CARLOS BARBARITO

naakte materie

© Carlos Barbarito 1999





best bekeken op volledig scherm (F11)

klik op o om het volgende gedicht te zien










Gepubliceerd in 'Ediciones Del Arbol'
.
Copyright © Carlos Barbarito 1999.

o


































A María y Cecilia
A Nicolás Guagnini y Juan Carlos Distéfano







Aan María y Cecilia
Aan Nicolás Guagnini y Juan Carlos Distéfano

o






Lanzas tu mirada a través de la nube de niebla
y puedes persuadiste de que el objetivo está ya
cerca. Pero la niebla se disipa y el objetivo no
está a la vista.
Wittgenstein, Notebooks, 1915.

...no una realidad que es, sino que debe ser
producida por nosotros sin poder serlo.
Fichte, Principios de la Doctrina de la Ciencia, 1794.








Lanzas tu mirada a través de la nube de niebla
y puedes persuadiste de que el objetivo está ya
cerca. Pero la niebla se disipa y el objetivo no
está a la vista.
Wittgenstein, Notebooks, 1915.

...no una realidad que es, sino que debe ser
producida por nosotros sin poder serlo.
Fichte, Principios de la Doctrina de la Ciencia, 1794.

o

1






Desde una lengua imprecisa, un idioma frágil,
Una palabra a medio camino entre la nada
y el polvo (llueve
en ángulo, en impío silencio, de espaldas a los puertos,
nada junta a los amantes, a Valéry con la luz de su
lámpara, a cada sombra con la explicación
de su ser sombra).
Yo tuve corteza, mar, gravidez, etc., pero ¿quién o qué
asegura el soplo hacia el deseo,
o se multiplica en impulsos,
en palpitaciones, encarna lo difuso,
tapona el orificio que sangra?









Vanuit een onnauwkeurige taal, een breekbare spraak,
Een woord halfweg tussen het niets
en het stof (de regen
valt schuin, in goddeloze stilte, met de rug tegen de deuren
verenigt niets de minnaars, Valéry met het licht van zijn
lamp, de schaduw met de verklaring voor
zijn schaduwzijn).
Ik had schors, zee, zwaarte, enz, maar wie of wat
verzekert de zucht naar het verlangen,
of vermenigvuldigt zich in impulsen,
in hartkloppingen, belichaamt het diffuse,
stopt de opening die bloedt?

o

2





No hay ya viento o sopla un viento pobre
que ni agita la hierba. Ando
por la calle de polvo como tal vez
haya andado Robert Lowell
en ciertas mañanas llenas de hojas muertas:
los ojos sin número, con musgo,
y, en las manos, un mínimo vellón de oveja
parida y crecida en un país remoto,
caído en la niebla.
No hay ya oferta, salario,
el oficio que ejerzo es apenas luz reflejada,
engaño.
Y si aquel poeta hallaba luego consuelo,
tal vez, en el olor de las bodegas,
en las ramas golpeando contra los vidrios,
en el vuelo nupcial de las abejas
sobre los campos de lavanda,
yo no lo encuentro
y todo alrededor es reseca inocencia,
costado a la deriva, margen, periferia.









Er is geen wind, of er waait een pover windje dat
niet eens het gras beweegt. Ik stap
door de stoffige straat zoals
Robert Lowell misschienheeft gestapt
op zekere ochtenden vol van dode bladeren:
de ogen talloos, met mos,
en, in de handen, de kleine vacht van een schaap
geboren en gevoed in een ver land,
gedompeld in de nevelen.
Er is geen aanbod meer, geen salaris,
het beroep dat hij uitoefent is nauwelijks weerkaatst licht,
schijn.
En al zocht die dichter daarna troost,
wie weet, in de geur van de winkels,
in de takken tikkend tegen de ruiten,
in de bruidsvlucht van de bijen
over de velden van lavendel,
ik kom hem niet tegen
en overal rondom is er droge onschuld,
de zijde op drift, marge, periferie.

o

3





El destino del mundo moja
la hierba, la desolación
del desnudo;
es hora
de mirar a través del cristal
como se extiende el largo sueño
que no se cumple,
como
la tierra entra en el mar
hasta su secreta ola profunda.
Sé que no podré dibujar su figura,
medir su huella en el agua,
respirar el aire puro que exhala
como sé también que cada bandada
se rompe un instante antes del alba.
No me reincorporo,
no huyo de esta luz fría,
no recompongo lo que en mí
existe, sí, pero escindido,
cada parte sin la otra,
inútil, oscura.








Het lot van de wereld maakt
het gras nat, het verdriet
van het naakt:;
het is tijd
om door het raam te zien
hoe ver de lange droom zich uitstrekt
die niet in vervulling gaat,
hoe
de aarde in de zee dringt
tot in haar diepe, geheime golf.
Ik weet dat ik niet in staat zal zijn haar beeld te tekenen,
haar spoor te meten in het water,
in te ademen de zuivere lucht die ze uitademt
zoals ik ook weet dat elke zwerm
zich ontbindt één ogenblik voor het ochtendgloren.
Ik sta niet op,
vlucht niet van dit koude licht,
voeg niet weer samen wat in mij
bestaat, want, al is het gescheiden,
elk deel is zonder het andere
overbodig, duister.

o

4





(A Cristina Piña)

Cuando era niño cerraba los ojos
a cada tormenta, los muros de la casa
se sacudían, el agua de la lluvia
penetraba por debajo de las puertas.
Mi casa no luchaba, el niño no luchaba.
El agua arrastraba los sueños,
los juguetes; el viento cortaba la soga
y se llevaba al perro, se colaba
por los intersticios y se adueñaba de todo.
No importa el tiempo transcurrido,
los dolores y los trabajos, lo visto
y lo presentido, lo amado y lo odiado,
cada noche de tormenta regreso a aquella casa,
soy de nuevo el niño con los ojos cerrados.









(A Cristina Piña)

Alskind sloot ik de ogen
bij elke storm, de muren van het huis
werden door elkaar geschud, het water van de regen
drong onder de deuren door.
Mijn huis vocht niet, het kind vocht niet.
Het water sleurde de dromen mee,
het speelgoed, de wind knapte de draad af.
en sleurde de hond mee, drong door de spleten
binnen en overrompelde alles.
Ongeacht de tijd die sindsdien is vervlogen,
het leed en het werk, het beleefde
en voorvoelde, het beminde en gehate,
keer ik elke stormnacht weer naar dat huis,
ben ik opnieuw het kind met de gesloten ogen.

o

5





Anduve por la raíz de la lluvia
hasta esta casa sucia y corroída.
La humedad cubre los paredes,
el polvo domina el aire.
La tarde anticipa la noche
Y en lo oscuro trabajará el óxido
en llaves y herrajes.
Y es amargo
el pan con que me alimento.
Y es turbia el agua que bebo.
Y la voz que oigo, o creo oír,
parece llegar del otro lado del mundo
y apenas si proviene del cuarto contiguo,
vacío, y no es sino una falla
en el apretado tejido del silencio.
(Afuera y a lo lejos,
un perro ladra a la lluvia,
la lluvia lo moja, con indiferencia.)













Ik stapte langs de wortel van de regen
naar dat vuile en vervallen huis.
Het vocht bedekt de muren
en stof doordringt de lucht.
De avond kondigt de nacht aan.
En in het donker zal de roest sleutels
en ijzerwerk aanvreten.
En bitter is
het brood waar ik me mee voed.
En troebel is het water dat ik drink.
En de stem die ik hoor, of meen te horen,
lijkt afkomstig van de andere kant van de wereld
al komt ze slechts uit de lege kamer hiernaast,
en is ze niets dan een feil
in het strakke weefsel van de stilte.
(Buiten en in de verte
blaft een hond tegen de regen,
en de regen maakt hem nat, heel onverschillig).

o

6





(A Andrea Miranda)


Sepultan la luz bajo el negro suelo.
El cráneo y su sueño se quedarán a oscuras
y a oscuras beberá el desnudo
el agua de las piedras.
Contra el cristal,
la mejilla de la niña, su mirada
hacia donde las horas se espesan
y la bondad agoniza;
después soñará con bosques deshojados,
una boca abierta en mitad de la palabra añil.
Ahora los pájaros se desbandan,
rozan con sus alas los árboles y los techos;
¿existe espacio de calma, onda en la superficie,
roca terrena o celeste, fruto de Edén, de Matisse
en este lienzo extendido al ojo de la lluvia?
Sepultan la luz a la hora más grave;
la entierran bajo capas de turba;
el mar retrasa su ola,
la tierra espera, en silencio, sedienta.










(Aan Andrea Miranda)


Ze begraven het licht onder de zwarte aarde.
De schedel en zijn droom zullen in het donker blijven
en in het donker zal het naakt
het water van de stenen drinken.
Tegen de ruit,
de wang van het meisje, haar blik
tot waar de uren dichter worden
en de goedheid zieltoogt;
later zal het dromen van ontbladerde bossen,
de mond geopend halfweg het woord indigo.
Nu de vogels zich verspreiden,
schuren met hun vleugels langs de bomen en de daken,
bestaat er een ruimte van kalmte, een golf op het oppervlak,
aardse of hemelse rots, vrucht van Eden, van Matisse
op dit doek gespannen onder het oog van de regen?
Ze begraven het licht op het ernstigste uur;
ze begraven het onder lagen veen;
de zee houdt haar golfslag in
de aarde wacht, in stilte, dorstig.

o

7





En el centro del día, la muerte, insepulta.
En mitad de la noche, un relámpago helado
contra la madera que se pudre,
la palabra que se pudre.
¿Pedir
una respuesta-estallido de bengala,
una hipótesis ingeniosa,
un polvo para el rostro que ya es casi sólo huesos?
¿Soñar con una nevada donde nunca hubo nieve,
con una lluvia donde siempre fue desierto?









Midden in de dag, de dood, onbegraven.
Halfweg de nacht, een bevroren bliksem
tegen het hout dat rot,
het woord dat rot.
Vragen
een antwoord - ontploffing van vuurwerk,
een ingenieuze hypothese,
een stof op het gezicht dat haast alleen meer bot is?
Dromen van een sneeuwbui waar nooit sneeuw was,
van regen waar altijd woestijn was?

o

8





La tinta desconsuela y nadie llama a la puerta.
La luz proviene de la lámpara
y no desde el oro de las hojas
que pisé en la mañana breve de la inocencia.
Hoy la muerte juega con mis cosas
entre los lentos y mansos animales
que mascan hierba dura y no entienden.
Hoy la vida avanza en la lluvia, y no me lleva,
tropieza, cae y se levanta, y no me lleva,
en el barro encuentra claridad,
en el agua de los charcos se sacia, y no me lleva.








De inkt wanhoopt en niemand roept aan de deur.
Het licht komt van de lamp
en niet van het goud van de bladeren
waarop ik trad in de korte morgen van de onschuld.
Vandaag speelt de dood met mijn zaken
tussen de trage en tamme dieren
die kauwen op het harde gras en niet verstaan.
Vandaag stapt het leven door de regen en neemt mij niet mee,
het struikelt, valt en staat op, en neemt mij niet mee,
in de modder vindt hetklaarheid,
in het water van de plassen laaft hethet zich, en neemt mij niet mee.

o


9





La playa recibe los detritus,
y yo desnudo tu espalda;
la tierra se enferma de un mal grave,
acaso incurable, y yo beso tu vientre.
Hay una locura en el filo de la sábana,
en el silencio de la lámpara,
en cada marca en la pared,
en el agujero donde cabemos
y no cabe otra cosa.
Una tormenta sin nubes se desata.
Te abrazo, tiemblo un poco, te penetro.
Hay una locura en las cartas escritas,
En ese zapato del aire, en la ropa dispersa y sin nadie.
Las ruedas girarán y seguirán moliendo,
las corrientes arrastrarán a los débiles
y, quizás, a nosotros, mañana, entre ellos.
Pero, ahora, el temor huye,
oscuro, por lo oscuro.








Het strand ontvangt het slib
en ik ontbloot je schouder;
de aarde wordt ziek aan een ernstige kwaal,
wellicht ongeneeslijk, en ik kus je schoot.
Er is waanzin in de rand van het laken,
in de stilte van de lamp,
in elk teken op de wand,
in de holte waarin wij passen
en waarin niets anders past.
Een storm zonder wolken barst los.
Ik omhels je, beef een beetje, dring in je binnen.
Er is waanzin in de geschreven brieven.
in deze schoen van de lucht, in het kledingsstuk verloren en van niemand.
De wielen zullen draaien en doorgaan met malen,
de stromen zullen de zwakken meesleuren
en, wie weet morgen ook ons met hen.
Maar, voor het ogenblik vlucht de angst,
duister, voor het duister.

o

10





¿Y el cuerpo? Por la materia cruda,
una herida para cumplir
alguna remota profecía.
En cada ojo de la noche,
un furor se disipa.
Sufrirás, tendrás un mal,
extrañas mujeres traerán ungüentos
y culparán al amor,
al relámpago.
El cuerpo
tiene ahora dos orillas,
en una dragón y en otro sulfuro,
y luz en diagonal sobre cuerda tensada, incierta,
y mares opacos, agrios, ilimitados,
y arre transido de miedo, de pena.
En cada ojo del día,
un deseo, sal o nácar, se disipa.








En het lichaam? Door de rauwe materie,
een wonde om een verre
profetie te vervullen.
In elk oog van de nacht
verstilt een razen.
Gij zult lijden, gij zult een kwaal opdoen,
vreemde vrouwen zullen balsems aandragen
en de schuld geven aan de liefde,
de bliksem.
Het lichaam
heeft twee kanten nu,
aan de ene een draak en aan de andere zwavel
en licht in diagonaal over een gespannen snaar, onzeker,
en ondoorgrondelijke, bittere, grenzeloze zeeën,
en een 'auw'doordrongen van angst, van pijn.
In elk oog van de dag,
verstilt, zout of paarlemoer, een verlangen.

o

11





El pozo recibe los cuerpos
y sus muchos ecos ahora trocados en niebla.
Allí, abajo, ya no hay pulso,
ni piedra deshecha en energía:
boca rota contra boca rota
y cada nombre envuelto en redes.
Cada sueño lleva hacia ese agujero
cavado por la lluvia en el medio de la tierra.
Cada vigilia empuja hacia esa grieta:
hay quienes luchan, o gritan, o vacilan,
todos finalmente caen,
degollado en ellos el deseo,
el fulgor en los ojos,
la purpúrea humedad del tiempo.







De bron ontvangt de lichamen
en hun vele echo's die nu veranderd zijn in nevel.
Hier, beneden, is er geen polsslag meer,
geen steen meer omgezet in energie:
blauwe lip tegen blauwe lip
en elke naam in netten gewikkeld.
Elk slapen leidt tot die put daar
uitgegraven door de regen in het midden van de aarde.
Elk waken drijft naar die spleet:
er zijn er die vechten, of roepen, of wankelen,
uiteindelijk vallen ze allen
nadat in hen het verlangen werd gesmoord,
de schittering in de ogen,
het purperen vocht van de tijd.

o

12





En el silencio, aguja, en lo oscuro,
en el desabrigo de los abrigados,
en la lluvia de astillas sobre los techos,
en el agua quieta y en el temblor
de los que sueñan.
Aguja,
punza el ala, pincha la cáscara,
hacia donde se acomoda la gracia.
Hacia donde se acomoda amor,
capa tras capa en nieve y en turba,
abajo, en el fondo, voces y manos,
manos y sábanas, voces y sábanas.











In de stilte, naald, in het duister,
in het afleggen van de lagen,
in de regen van splinters op het dak,
in het rustige water en in het beven
van hen die slapen.
Naald,
doorboort de vleugel, dringt door de schaal,
tot waar zich de genade heeft genesteld.
Tot waar de liefde zich heeft genesteld,
laag na laag in de sneeuw en in het turf,
beneden, op de bodem, stemmen en handen,
handen en lakens, stemmen en lakens.

o

13





(A Susana Thenon)

Yo pude asistirla, lavarla,
llevarla desnuda hasta el mar,
pero yo estaba lejos.
Los perros ladran
a sombras cambiantes, huidizas,
cada palabra gira
alrededor de un eje de ceniza,
el polen se dispersa,
el légamo se pudre.
Yo pude secarla,
vestirla, peinarla,
hablarle, mientras tanto,
del Jardín, del Arbol en su centro,
pero yo estaba lejos.
Hace mucho el viento sopla
contra los muros de una casa
cerrada, vacía.











(Aan Susana Thenon)

Ik had haar kunnen verzorgen, wassen,
naakt dragen naar de zee,
maar ik was ver weg.
De honden blaffen
naar schaduwen, veranderend, vluchtig,
elk woord draait
rond een as van as,
het pollen verspreidt zich,
het slijm rot.
Ik had haar kunnen afdrogen,
kleden, kammen,
haar intussen vertellen,
over de Tuin, over de Boom in het midden,
maar ik was ver weg.
Al lang waait de wind
tegen de muren van een huis
dat gesloten is, verlaten.

o

14





(El Bosco; a Héctor Ranea)

Nos separa el tiempo,
un abismo al que siguen cayendo
otra tras otra las generaciones.
Estoy desnudo ante sus ojos,
inconcebiblemente todavía abiertos,
vivos.
¿Hay camino,
verdad, palabra, iris de luz,
bajo la pila de heno que a todo aplasta?
El día deriva hacia la noche,
una bandada emprende la fuga
más allá del silencio y del sueño.
Un hombre y una mujer se besan:
¿puede su razón o su locura
seguir condenándolos?






(Hieronymus Bosch; aan Héctor Ranea)

Ons scheidt de tijd,
een afgrond waarin maar blijven vallen,
de ene na de andere, de generaties.
Ik sta naakt voor zijn ogen,
die onbegrijpelijk genoeg nog open zijn,
levend.
Is er een weg,
waarheid, woord, regenboog,
onder de hooimijt die op alles weegt?
De dag drijft af naar de nacht,
een zwerm vliegt weg
veel verder dan de stilte en de slaap.
Een man en een vrouw kussen elkaar:
kan zijn verstand of zijn waanzin
hen blijven te veroordelen?

o

15





(A Elda Harrington)


¿La hora guía, ofrece palabra? ¿Cabe
el dolor en la boca, el sueño en la lluvia
que cae sobre el hueso de lo manso?
¿Muere la piedra en el hielo,
la infancia contra un vidrio manchado?
Estaré en otro lado
-dice:
se hunde desnudo y solo en la ceniza.








(Aan Elda Harrington)


Het uur, geeft het richtlijnen, schenkt het een woord? Past
de pijn in de mond, de droom in de regen
die valt over het been van het tamme?
Sterft de steen in het ijs,
de kindsheid tegen een vuil raam?
Ik zal op een andere plaats zijn
zegt hij:
en zinkt naakt en eenzaam in de as.

o


16





(Ante un desnudo de William Warner)

El pelo largo y suelto, una pierna
delante de la otra,
un fondo de rocas.
Húmeda y cálida,
Viva de una vida en línea recta
que, más allá del tiempo,
prosigue.
Mirarla
es poseer el mundo
transfigurado en aire, en altura.






(Voor een naakt van William Warner)

Het haar lang en los, het ene been
over het andere,
een achtergrond van rotsen.
Vochtig en warm,
levend van een leven in rechte lijn
dat lang na de tijd
blijft doorgaan.
Haar bekijken
is de wereld bezitten
omgetoverd in lucht, in hoogte.

o

17





Huele a perro abandonado, a trapo en lo oscuro,
respira aire que otros respiraron,
se enferma de lluvia lenta,
de ruidos lejanos, de ojos que acechan,
huele a manojo de astillas,
a desnudo que ya no pregunta,
respira materia ciega, sin lugar en la Tabla,
duerme de perfil, o sentado,
con un ojo abierto y el otro ojo
vuelto hacia adentro, su dura lava inmóvil,
se enferma de nada, de vacío









Hij ruikt de verlaten hond, de vodden in het donker,
hij ademt lucht in die anderen al ademden,
hij wordt ziek van de trage regen,
van verre geluiden, van ogen die loeren,
hij ruikt een hoop schaafsel,
het naakt dat niet meer vraagt,
hij ademt blinde materie in, zonder plaats op de Tafel,
hij slaapt op zijn zij of gezeten
met één oog open en het andere oog
naar binnen gekeerd, naar zijn harde verstarde lava,
hij wordt ziek van niets, van leegte.

o









Publicado Ediciones Del Arbol 1999.
Copyright © Carlos Barbarito 1999.
Copyright vertalingen © Stefan Beyst 2004


Heb je genoten van de gedichten?
Stuur dan het adres van deze pagina door naar je vriend(inn)en!

Wil je worden verwittigd als er nieuwe gedichten verschijnen?
Stuur dan een mail met de vermelding: 'barbarito'

Laat een boodschap aan de dichter achter in het gastenboek !
Wij vertalen het voor hem in het Spaans.





zoek op deze site


powered by FreeFind