CARLOS BARBARITO


bladzijden van de magere dichter
© Carlos Barbarito 1988




best bekeken op volledig scherm (F11)

klik op
o om het volgende gedicht te bekijken













o

























A María y a la otra María, mi hermana.


Pero esta prisa, esta inquietud, esta aspiración, este deseo,
qué otra cosa son sino la potencia del amor
para rechazar el olvido, el entorpecimiento -la muerte.
Kierkegaard, carta a Regina Olsen, 1840.






Aan Maria en de andere Maria, mijn zus

Maar deze haast, deze onrust, dit streven, dit verlangen,
wat zijn ze anders dat het vermogen van de liefde
om de herinnering te verdrijven, de verveling - de dood.
Kierkegaard, brief aan Regina Olsen, 1840

o






Artaud

Quien siente dolor en los huesos como yo no tiene sino que pensar en mí.

entró en el hospicio, baboso, desdentado, vacilante
una sensación de quemazón ácida en los miembros,
músculos retorcidos y como al rojo vivo,
el sentimiento de estar en vidrio y frágil
se dejó caer, definitivamente vencido, sobre el camastro
una fatiga demoledora y central, una especie de fatiga aspirante,
una especie de fatiga de muerte, de fatiga de espíritu
a lo lejos, los lentos animales nocturnos mutaban sus formas
adquirían alas, ojos acostumbrados a la luz
los pájaros se convertían en hombres y los hombres en pájaros
pero él ya no podía darse cuenta de ello
ni siquiera del resplandor que entraba por el tragaluz
la oscuridad se hacía profusa y sin objeto,
el hielo ganaba la claridad

1981








Artaud

Wie pijn heeft in zijn gebeente zoals ik hoeft slechts aan mij te denken.

Hij kwam binnen in het ziekenhuis, kwijlend, zonder tanden, wankelend,
een gevoel van branderig zuur in de leden,
de spieren vertrokken en als met een hevige blos,
het gevoel van glas te zijn en breekbaar
hij liet zich vallen, finaal overwonnen, op de brits
een vernietigende en diepe vermoeidheid, een soort verlangende verrmoeidheid,
een soort vermoeidheid van de dood, vermoeidheid van de geest
in de verte, veranderden de trage nachtdieren van gedaante,
ze kregen vleugels, ogen aangepast aan het licht,
de vogels veranderden in mensen en de mensen in vogels,
maar hij is er zich niet meer van bewust
zelfs niet van de glans die binnenkomt door de koepel
de duisternis is overweldigend en zonder object,
de koude overwon de klaarheid

1981

o






Enfer

o canot inmobile! oh! bras trop courts!
Rimbaud


Arrojarse a las patas de los caballos, eso quiere.
Sentir el golpe de los cascos en el vientre y en la garganta, eso quiere.
Mas todo es inútil espera a las puertas del relámpago.
Sólo una sombra trasegando líquidos de oficinas,
recogiendo en sus bolsillos las migajas.
Una boca entreabierta tendida entre los trapos,
donde es baldío, donde no pisan los caballos.

20 al 23 de noviembre de 1985.






Enfer

o canot inmobile! oh! bras trop courts!
Rimbaud


Mezelf onder de poten van de paarden gooien, dat wil ik.
De slag van de hoeven voelen in de buik en in de keel, dat wil ik.
Al het overige is overbodig wachten aan de poorten van de bliksem.
Alleen een schaduw die vloeistoffen mengt in het laboratorium,
in zijn zakken de kruimels verzamelend.
Een halfgeopende mond gespannen tussen het linnen, zeilen
waar het braakland is, waar de paarden niet stappen.

20 tot 23 de november 1985.

o






Carta de Jean-Arthur Rimbaud a su hermana Isabelle
desde Harar, Africa, 20 de febrero de 1891

hermana mía:
te escribo para decirte
que me duele mucho la pierna
que (dicen) hay unas medias
que pueden calmar las várices, las hinchazones
esas medias deben ser de algodón o seda fina
deben tener hilos elásticos
para mantener apretadas las venas
dicen que en Francia es fácil conseguirlas
no hay tales medias en el Africa
las espero a vuelta de correo
dime cuánto has gastado
sálvame, por favor, hermana mía,
libérame de este mar horrible
donde desde hace noches
floto
los ojos abiertos
boca arriba






Brief van Jean-Arthur Rimbaud aan zijn zus Isabelle
uit Harar, Afrika, 20 februari 1891

mijn zus:
ik schrijf je om te zeggen
dat mijn been erg pijn doet
dat (naar ze zeggen) er kousen bestaan
die de aderen kunnen kalmeren, de zwellingen,
deze kousen moeten van katoen of fijne zijde zijn
ze moeten elastische zijn
om de aderen strak te houden
ze zeggen dat ze makkelijk te krijgen zijn in Frankrijk
zo'n kousen zijn er niet in Afrika
ik verwacht ze per kerende post
zeg me hoeveel je hebt uitgegeven,
red mij, alsjeblief, mijn zus,
bevrijd me uit deze vreselijke zee
waarop ik al vele nachten
drijf
met open ogen
en de mond naar boven

o





Scarafaggio


A H.

Memo expergitus exstat,
Frigida quem semel est vitai pausa sequuta.

Lucrecio, III, 942.


Era oscuro y callado
Andaba por la sal, por el pecho y las uñas de los muertos
No sabía de mares,
que todas las cosas son hijas de una misma, eterna Furia
No podía llorar, calzarse, usar camisa blanca o roja,
tener un perchero donde colgar el alma, el sombrero
No podía entrar por la raíz del sueño hasta la alegría,
decir en cualquier lengua
quiero pan, beso tus pechos, perdí el último tren
y vago por los andenes
Y nada de estrellas, de manojo de tréboles, de dársenas
Nada de Mozart, de mano derecha escribiendo agua
y de mano izquierda encendiendo lámparas
Extranjero entre las criaturas del aire, hijo de la oscuridad
Sombra extraviada en el silencio innumerable

1989






Scarafaggio


Aan H.

Memo expergitus exstat,
Frigida quem semel est vitai pausa sequuta.

Lucrecio, III, 942.


Hij was duister en zwijgzaam.
Hij ging naar het zout, naar de borst en de nagels van de doden
Hij wist niet van zeeën,
dat alle dingen dochters zijn van eenzelfde, eeuwige Furie.
Hij kon niet wenen, schoenen aandoen, een hemd dragen, wit of rood,
een kapstok hebben om de ziel op te hangen, de hoed
Hij kon niet doordringen langs de wortel van de droom tot bij de vreugde
zeggen in een of andere taal
ik wil brood, ik kus je borsten, ik miste de laatste trein
en zwerf op de perrons
En geen sterren, geen bosjes klaver, geen dokken.
Geen Mozart,
met de rechterhand water schrijvend en met de linker lampen aanstekend
Een vreemdeling tussen de schepselen van de lucht, zoon van de duisternis.
Schaduw verloren gelopen in de ontelbare stilte.

1989

o






No podemos escribir en las estrellas

A Sergio Medina
A Jorge Montealegre

No podemos escribir en las estrellas,
sólo en el fondo: sangre: oscuridad: cansancio.
Sí, Cocteau, tal vez tengas razón: La poesía es una electricidad,
pero no podemos escribir en las estrellas
y en el fondo no hay ni una chispa.

(Kafka por la lluvia de Praga con sus arañas
y sus cuerdas; Dylan Thomas ahogado entre alcoholes;
hemos comido carne de perro, balas de ceniza,
papeles, a veces únicamente eso.)

Y si Ella viene,
si un soplo nos aliviana los huesos,
si los violines arden y hasta los pájaros arden,
siempre hay algo,
que nos deja fríos cuando andamos tan cerca.

21 al 24 de noviembre de 1986







We kunnen niet in de sterren schrijven

Aan Sergio Medina
Aan Jorge Montealegre

We kunnen niet in de sterren schrijven,
alleen maar in de diepte: bloed: duisternis: vermoeidheid.
Ja, Cocteau, misschien heb je gelijk: poëzie is elektriciteit,
maar we kunnen niet schrijven in de sterren
en in de diepte is er niet één vonk.

(Kafka in de regen van Praag met zijn spinnen
en zijn snaren; Dylan Thomas verstikt in de alcohol;
we hebben hondenvlees gegeten, kogels van as,
papier, soms alleen maar dat)

En als Zij komt,
als een wind ons gebeente lichter maakt,
als de violen branden en zelfs de vogels branden,
altijd is er iets,
dat ons koud laat al wandelen we zo dicht tegen elkaar.

21 tot 24 november 1986

o






Amsterdam, noche

¿Por una gota de rocío en una hoja,
por una piedra lanzada por un niño
decidido a quebrar la calma del agua, escribo?
Que venga un soplo que me devuelva
el soplo de su garganta, que un rostro descubierto en una página
me traiga otra vez el diamante de sus ojos.
Ni gota, ni piedra, por Ella escribo.

Anduve un mar de calles entre la niebla;
la noche crece y mi palabra no la alcanza:
tierra desgarrada, piedra de gritos,
ausencia de redes pasada de mano en mano.
¿Vendrá ese soplo, hallaré esa página?
Algo muy grande se deshace más allá de la ventana,
mientras barcazas y fantasmas derivan por los ocuros canales.

(Hotel Schiller, enero de 1981)








Amsterdam, nacht;

Voor een druppel dauw op een blad,
voor een steen geworpen door een kind
vastbesloten de kalmte van het water te verstoren, schrijf ik daarvoor?
Laat er een wind komen die me de adem
uit haar keel teruggeeft, laat het gezicht ontdekt op een bladzij
me nogmaals de diamant van zijn ogen zien.
Voor geen dauw, geen steen, voor Haar schrijf ik.

Ik ging door een zee van straten in de nevel;
de nacht wast en mijn woord bereikt haar niet
opengereten aarde, steen van kreten,
afwezigheid van netten doorgegeven van hand tot hand.
Zal die wind komen, zal ik die bladzij vinden?
Iets heel groot lost op ver achter het raam,
terwijl meeuwen en fantasmen wegdrijven over de donkere kanalen

(Hotel Schiller, januari 1981)

o






Un tordo apareció muerto esta mañana en mi jardín

No es esa ala quebrada,
esos ojos cubiertos por una película blanquecina,
ya definitivamente vueltos hacia lo Oscuro,
tampoco es la brisa de la mañana,
venida desde lo más lejos para tan sólo agitar una pluma,
ni el silencio, ni el rocío, ni las hileras de hormigas
brotando del corazón de la tierra,
es eso Otro, lo que mi mente no alcanza a explicarse,
lo que llega para rasgar el velo de las cosas,
para abolir de un golpe lo que fue milagro de la altura,
orgullo del aire, matrimonio perfecto del canto y la sangre.

1984









Een merel lag deze morgen dood in mijn tuin.

Het is niet die gebroken vleugel
die ogen bedekt met een wittige film,
al voorgoed gekeerd naar het Duister,
evenmin is het de ochtendbries
gekomen uit de verte verte slechts om een pluim te beroeren,
noch de stilte, noch de dauw, noch de rijen mieren
die oprukken vanuit het hart van de aarde,
het is dat Andere, wat mijn geest maar niet kan verklaren,
wat erin slaagt om de sluier van de dingen te rukken,
om in één klap te vernietigen wat het mirakel van de hoogte was,
de trots van de lucht, het perfecte huwelijk tussen de zang en het bloed

1984

o


Aguas
En un país que yo conozco ya estará anocheciendo.
Olga Orozco

Las aguas de la noche
me alcanzan.
Abiertas las esclusas
que las sujetan,
me alcanzan
y me golpean
en la frente
y en las manos.

Veo a la sombra
ocupar el vacío
que dejó tu cuerpo.
Y veo también
cómo se pierde tu voz
entre trizados espejos,
cómo es arrastrada por la corriente
junto con alambres retorcidos,
mariposas desgraciadas,
cenizas y papeles.

(Cierro los ojos,
siento como una ráfaga,
ruidos distantes,
un golpe de sellos,
luego silencio.)

Las aguas de la noche
me golpean
mientras ando,
con el último de tus olores
fijado ciegamente contra mi pecho,
hacia una lastimadura
por la que vagaré sin oficio.

1986.




Wateren
In een land dat ik ken zal het al nacht aan het worden zijn.
Olga Orozco.

De wateren van de nacht
komen tot mij.
Geopend de sluizen
die ze weerhouden
komen ze tot mij
en slaan ze mij
in het gezicht
en tegen de handen.

Ik zie de schaduw
de leegte innemen
die uw lichaam achterliet
En ik zie ook
hoe uw stem zich verliest
tussen gebroken spiegels
hoe ze wordt meegesleurd door de stroom
samen met verwrongen draden,
ontluisterde vlinders,
assen en papieren.

(Ik sluit de ogen,
voel me als een windstoot,
verre geluiden,
een slag van stempels,
daarna stilte.)

De wateren van de nacht
slaan me
terwijl ik stap
met de laatste van uw geuren,
blind tegen mijn borst gedrukt,
tot een wonde
waardoor ik zal ronddolen zonder werk.

1986.

o





Noticias de la noche
A Jorge Reboredo

No quiso esperar a la muerte,
fue a su encuentro. No quiso
esperar la falla en el corazón,
la falla en los huesos.
Lo vi morir, con un tajo en la garganta.
La vida le negó su ala,
el viento se llevó sus mínimas pertenencias,
los andenes de Retiro, el cuerpo de la mujer,
el vino a medianoche, el poema, la esperanza.
Lo vi morir, desnudo bajo los hierros.
Y aunque no creía en el otro lado,
acaso camine por una Buenos Aires
extraña y hermosa como una diorita o un hexámetro.
Acaso sea feliz, pero a qué precio.

16 de abril de 1985.






Nachtelijke aantekeningen
Aan Jorge Reboredo

Hij wou niet wachten op de dood,
maar ging hem tegemoet. Hij wou
niet wachten op het falen van het hart,
de fout in de beenderen.
Ik zag hem sterven, met een snede in de keel.
Het leven weigerde hem zijn vleugel,
de wind ontnam hem zijn laatste bezittingen,
de perrons van Retiro, het lichaam van de vrouw,
de middernachtelijke wijn, het gedicht, de hoop.
Ik zag hem sterven, naakt in de ketens.
En al geloofde hij niet in een andere wereld,
misschien wandelt hij nu in een Buenos Aires
vreemd en schoon als een dioriet of een hexameter.
Misschien is hij gelukkig, maar tegen welke prijs.

16 april 1985.

o






No vendrás


¿Qué queda de toda esta miseria?
¿Una muchacha con un abrigo verde
en el muelle de laestación?¿No?

Beckett

No vendrás.
Me lo dicen el niño sin su aro, la lluvia,
la mano derecha de Giordano Bruno, aquel rubio y triste esqueleto,
Dostoievski, Pitágoras, el crepúsculo.
No vendrás,
no emergerás del agua del Silencio
para traerme el pan, el botón que falta, la piedra del alba.
(Rostro de huérfano en las estaciones,
pozo de infinita niebla, perro que ladra en la distancia:
la palabra.)
¿Qué de mí entonces?
¿Los ojos quemados? ¿La mendicidad? ¿El invierno en los puentes?

o





Je zal niet komen


Wat zal blijven van al deze ellende?
Een meisje met een groene mantel op het perron van het station?
Niet?
Beckett

Je zal niet komen.
Dat zeggen mij het kind met zijn hoepel, de regen,
de rechterhand van Giordano Bruno, een rood en droevig skelet,
Dostojevski, Pythagoras, de deemstering.
Je zal niet komen,
je zult niet oprijzen uit het water van de Stilte,
om me brood te brengen, de knoop die ontbreekt, de steen van de morgen.
(Wezengezicht in de stations,
bron van oneindige nevel, hond die blaft in de verte:
het woord).
Wat dan met mij?
De ogen verblind? De bedelstaf? De winter onder de bruggen?

o






.

© Carlos Barbarito 1989


Buenos Aires, Filofalsía, 1989.
Illustratie op de kaft uit Ganot, Handboek van fysica (circa 1890).
IIlustraties binnenin: Juan Carlos Moisés.
Copyright © Carlos Barbarito 1989
Copyright vertalingen © Stefan Beyst 2004


Heb je genoten van de gedichten?
Stuur dan het adres van deze pagina door naar je vriend(inn)en!

Wil je worden verwittigd als er nieuwe gedichten verschijnen?
Stuur dan een mail met de vermelding: 'barbarito'

Laat een boodschap aan de dichter achter in het gastenboek !
Wij vertalen het voor hem in het Spaans.






zoek op deze site


powered by FreeFind