zich.
Vijfentwintig jaar vriendschap kunnen niet garanderen dat ik me in de
zee van de poëzie van dichter uit La Plata zou kunnen bewegen als een vis in
het water. Nooit, hoe verwant ik me ook moge voelen met de auteur en
zijn werk, kan er sprake zijn van gemak. Wel integendeel: bij de aanblik van poëzie - als ze authentiek is, diep, ascetisch - deinst
het hoofd terug en beeft de hand, want het gaat niet over een
kalme, rustige zee: al lijkt haar oppervlakte zo, eronder kruisen vele stromen
elkaar, komen met elkaar in botsing of
versmelten zich.
Ik begin dus aan mijn taak – en nu citeer ik de Evangeliën en
Kierkegaard - met angst en beven. Angst om niet te kunnen doordringen tot de poëzie van Pilia en beven
in het aanschijn van een poëzie die me even onbevlekt als veelkleurig
lijkt te zijn, even transparant als afgrondelijk, even dicht bij het
klassieke als blootgesteld aan de winden van het heden. De
dichter zei me dat het niet volstaat om goed te schrijven. Hij heeft
gelijk. Wat betekent goed schrijven vandaag? Een gelijkaardige
vraag stelde me ooit Roberto Aizenberg in een gesprek over schilderkunst
- wat is goed schilderen? Wat is de referentie, het model, het
paradigma? Goed schrijven, goed weten te schrijven, is een bepaalde
trend
volgen, zich conformeren, ervoor zorgen dat wat je schrijft in
niets afwijkt van wat de mainstream schrijft om te laten zien dat je
erbij hoort, je van vandaag bent, van het laatste uur, zelfs als je
daarvoor je ziel moet verkopen aan dumpingprijzen. Als dat de
prijs is die je moet betalen om in te mogen stappen aan boord van de
volgeladen wagen, lijkt het me beter uit te stappen en te voet
verder te gaan aan de rand van de weg. Dat is wat Guillermo Pilía denkt
en ook zijn werk is zo: een lange, eindeloze en eenzame zijweg van de
drukke hoofdweg waarop velen proberen vooruit te komen al is er bijna
geen plaats, weinig lucht om te ademen, en al moet je vooral bij elke
stap een stuk droom opgeven, een stuk waardigheid.
Vandaag las ik op een kaft het woord ruïne. In een gesprek dook onlangs
telkens weer een ander woord op: leegte. De dichter schrijft bij de
aanblik van een ruïne en met het gevoel dat wat er gebeurt als een molen is
die in de leegte draait. Hij probeert voor alles een zin te vinden.
Temidden van een tragische werkelijkheid die het niets voedt met telkens
nieuwe golven van niets, die het werk en zelfs de gedachte aan werk in
de hoek van het afval gooit, die de vlucht om de vlucht goedkeurt - of
het nu gaat om barbituraten, alcohol of tabak - zoekt de dichter zin,
betekenissen. Ver van achterhaald te zijn, weerklinkt als nooit het gezegde van Rimbaud - dit is het tijdperk van de ezels - in de straten en de
huizen. Het is niet fijn om een eenzaat te zijn, een uitgeslotene, een
buitenbeentje in de naakte en ware zin van het woord. Maar is het beter
om mee te doen, deel uit te maken van het legioen dat herhaalt wat moet
herhaald worden, dat meedoet aan de koop en de verkoop van de lichamen
en de zielen, de telefoonagenda in de hand? Is het beter om te
behoren tot degenen die zichzelf bekronen en de prijs aanvaarden met
tranen in de ogen?
Dit zijn gedichten Guillermo Pilía uitgekozen door de dichter zelf. Het
zijn geschriften uit de eenzaamaheid, de wanhoop, de angst, het
kind zijn, de twijfel, de pijn. Het zijn vragen gesteld temidden het
luide en afgrondelijke lawaai van de wereld. Het zijn de sporen van een
eenzame wandelaar in het stof langs de weg. Het zijn blikken op het
verleden en het heden, een mengsel van nostalgie naar de tijd van de
bliksems in de woonplaats van de goden en zwaarden die het licht van de
zon weerkaatsen, en van de vraagtekens en zekerheden terwijl het water
het lichaam wast, het hemd beschermt tegen de koude, terwijl later een
nieuwe dag wacht op droge bladeren, tussen de uitlaatgassen van de
auto's en beeldschermen die kinderen tonen gestorven aan geneeslijke
ziekten en lijken in vernietigde wagons.
.© Carlos Barbarito, San Miguel, 31
mei 2004

|